Ommezwaai bij Lemonheads

Concert: Lemonheads. Gehoord: 18/6 Paradiso, Amsterdam.

Zanger/gitarist Evan Dando van de Amerikaanse groep de Lemonheads is zich er van bewust dat hij als podiumpersoonlijkheid een tamelijk lamlendig figuur slaat. Halverwege het concert, zaterdagavond Paradiso, deed hij een imitatie van de voorman van Prong, die de avond tevoren in Paradiso had gespeeld. Deze zanger uit Brooklyn is een mannetjesputter die opgeblazen op de rand van het podium staat, alsof hij zijn publiek er desnoods met de haren bij zal slepen.

“Dit is wel even wat anders, hè,” zei Dando, over zijn eigen bedeesde houding. Met hoog opgetrokken schouders, licht gebogen en zonder enige expressie had hij tot dat moment zijn zachtaardige popliedjes staan zingen. Alsof het voorgeschreven was, zo introvert stonden ook de andere drie bandleden er bij.

Voor het publiek maakte dat trouwens niet veel uit. Evan Dando is tegenwoordig, ook nu hij zijn lange haar heeft afgeknipt, een 'sex-symbool'. Vandaar dat Paradiso geheel gevuld was met romantisch kijkende jongeren, die toegewijd de koortjes voor hun rekening namen.

Ooit, op de cd Hate Your Friends (1987), deden de Lemonheads nog iets punkachtigs. Maar bij hun laatste paar cd's ontwikkelde Dando zich steeds meer tot een meester van het lichte popliedje. Come On.. Feel The Lemonheads (1993) biedt opgeruimde songs in een rustig tempo, met Dando's stem als de onaangedane boodschapper van toch minder alledaagse gedachten. Dando bezingt zijn liefde voor drugs en schreef een lofzang op de homoseksuele scene, Big Gay Heart.

Uitgerekend dit nummer klinkt als een dertig jaar oude crooners-hit. Dando kweelt en laat betekenisvolle stiltes vallen. Maar zijn woorden waren expliciet genoeg om MTV te brengen tot een uitzendverbod van de clip: 'I don't need you to suck my dick/ to help me feel good about myself'. De tekst werd voor de single-versie aangepast.

Bij het optreden was Big Gay Heart een keerpunt. De bassist en gitarist veegden de haren uit hun ogen en Dando toonde zich plotseling geanimeerd. Hij speelde een paar nummers solo bij de toegift, waaronder twee van zijn held Gram Parsons. Daarna wisselden de bandleden onderling van instrumenten en zong de bassist een vals liedje. De afsluiting was een a-typisch instrumentaal stuk, waarbij de drie gitaristen op oorverdovende manier de mogelijkheden van de feedback onderzochten.