Skeeleren niet langer een training voor schaatsers

OMMEN, 20 JUNI. De tuinen in de Ommense wijk Dante lagen er zaterdagochtend keurig onderhouden bij. Kort gemaaid gras, kleurrijke, van onkruid gespeende borders en zo hier en daar zelfs een vijvertje, uiteraard met vissende kabouter aan de rand. Tegen het einde van de middag verschilde de aanblik: menig tuintje lag toen bezaaid met flesjes fris en bidons. Maar geen bewoner die zich daar druk om maakte. Het in de wijk verreden Nederlandse kampioenschap skeeleren had, zoals een op een klapstoeltje langs de weg gezeten bejaarde vrouw het vergenoegd uitdrukte, “eindelijk weer eens voor wat leven in de brouwerij gezorgd”.

Zij was niet de enige die de wedstrijden gade sloeg. Circa tienduizend mensen waren van heinde en verre gekomen om de verrichtingen van de mannen en vrouwen in de verschillende klassen te volgen. En dan te bedenken dat nog geen tien jaar geleden skeeleren - in plaats van wielrennen - niet meer was dan een aardige trainingsmethode voor schaatsers gedurende de zomermaanden.

Daar kwam verandering in na de Elfstedentocht van 1985. Marathonschaatsers als Dries van Wijhe, Henri Ruitenberg en Evert van Benthem vonden dat er meer mogelijkheden moesten komen om lange tochten te rijden. Omdat dat door de in Nederland vaak te zachte winters lang niet altijd op ijs kan, moest dat dan maar op de weg gebeuren. Op skeelers. De Zwolsche Courant pikte het idee op en schreef een skeelerwedstrijd uit. De toeloop was enorm, zowel van deelnemers als toeschouwers.

Inmiddels is skeeleren een op zichzelf staande sport, met een heuse bond (Skeelerbond Nederland), een bondsoach voor de verschillende selecties en ruim duizend leden. Een aantal dat volgens penningmeester Henk Ymker snel groeit. “Tot voor enkele jaren werd skeeleren voornamelijk beoefend door mannen en vrouwen die schaatsen als hun eerste sport beschouwen,” zegt Ymker. “Skeeleren was voor hen vooral goed als voorbereiding op het schaatsseizoen. Maar wat wij de laatste tijd steeds meer zien, is dat vooral jongeren bewust voor deze sport kiezen. Dus niet voor schaatsen of voetballen maar voor skeeleren.”

Dat, beseft ook Ymker, komt mede omdat skeeleren 'in' is bij de jeugd. Menige tiener begeeft zich tegenwoordig niet naar school op de fiets, maar raast met de boeken in een rugzak op een paar skeelers door het verkeer. Dat doen hun idolen in populaire Amerikaanse series als Beverly Hills 90210 tenslotte ook. California dreaming achter de dijken. Maar onder de deelnemers aan skeelerwedstrijden is eveneens een verschuiving van interesse merkbaar. René Ruitenberg, zaterdag voor de derde keer Nederlands marathonkampioen geworden, is daar een goed voorbeeld van. Ruitenberg is 's winters ook een succesvol marathonrijder op ijs. Maar zijn voorkeur gaat al een paar jaar uit naar het skeeleren, “omdat het door de ondergrond van asfalt zwaarder is in vergelijking met marathons op kunstijsbanen. Maar ook omdat de sfeer bij skeelerwedstrijden altijd fantastisch is door al het publiek langs de weg.”

Die wedstrijden vinden wekelijks en soms zelfs twee keer per week plaats. En vrijwel altijd onder grote belangstelling, of zij nu in dorpen, nieuwbouwwijken of op brede, geasfalteerde wandelpaden in parken van de grote steden worden gehouden. Sinds een paar jaar zijn er in Nederland ook een vijftal speciale skeelerbanen van ieder vierhonderd meter lang. Maar in tegenstelling tot de meeste andere landen waar de sport op topniveau wordt beoefend, gaat de interesse van Nederlanders toch vooral uit naar marathons op stratencircuits. Dat blijkt ook uit de resultaten op het WK van twee jaar geleden in Rome. Zowel bij de mannen (Eric Hulzebosch) als de vrouwen (Jenita Smit, zaterdag in eigen land tweede achter Greth Smit) werd een gouden medaille op de langste skeelerafstanden gewonnen.

“Slechts aan dergelijke resultaten,” zegt Ymker, “merk je nog dat skeeleren hier is voortgekomen uit het schaatsen en dan vooral uit het marathonschaatsen.” Een meisje van een jaar of acht heeft daar geen enkel benul van. Met vallen en opstaan probeert ze - nu de wedstrijden voorbij zijn en zij de weg voor zichzelf heeft - het skeeleren onder de knie te krijgen. Haar vader kijkt goedkeurend toe. In zijn hand rust een bidon. De tuin is weer schoon.