Melvin Rhyne

Melvin Rhyne Quartet: Boss Organ (Criss 1080 CD). Distributie: Dureco.

Een hammondorgel, dat is toch zo'n bruldoos waar Jimmy Smith op speelt? Jawel, net als een handvol andere mannen dat ziel en gevoel graag kamerbreed uitmeet: Bill Doggett, Jack McDuff, Wild Bill Davis en nog zo een paar. Hoe anders dan zij speelt collega Melvin Rhyne: zacht, puntig, consequent een fractie achter de beat. Zo was het toen hij in 1959 werd ontdekt in het trio van wijlen gitarist Wes Montgomery, zo was het nog steeds bij zijn herontdekking in 1991 toen hij eindelijk een eigen plaat mocht maken die natuurlijk The Legend ging heten.

Voor Boss Organ, zijn tweede cd, vertrok Rhyne uit zijn woonplaats Milwaukee naar New York waar godlof saxofonist Joshua Redman woonde, 23 jaar oud en de darling van iedereen die van jazzjongens houdt. Joshua was niet te beroerd om met Rhyne mee te spelen en in één avondje stond het erop, net als in de oude tijden, toen de jazz nog in de underground huisde.

Wellicht om Joshua tegemoet te komen stelde Rhyne een song van Stevie Wonder voor, You and I, hier gespeeld in medium tempo. Het is het derde stuk uit een gevarieerd repertoire met onder meer Full House van ex-werkgever Montgomery, een slow drag blues van Rhyne zelf en de standard Jeannine van pianist Duke Pearson.

Over de bijdragen van gitarist Peter Bernstein en drummer Kenny Washington valt weinig te klagen, Redman speelt fantastisch gezien zijn leeftijd, maar het opmerkelijkst is toch Rhyne zelf. Een hammondorgel laten neuriën in plaats van loeien, dat is niet eenvoudig.