Superbenen te snel voor Jonkers koppie

Jean-Paul van Poppel en Wiebren Veenstra wonnen ieder een rit in de Midi Libre. Maar Patrick Jonker was met zijn zesde plaats in het eindklassement de beste Nederlander in de Franse etappewedstrijd die werd gewonnen door de Slowaak Jan Svorada. Insiders voorspellen de Australische Amsterdammer een grote toekomst. Hij moet echter nog veel leren, ook al wordt hij vermoedelijk opgenomen in de Tourploeg van Peter Post.

SÈTE, 20 JUNI. Zijn handelwijze vertoont grote overeenkomst met die van Phil Anderson. En die van Alan Peiper. Ook Patrick Jonker keerde Australië de rug toe om in Europa wielrenner te worden. “Kerels zijn het”, vindt Theo de Rooy, een van zijn ploegleiders bij Histor. “Ze stippelen een bepaalde weg uit, verbranden alle schepen achter zich en hebben maar één ding in hun kop: Ze moeten slagen als prof.”

Anderson werd een topper, Peiper een hoog gewaardeerde meesterknecht. Hoe het Jonker zal vergaan is nog moeilijk te zeggen. Maar de 25-jarige renner, die in '88 afscheid nam van zijn Nederlandse vader en Australische moeder, is goed bezig in zijn eerste seizoen als beroepsrenner. Jonker is op zijn best in de bergen en bij flinke hitte. “Hij heeft echte klimmersbenen”, meent de ervaren Jean-Paul van Poppel, “in de Dauphiné Libéré reed hij in de cols zó van de concurrenten weg.” Een andere routinier, Frans Maassen, omschrijft Jonker als “een groot talent”. De Rooy beaamt dat: “Toen hij nog amateur was, zag ik meteen dat hij beter bergop ging dan zeventig procent van de profs. Daarom heb ik Peter Post voorgesteld hem een stageplaats aan te bieden. Die is uitgemond in een contract.”

Jonker is blond, beleefd, bescheiden. Hij doet denken aan Dennis Bergkamp, óók zo'n ideale schoonzoon. Maar de goed Nederlands sprekende coureur is nog slanker dan de voetbalster. “Hij is zo mager als een kerkrat”, overdrijft De Rooy, “en dat leidt tot een optimale zuurstofopname. Hij kan een grote worden, maar hij heeft nog een heleboel te leren.” De ex-renner herinnert zich de eerste etappe van de Midi Libre nog goed: “Tonkov en Conti waren in een zware klim ontsnapt, toen Jonker naar mij in de volgauto gilde: 'Ik heb superbenen, ik heb superbenen, god, god, ik ga aanvallen'. En hij spoot weg. Op een breed stuk straat, met volop wind. Hij kreeg een paar jongens mee die niet overnamen. Dertig kilometer duurde dat. Het leverde hem een halve minuut winst op het peloton op. Maar die twee bleven weg.”

Dat was smijten met krachten, meent De Rooy: “Later heb ik hem dat ook gezegd. Zo van: 'Patrick jongen, je had het anders moeten doen. Je had mee moeten gaan toen Tonkov en Conti demarreerden. Je miste de slag. De zaak had je vervolgens anders moeten oplossen. Waarom overlegde je niet met je ploegmaten Pensec en Mottet? Die laatste had beslist voor je willen rijden. Als je daarna nog echt goed was, had je op vier kilometer van de top een knaller kunnen geven'. Jonker is wel eens te flegmatiek in de koers.” De renner met het dubbele paspoort bekent dat hij “ondoordacht” te werk ging. “Stom is misschien nog een beter woord”, laat hij daar op volgen. “Goeie benen zijn belangrijk, maar je moet ook je kop gebruiken. Daarom rijd ik nu dikwijls in de buurt van Pensec en Mottet. Ze geven me nuttige tips.”

Aan zijn goede klassering in de Midi Libre tilt Jonker, die deze competitie drie kilo lichter is afgevallen om beter bergop te kunnen, niet zo zwaar. “Best mooi natuurlijk”, stelt hij, “maar de toppers als Breukink, Zülle en Jalabert beschouwden deze wedstrijd als een training. Als een aanloop naar de Tour. Dan pas laten ze hun echte gezicht zien.” Ook Jonker hoopt volgende maand acte de présence te geven in 's werelds belangrijkste etappewedstrijd. Het Franse sportdagblad L'Equipe meldde vorige week dat hij was opgenomen in de elf man tellende voorselectie van Histor. De Rooy: “Hij is kandidaat. Maar je moet wat hem betreft een afweging maken. Is hij al goed genoeg? En ten tweede: levert zijn deelname een zekere opbrengst op voor hemzelf en voor de ploeg? De Tour is te belangrijk om een renner zo maar wat te laten rondkijken.”

Jonker is het daar mee eens. “Ik wil me voor honderd procent voor de ploeg inzetten.” Hij voelt er niet voor om, zoals Lance Armstrong vorig jaar, tevoren af te spreken dat hij halverwege het spektakel zal afstappen. “Dat is niks. Ik zie wel waar het schip strandt. Ik wil verder tot ik mezelf tegen kom.” Jonker meent dat hij als eerstejaars prof geen onverantwoorde risico's loopt met het eventuele Touravontuur. “Armstrong was twintig. En ik ben wel wat gewend.” Hij doelt op vorig seizoen, toen hij na een slopende competitie bij de amateurs in het najaar volop aan de bak moest om zich als stagiaire bij Post waar te maken.

Jonker, een redelijke tijdrijder, weet dat wielrennen afzien inhoudt. Hij verwijst in het bijzonder naar de Belgische voorjaarsklassiekers van afgelopen lente. Die vielen hem vreselijk zwaar. Niet alleen omdat hij voor het eerst met op de kasseien in actie moest komen. Ook door het slechte weer. En vooral door het hoge tempo. “Er wordt wel even iets harder gefietst dan bij de amateurs. Dat geldt zowel voor de vlakke weg als voor de heuvels.”

Maar de doorzetter bleef overeind. Met name de laatste maanden doet hij van zich spreken. Zestiende werd hij in de Alpenklassieker, hij scoorde hoog in de Dauphiné Libéré waar hij een rit had moeten winnen en hij reed een goede Midi Libre. Jonker is een Nederlander en heeft een Nederlandse licentie. Het talent heeft thans nog één grote wens: meedoen aan het wereldkampioenschap op Sicilië. In een oranje shirt.