Toenemend racisme vraagt om Europese aanpak

Het Haagse gerechtshof heeft de verspreiding van de pamfletten waarin de holocaust wordt ontkend verboden. Ronnie Naftaniel, Peter Rodrigues en Hans Westra pleiten voor een Europese richtlijn om het toenemende 'revisionisme' een halt toe te roepen. Het is een vorm van discriminatie, vinden zij.

Afgelopen donderdag heeft het Haagse gerechtshof de verspreiding van pamfletten verboden waarin de holocaust werd ontkend. Het Hof is van mening dat deze folders kwetsend zijn tegenover joodse slachtoffers en hun nabestaanden en dus ontoelaatbaar. Het is voor het eerst dat aan grensoverschrijdend racisme - de pamfletten kwamen uit België - een halt is toegeroepen. Vreemd genoeg acht het Hof “deze moord loochenende zienswijze” geen discriminatie.

In kringen van neo-nazi's in West-Europa en Amerika wordt het idee dat de holocaust een 'leugen' is steeds vaker geuit. Het is een poging om de belangrijkste smet op de nazi-historie weg te poetsen en zodoende deze politieke stroming weer maatschappelijk aanvaardbaar te maken. Dit gebeurt door een internationaal netwerk van personen en organisaties. Zij stellen dat de joodse gemeenschap en hun belangenorganisaties de zogenoemde 'Auschwitz-leugen' in stand houden om er financieel beter van te worden. De verspreiders van dit gedachtengoed, die zichzelf aanduiden als 'revisionisten' bevinden zich vooral in de Verenigde Staten, Frankrijk, Groot-Brittannië, Oostenrijk, Duitsland en België.

Het revisionisme gaat hand in hand met rechts-extremisme. Als er al geen sprake is van openlijke samenwerking, dan stimuleren beide stromingen elkaar in elk geval sterk.

Nu de ervaringen van de Tweede Wereldoorlog steeds verder achter ons komen te liggen, vindt de ideeën van de revisionisten in toenemende mate gehoor. In de Verenigde Staten heeft dit er mede toe geleid dat eenderde van de Amerikanen twijfelt aan het waarheidsgehalte van de holocaust.

De thans verboden pamfletten zijn in Den Haag onder andere bij mensen met een joodse achternaam ongevraagd in de brievenbus geworpen. Juist omdat de Belgische wetgeving bij het schriftelijk verkondigen van anti-semitische uitlatingen gebrekkig is, hebben de Anne Frank Stichting, het CIDI en het Landelijk Bureau Racismebestrijding de vertegenwoordiger van de Belgische organisatie Vrij Historisch Onderzoek voor de Haagse kort-gedingrechter gedaagd. Deze mogelijkheid bestaat indien de schade van onrechtmatig handelen in Nederland optreedt. De rechtbank heeft op 4 november 1992 de verspreiding van de pamfletten verboden en hetzelfde uitgesproken voor soortgelijke 'revisionistische' publikaties. Centraal in deze zaak staat de vrijheid van meningsuiting. Deze belangrijke vrijheid in een democratische samenleving is echter niet onbegrensd. De grenzen liggen in de bescherming van rechten van anderen, zo blijkt ook uit de grondwet en het Europees Verdrag voor Rechten van de Mens. De consequentie daarvan is dat de vrijheid van meningsuiting niet kan voorkomen dat mensen worden terechtgewezen wegens - onder andere - smaad, laster, belediging of discriminatie.

Op 16 juni handhaafde het Haagse gerechtshof in hoger beroep het verbod. Het Hof stelde enerzijds dat de wijze waarop de holocaust ontkend word, kwetsend en onnodig grievend is en anderzijds dat er geen sprake is van een racisitische belediging of het aanzetten tot rassenhaat. Door de uitingen niet als discriminatie te kwalificeren, negeert het Hof een uitspraak van de Hoge Raad uit 1987 tegen de weduwe Rost van Tonningen. Hierin stelde ons hoogste rechtscollege vast dat de kwetsende wijze waarop de massamoord uit de Tweede Wereldoorlog in een vergelijkbaar revisionistisch geschrift wordt geloochend onder het discrminatieverbod valt. Deze kwetsende wijze is juist inherent aan de verkondiging van de revisionistische boodschap.

Intussen wint in de internationale gemeenschap de gedachte terrein dat de revisionistische uitingen rechtens niet toelaatbaar zijn. Op 5 mei 1992 werd de Brit David Irving door de strafrechter in München veroordeeld omdat hij ontkende dat de gaskamers in Auschwitz hebben bestaan. In maart 1991 werd Robert Faurison in Parijs voor dezelfde feiten door de strafrechter veroordeeld. Hij is auteur van het boek 'Het dagboek van Anne-Frank: een vervalsing'. Hiertegen is de Anne Frank Stichting onlangs een civiele procedure gestart.

In Oostenrijk is schrijver-uitgever Gert Honsik op 5 mei 1992 in Wenen veroordeeld tot 1 jaar gevangenisstraf, voor het uitgeven van geschriften waarin de holocaust wordt ontkend.

Frankrijk en Oostenrijk kennen speciale strafwetgeving waarin de ontkenning van misdaden tegen de mensheid strafbaar wordt gesteld. In België, Duitsland en Zwitserland zijn daartoe momenteel wetsvoorstellen in behandeling. De Duitse regering wil de 'Auschwitz-leugen' met maximaal drie jaar cel bestraffen. Dit wetsvoorstel moet een einde maken aan de situatie dat het delict onder twee verschillende strafbepalingen kan vallen. Deze versnippering leidt in de rechtspraktijk slechts tot verwarring, zoals in de publiciteit over een recente uitspraak van het Bundesgerichtshof bleek.

Revisionisme in de vorm van de Auschwitz-leugen mag geen kans krijgen zich ongehinderd te verspreiden. De praktijk wijst uit dat door een actieve aanpak van racisme en discriminatie, de ontwikkeling ervan wordt bemoeilijkt. Daarom is naast voorlichting en educatie, juridische actie een belangrijk instrument. President Mitterrand en kanselier Kohl hebben onlangs aangekondigd binnen de Europese Unie racisme krachtig te willen bestrijden. Het lijkt ons verstandig als daarbij gedacht wordt aan een richtlijn tegen rassendiscriminatie. Van uit het Europees Parlement is al een dergelijk voorstel gedaan. Een richtlijn heeft als voordeel dat de rechtsbescherming tegen discriminatie in alle lidstaten aan dezelfde minimumeisen moet voldoen. Op deze wijze kan het grensoverschrijdend racisme beter een halt toegeroepen worden. De uitspraak van het Haagse Gerechtshof bevestigt het nut en de noodzaak om hetgeen in Nederland aangepakt kan worden ook in breder Europees verband te bestrijden. Daarbij dient uiteraard niet alleen aan de holocaust-ontkenning gedacht te worden, maar ook aan racistisch geweld en andere vormen van rassendiscriminatie.