Reich-Ranicki bevestigt contact met geheime dienst

ROTTERDAM, 20 JUNI. De Duitse literatuur-criticus Marcel Reich-Ranicki (74) bevestigt in een interview met het weekblad Der Spiegel van deze week dat hij aan het eind van de jaren veertig in dienst van de Poolse Geheime Dienst heeft gewerkt. Tot dusverre had de criticus alleen toegegeven dat hij als diplomaat en overtuigd communist in Londen “zekere contacten had onderhouden” met de Poolse Geheime Dienst.

In het vraaggesprek met Der Spiegel verklaart Reich-Ranicki waarom hij zo lang over zijn werk voor de geheime dienst gezwegen heeft. Bij zijn vertrek in 1950 heeft hij, zoals gebruikelijk bij de Geheime Dienst, een zwijgplicht opgelegd gekregen. “Ik hield het voor een kwestie van loyaliteit, voor een fatsoensplicht, om over deze zaken niets te zeggen.” De joodse Reich-Ranicki voerde als verzachtende omstandigheid voor zijn gedrag aan, dat hij en zijn vrouw als enigen van hun familie de holocaust overleefd hadden. “We werden beschermd door Polen en bevrijd door het Rode Leger.”

Het zwijgen van de literatuurcriticus die onder andere voor de conservatieve krant Die Frankfurter Allgemeine Zeitung schrijft en een berucht literatuurprogramma op de Westduitse televisie presenteert, heeft echter ook nog een andere oorzaak. In het Spiegel-interview stelt Reich-Ranicki geen tekst en uitleg verschuldigd te zijn aan de Duitse overheid, die hem en zijn familie in 1938 naar Polen deporteerde en in het ghetto in Warschau en daarbuiten aan 'bestialiteiten' blootstelden.

Reich-Ranicki heeft zich in het verleden zelf neerbuigend uitgelaten over de Oostduitse schrijfster Christa Wolf vanwege haar contacten met de Oostduitse geheime dienst.