Schotland in opstand tegen valse doedelzak

LONDEN,20 JUNI. Schotland heeft de oorlog verklaard aan Pakistan: over doedelzakken. De Schotse doedelzakindustrie is in opstand tegen de import van goedkope bagpipes uit Pakistan, die door toeristen in Edinburgh voor het echte produkt worden aangezien en daarmee de goede naam van het echte produkt naar beneden halen. Schotse officials van het bureau voor produktbescherming stellen een onderzoek in.

“Het feit dat iets goedkoop is en een vals geluid voortbrengt, is op zichzelf geen overtreding”, zegt een woordvoerder. “Maar iets laten doorgaan voor een echte Schotse doedelzak is illegaal en we willen onze bezoekers hier niet een verkeerde indruk naar huis laten teruggaan.”

Doedelzakken zijn in Pakistan en India vervaardigd sinds Schotse soldaten daar in de 19e eeuw gelegerd werden. Het Pakistaanse leger gebruikt ze nog steeds. De Schotse doedelzakmakers werden pas ongerust toen ze onlangs op een handelsbeurs in Frankfurt tot de ontdekking kwamen dat de doedelzakindustrie in Pakistan nu probeert de markt te ondermijnen met zogenaamde “Pipes of Caledonia” - onder de eigenaars van winkels met Schotse goederen op Edinburghs Royal Mile aangeduid met “toeristenzakken”. Zelfs deskundige doedelzakspelers brengen uit een Pakistaans produkt op zijn best een geluid voort dat - zeggen liefhebbers van doedelzakmuziek - klinkt als de sirene van een ambulance. Naïeve toeristen zullen het onderscheid met de muziek uit een echte Schotse doedelzak misschien niet eens signaleren, maar doedelzakhandelaar Ian McLeod van Gillanders & McLeod in Edinburgh en Seumans McNeill van het College of Piping in Glasgow spreken schande van de kwaliteit van het Pakistaanse produkt. Dat kost dan ook maar tussen 50 en 90 pond, terwijl een echte Schotse doedelzak ongeveer het tienvoudige moet opbrengen.

Mc Leod haalde op verzoek een Pakistaanse doedelzak uit elkaar en ontdekte het foute riet in het mondstuk en te licht hout voor de pijpen zelf. Seumans McNeill had er een naam voor: “Onkruid uit de Ganges. Ze klinken bovendien als iets dat een slangenbezweerder misschien van pas zou komen.”