Slecht weer dwingt veel akkerbouwers op de knieën; Landbouw snakt naar zon

ROTTERDAM, 20 JUNI. Klagen doet akkerbouwer Gerrit Aling uit Espel niet. Het jaar is nog maar net begonnen en hij kan dus geen uitspraken doen over wat het wordt. “Op de langste dag van het jaar moeten de bieten elkaar raken”, legt hij uit. “En dat doen ze. Maar een beetje beter zomerweer zou langzamerhand geen kwaad kunnen.”

Een jaar lang slecht weer voor de landbouw komt niet vaak voor, maar vorig jaar was voor een groot deel allerbelabberdst. Het voorjaar van 1993 was nog uitzonderlijk goed, de zomer uitzonderlijk slecht, de herfst te nat, de winter te kwakkelig. En ook dit voorjaar is het al weinig beter: koud en klef weer overheerst. Op sommige plaatsen in Nederland is het inmiddels al 370 dagen niet warmer dan 25 graden geweest.

Tulpenbollenteler Léon Hogervorst in Noordwijkerhout moppert niet. “Een paar kleine 'rampies' zijn zo slecht nog niet voor ons”, meent hij zelfs. “Eigenlijk leven we natuurlijk bij de gratie daarvan. Als de produktie tegenvalt staat daar tegenover dat de prijs omhoog gaat. Wij werken een jaar vooruit. Bij krappe aanvoer, maken we afspraken met afnemers voor volgend jaar waarbij hoge prijzen het uitgangspunt vormen.” Volgens Hogervorst werkt het in de hele agrarische sector zo. In een schitterend seizoen is de aanvoer gigantisch en donderen de prijzen dus naar beneden. “Dat is voor de consument natuurlijk leuk, maar goed beschouwd hebben wij daar alleen maar meer werk aan”.

De gevolgen van het slechte voorjaarsweer variëren voor de landbouw van sector tot sector. De bruine bonen in Zeeuws Vlaanderen doen het slecht, de uien zijn laat, de maïs wil maar niet op kleur komen en de bieten blijven schriel. In de kassen is tot nu toe veel te weinig licht gevallen. Veel gewassen lijden onder ziekten, aangericht door allerlei micro-organismen die in de klamme kou een kans krijgen.

De zwaar tegenvallende asperge-oogst heeft het gesputter over de Poolse seizoensarbeiders naar de achtergrond gedrongen. Van de 2.100 vacatures die door de Limburgse asperge-telers waren aangemeld blijken er slechts 350 opgevuld te hoeven worden. De telers geven nu dus veel minder uit aan personeel en de prijs voor een kilo asperges is hoog, maar de verdiensten liggen dit jaar gemiddeld tien procent lager dan vorig jaar. De veiling Zuid-Oost Nederland in Grubbenvorst verwacht dat de asperge-oogst 30 tot 35 procent lager is dan vorig jaar. Tot nu toe is circa 40 procent minder geveild. De schade kan beperkt worden als de komende week de zon doorkomt: 24 juni loopt het aspergeseizoen ten einde.

Het slechte weer heeft veel akkerbouwers voor een extra probleem gesteld: hun tractoren worden weggezogen in de moddergrond. Gevolg is dat de boer op de knieën moet, want het onkruid moet gewied omdat het vocht vasthoudt. Dat vocht is weer een bron voor een grote bedreiging van de bloemen- en plantenoogst: schimmels. Tomaten worden op grote schaal aangetast door de botrytisschimmel, en ook komkommers lopen gevaar. Een beetje zon zou de gewassen gelegenheid geven zich steviger te weren tegen de parasieten. Buiten de kas hebben de gewassen evenzeer last van schimmel door de nattigheid. Pioenrozen lijden eronder, anjers kampen dit jaar eerder dan anders met 'spat'. Er moet flink gespoten worden tegen bladvlekkenziekten en valse meeldauw, maar een probleem is dat de bestrijdingsmiddelen snel wegspoelen. De fruittelers moeten dit jaar ongekend veel spuiten tegen fruitschurft, een oude bijna verdwenen schimmelziekte die nu herleeft. Niet alle ziekten kunnen worden bestreden. Zo zien forsythia-telers op hun percelen 'zwart' oprukken, een bacterie-aandoening waartegen niets te ondernemen valt. Bij sommige telers is tussen de veertig en tachtig procent van het areaal aangetast, anderen hebben alle aanplant moeten rooien.

Maar er zijn ook gewassen die wel varen bij koud, nat en donker weer. Voor tulpenbollen, waarvan de eerste op zeven juli worden geveild, moet het niet te warm zijn. “Hier gaat het goed”, zegt Hogervorst dan ook. “Wij moeten het vooral hebben van af en toe een buitje en vooral niet te warm. Vorig najaar is iets te nat geweest. Toen kwamen we bij het rooien wel 'verzopen' bollen tegen”, vertelt hij. “Voor ons is het pas een ramp als het straks twee weken warmer dan 25 graden is.”