Portretten van schijn en werkelijkheid in Londens museum

Fotografie: John Kobal Portrait Award 1994, t/m 26 juni in het National Portrait Gallery, St. Martin's Place, WC2 Londen. Catalogus £ 7,50.

De vrouw met het oranje haar: in de fotografiezaal van de National Portrait Gallery treft haar foto je als een vuistslag. Fotograaf Richard Braine was haar in Londen op straat tegengekomen en had gevraagd: mag ik uw foto nemen? Mevrouw blikt vriendelijk in de lens en zet even later, zo stel ik me voor, ongestoord haar wandeling voort, zich prettig bewust van het effect van haar wonderbaarlijke verschijning. Haar getoupeerde haar is een net iets fellere tint oranje dan haar gebreide jurk, en haar wenkbrauwen en lippen zijn ook in die kleur gehouden. Op de bakstenen muur achter haar staat gekalkt Jesus lives. Zouden we al in een kleurrijk hiernamaals zijn beland?

Met deze foto heeft Richard Braine vijfhonderd pond gewonnen als runner-up in de tweede John Kobal Photographic Portrait Award, een internationale wedstrijd in de portretfotografie die nu voor de tweede keer is gehouden. De prijs is ingesteld door de stichting die de nalatenschap beheert van de in 1991 overleden film- en fotografiecriticus en verzamelaar John Kobal. Er waren dit jaar 2300 inzendingen van ruim duizend fotografen, geen enkele uit Nederland, de meesten uit Engeland en verder uit Duitsland, Frankrijk, Noorwegen, Denemarken, Italië, Spanje, Letland, Japan en Amerika. Daaruit is een selectie van 64 foto's te zien in de National Portrait Gallery in Londen.

Aan die 64 vallen een paar dingen op, bijvoorbeeld dat het leeuwedeel zwart-wit is, en dat er heel weinig enscenering is toegepast. De trucage, het lied van schijn en wezen zit eerder in de onderwerpen. De twee winnende portretten (tweeduizend pond ieder), beide door vrouwen gemaakt, hebben seks en seksuele identiteit als onderwerp. Van de Australische Polly Borlands werd het portret ten voeten uit bekroond van de blonde Braziliaanse travestiet Adrianna en van Suky Best een dubbel zelfportret met de titel Self as heterosexual relationship.

Van de verscheidene foto's die over geslachtswisseling gaan is de meest ingetogene tevens de indringendste: Debbie Humphry's tenenkrommend 'gewoon' tafereel van een transseksueel (pumps, hooggesloten bloesje) op bezoek bij zijn ex-vrouw. Tussen hen in staan een schemerlamp en een theepot in de vorm van twee dansende poezen. Simon Hortons 'Joe' uit East Los Angeles is ook minder eenduidig macho dan hij op het eerste gezicht lijkt. Hij doet er alles aan om de kijker van zijn mannelijkheid te overtuigen - pistool in de broekband, geweer met afgezaagde loop in de hand, boze frons - maar dat haarnetje dat hij volgens de gang-codes strak over het hoofd heeft getrokken, werkt op de buitenstaander eerder lach- dan angstwekkend.

In het museum is slechts een fractie van de inzendingen te zien; het is dus niet na te gaan of dit thema, als je het zo mag noemen, representatief is of dat de juryleden zich bij hun keuze hebben laten leiden door een zekere modegevoeligheid. Interessanter dan de statements die met de hoofdprijzen zijn bekroond vindt ik bijvoorbeeld Barry Marsdens portretten van twee zeer uiteenlopende mannen, Tony Curtis en de Amerikaanse rapper Snoop Doggy Dogg, en Adam Hintons prachtige tijdloze foto van een bruid uit de Oekraïne die voor het raam een rituele dans met haar sluier lijkt uit te voeren.

De tentoonstelling sluit met twee foto's die slechts met moeite onder het begrip portretfotografie te vangen zijn, maar meer bespiegelingen zijn over het menselijk lichaam. Een is de foto die Jessica Johnson onder water maakte van het meisje Claire, een joyeuze uitbeelding van de onvergelijkelijke vrijheid van het zweven in water. Het andere is Nadav Kanders mysterieus, verontrustend beeld van een zwemster die in het water staat en over het water uitkijkt als een lege woestijn. Als toeschouwer wil je er alles aan doen om de kleine Claire te behoeden voor dit voorland.