Parijs: snel invasie Rwanda

PARIJS, 20 JUNI. “Frankrijk moet het goede voorbeeld geven.” Met die woorden bevestigde de Franse minister van buitenlandse zaken Alain Juppé gisteravond dat Parijs blijft werken aan een militaire invasie met een humanitair doel in de door een burgeroorlog getroffen Middenafrikaanse staat Rwanda.

Hoewel andere Europese landen nog geen actieve steun aan Parijs hebben toegezegd, verwacht de Franse regering op zeer korte termijn de instemming van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties te krijgen voor de interventie, die deze week al zou moeten plaatshebben.

Frankrijk zal waarschijnlijk tussen de 1.500 en 2.000 militairen naar Rwanda sturen en hoopt zo de weg vrij te maken voor de inzet van een groter VN-contingent in de Middenafrikaanse staat. Minister Juppé keerde gisteren terug in Parijs na een korte reis door West-Afrika, waar de regering van Senegal hem praktische steun voor de interventie in Rwanda heeft toegezegd. Ook van de steun van meer Afrikaanse landen zou Juppé zich intussen hebben verzekerd. Noch over de aard van die steun noch over de opzet van de operatie wilde Juppé overigens iets kwijt. Frankrijk blijft hopen op deelname door andere Europese landen. “Frankrijk kan niet alles alleen doen”, aldus Juppé.

De Franse regering heeft opnieuw met klem verwijten van de hand gewezen dat zij zelf een zware verantwoordelijkheid draagt voor het drama dat zich in Rwanda heeft afgespeeld sinds de moord op president Habyarimana op 6 april. Volgens president Mitterrand heeft Frankrijk er alles aan gedaan om de vrede in het land te herstellen en rechtvaardigen “de verschrikkingen in Rwanda geen veroordeling zonder vorm van proces waarbij de waarheid geweld wordt aangedaan”. De Internationale Federatie voor de Mensenrechten heeft de Franse Rwanda-politiek van de afgelopen twintig jaar “aanvechtbaar en zelfs verwerpelijk” genoemd.

Minister Juppé betoonde zich gisteravond ernstig verstoord over “zo veel desinformatie” in de pers over de Franse rol in Rwanda. Het huidige bloedbad is veroorzaakt, aldus Juppé, door de gewelddadige dood van de president van Rwanda “door extremisten”. Tot dat moment gold het akkoord van Arusha uit 1993, dat tot doel had om een interim-regering in Rwanda te vormen, als de overeenkomst die verzoening in het land zou brengen. “Zo werd het door iedereen gezien, ook door (de Tutsi-rebellen van) het Rwandese Patriottische Front.” Het idee dat Frankrijk direct schuldig is aan wat er nu gebeurt, noemde hij daarom “onverdraaglijk”. “Het komt op geen enkele wijze overeen met de werkelijkheid.”