Oosteuropese beurzen: winst- en verlieskansen zijn groot

AMSTERDAM, 20 JUNI. Op de effectenbeurs van Warschau kelderde de koers van de Poolse Bank Slaski onlangs met tien procent, de maximale koersval die is toegestaan. De aandelen Slaski sloten op 2.340.000 zloty (193 gulden) per stuk. Op 25 januari van dit jaar ging Slaski nog naar de beurs voor 6.750.000 zloty. Dat wekt weinig verbazing bij Delta Lloyd Bank directeur dr C. Prins. Hij zegt: “De effectenbeurzen in Centraal- en Oost Europa bieden grote winstkansen maar de risico's zijn bij tijd en wijle groot: zo'n koerscorrectie van 10 procent op één dag is niet uitzonderlijk.” De doelgroep van Delta Lloyds op 7 juni op de Amsterdamse beurs genoteerde Donau Fonds ziet Prins daarom als “de vermogende particulier die daar voor een klein stuk van zijn aandelenportefeuille in stapt. ”

Het Donau Fonds werd door Delta Lloyd in 1990 opgericht voor institutionele beleggers. Om het ook open te stellen voor particuliere beleggers werd het vorige week dinsdag genoteerd aan de Amsterdamse beurs tegen een eerste koers van 33,10 gulden. Het fondsvermogen van 17 miljoen gulden is volgens Prins inmiddels opgelopen tot 27 miljoen. De 10 miljoen gulden die is binnengekomen is nog niet belegd, “want de koersen dalen momenteel op de Oosteuropese beurzen.”

Het Donau Fonds spreidt zijn beleggingen over de beurzen van Warschau, Boedapest, Praag en Bratislava met respectievelijk 34 procent, 55 procent, 3 procent en 0,5 procent, de rest (7,5 procent) wordt liquide aangehouden. De nadruk in de portefeuille van het fonds ligt op aandelen in de industrie (37 procent), handel (22 procent) en levensmidellen (16 procent). Vorig jaar werd een rendement van 135 procent behaald, maar dat was duidelijk een uitschieter. Over de afgelopen drie jaar ligt het gemiddelde rendement op 21 procent, voor dit jaar verwacht Prins een vergelijkbaar percentage. Over de eerste vijf maanden van dit jaar bedroeg het beleggingsresultaat 1 procent. Het aandeel Donau fonds noteerde vanmorgen 32,40 gulden. Het vergelijken van de resultaten van het fonds is moeilijk. Goede maatstaven daarvoor ontbreken omdat het Donau Fonds het eerste aan de Amsterdamse beurs genoteerde fonds is dat zich exclusief op de Oosteuropese beurzen richt.

Op die beurzen kampen Westerse beleggers met fikse valutarisico's. Volgens Prins loont het echter nauwelijks deze af te dekken. “Door het grote verschil in rente in Nederland en in die landen daar, zijn de kosten van afdekken meestal hoger dan de depreciatie van de desbetreffende valuta.” Om het risico niet verder te verhogen belegt het Donau Fonds alleen in landen waar de aandelen weer omwisselbaar zijn in harde valuta.

Alle voorzorgsmaatregelen ten spijt blijft beleggen op de zogeheten emerging markets een riskante aangelegenheid. Gemeten over de drie grootste Oosteuropese beurzen werden de koersen vanaf januari naar beneden gecorrigeerd met gemiddeld ruim 40 procent. Zo ging de beurs van Warschau - met een kapitalisatie van 7,8 miljard gulden na Praag de grootste beurs in de regio - dit voorjaar fors onderuit. Stond de index eind februari rond de 20.000 nu is die gedaald tot 8.400. Volgens Prins betreft het een gezonde ontwikkeling.“De Poolse beurs werd voor 85 procent gedragen door particulieren die tijdens de euforie van 1990, toen Polen de geleide economie de rug toekeerde, hun hele bezit beleenden om aandelen te kopen.

Na de 'shake out' stabiliseren de koersen van de aandelen zich op een reeël niveau. Veel van die particulieren hebben hun aandelen met een enorm verlies verkocht. Die zie je na die klap niet meer terug. Wij waren al in oktober met verkopen begonnen en hebben daardoor de schade beperkt. We zijn nu heel voorzichtig aan het denken in Polen bij te gaan kopen.''

Prins ziet de Poolse beurs op de lange termijn als de beste belegging. “Polen is het Hong Kong van Europa: de dynamiek spat eraf. Dat komt gedeeltelijk omdat het land geen sociaal vangnet heeft, ondernemen is daar een 'struggle for life'. Bovendien is de bevolking in Polen net zoals in heel Oost-Europa goed opgeleid. Verder is een belangrijk pluspunt van de beurs in Warschau de strikte regelgeving die vergelijkbaar is met de Westerse beurzen. Daardoor is de verhandelbaarheid van de aandelen gegarandeerd. De beurs van Warschau telt 24 noteringen en haalt met omzetten van 450 miljoen gulden per week omzetten waar menige Europese effectenbeurs niet aan kan tippen.”

Een ander land waarop het Donau Fonds zich concentreert is Hongarije. De beurs in Boedapest wordt gekenmerkt door een geringe kapitalisatie, 2,1 miljard gulden, en lage omzetten waardoor een beperkte vraag al enorme koersstijgingen kan teweegbrengen. Die vraag komt voornamelijk van buitenlandse zijde tot stand via de 'Telephonhandel' uit Wenen, München, Stuttgart en Londen. Aan de beurs in Boedapest staan nu 28 bedrijven genoteerd. Als in Polen en Hongarije de geplande privatiseringen worden doorgezet zullen beide beurzen tegen het einde van dit jaar ongeveer veertig genoteerde fondsen tellen, verwacht Prins.

Een van moeilijkste kanten van beleggen in Oost-Europa is volgens Prins het inschatten van de financiële berichtgeving uit die landen. “Het valt niet mee om als Nederlander de sentimenten op die markten te doorgronden. Daarom leggen we geregeld ter plekke bedrijfsbezoeken af. Want zonder inzicht in wat lokaal leeft kun je je nauwelijks voorstellen dat er in Polen bij de beursgang van bank Slaski in het hele land 800.000 mensen op de stoep stonden om aandelen te kopen.”