SEMIPROF: golfer Oege Goslings

M'n vader is röntgenoloog, m'n opa was oogarts. Ik heb zes jaar over het theoretische gedaan, maar dat kwam niet alleen door het golfen. Ik heb het maximale uit het studentenleven gehaald.

“Het nadeel van een basisarts is dat je een beetje aan het droogzwemmen bent. Je hebt een titel op zak maar je bent nog niks. Ik heb tien zelfstandige bevallingen gedaan. Dat is een fantastische ervaring. Een kind wordt niet elke dag geboren. Toch zit ik aan oogheelkunde te denken. Je moet voorwaarden scheppen. Je kunt wel een leuke vent zijn die een aardige bal kan slaan, maar ik zal er hard aan moeten wennen om dezelfde kwaliteiten te bemachtigen als de meeste collega's. Ik zoek eigenlijk een vak waar ik toch iets snijderigs kan doen. Ik heb dankzij het golf bepaalde vaardigheden met m'n handen. Daar moet ik gebruik van maken.

“Door m'n opa ben ik op een vakantie in Schotland in aanraking gekomen met het golf. Daar had je van die mooie glooiende banen. Bij Toxandria hadden we een hele goede jeugd. Ik kreeg nooit de kans om boven een ander uit te groeien. We werden 'De Drie van Breda' genoemd. Al die jongens die nu Pro zijn, ben ik mee opgegroeid.

“Ik heb vijf keer aan het Dutch Open meegedaan. Dan speel je samen met hele grote kanjers. Die missen gewoon minder ballen, dat is het grootste verschil. Je moet enorm op je hoede zijn in het profcircuit. De ene z'n dood is de andere z'n brood. Als jij coach bent, interesseert het je niet of een speler tentamen moet doen. Met als resultaat dat je je tentamen niet haalt en een slecht toernooi speelt.

“Ik speel momenteel met een handicap van 2. Als ik m'n carrière heb gesettled, verwacht ik een comeback te maken. Golf is niet alleen een fysieke sport, maar ook heel strategisch. Ik heb bereikt wat ik wilde bereiken. Ben met de Nederlandse ploeg achtste geworden bij het WK in Canada. Dat was zonder meer een hoogtepunt. We speelden in Vancouver, met uitzicht op de skyline en op de oceaan. Dan voel je je een geluksvogel.