Hoge opkomst, winstmarge voor Liberalen uiterst klein; Samper president Colombia

BOGOTÀ, 20 JUNI. De tweede en laatste ronde van de presidentsverkiezingen in Colombia is gisteren gewonnen door de kandidaat van de regerende Liberale Partij, de econoom Ernesto Samper (43). Hij versloeg daarmee Andres Pastrana (29), kandidaat van de Conservatieve Partij, voormalig televisie-journalist en oud-burgemeester van Bogotà.

Sampers winstmarge was de kleinste uit de Colombiaanse geschiedenis: 50,4 tegenover 48,6 procent, na telling van 98 procent van de stemmen. De opkomst van 42 procent was een historisch hoogtepunt. Veel waarnemers verwachtten juist een uitzonderlijk lage opkomst, omdat Colombia in de ban van het wereldkampioenschap voetbal verkeert. De tweede ronde werd noodzakelijk, nadat geen van beide kandidaten tijdens de eerste ronde op 29 mei de vereiste absolute meerderheid behaalde.

Samper zegt het door zijn voorganger en partijgenoot Cesar Gaviria begonnen hervormingsprogramma van privatisering en deregulering te willen voortzetten, maar in een geleidelijker tempo. Hij noemt zichzelf een “sociaal kapitalist” en wil de negatieve bijwerkingen van de aanpassingen, zoals toenemende werkeloosheid, zoveel mogelijk verzachten. Hij wil dat onder meer doen door uit de olie-inkomsten van zijn land 1,5 miljoen nieuwe banen te scheppen. Die moeten volgens hem gevonden worden in infrastructurele werken: verbetering van het wegen- en spoorwegstelsel en de havens. Privatisering van de staatsoliemaatschappij, Ecopetrol, was volgens hem niet aan de orde. Pastrana was een voorstander van Gaviria's hoge tempo van privatiseringen.

De verkiezingen stonden niet in het teken van de drugs. Dat was een radicale verandering ten opzichte van 1990, toen het Medellín-kartel een gewelddadige campagne tegen de regering voerde. Gaviria werd toen als president gekozen nadat de PL-kandidaat Luís Carlos Galán was vermoord door het kartel.

Samper heeft evenals Pastrana gezegd de drugspolitiek van de laatste twee jaar te zullen voortzetten: het aanbieden van lage straffen aan drugsbandieten in ruil voor hun overgave aan de autoriteiten. Deze politiek stuit in het buitenland, met name de Verenigde Staten, op grote bezwaren.

Samper vertegenwoordigt de opvatting van zeer veel Colombianen door te zeggen dat de grootste afnemers van Colombiaanse drugs - Europa, de VS en Japan - zelf te weinig doen tegen de consumptie en het witwassen van drugswinsten en dat Colombia een onevenredig deel van de lasten draagt.

Hoewel zowel Samper als Pastrana herhaaldelijk hebben gezegd voor hun campagnes geen drugsgeld te hebben aangenomen, beweren Amerikaanse drugsbestrijders dat het Cali-kartel zich toch zo toegang heeft weten te verschaffen tot regeringskringen. Het Cali-kartel zou de overheid ook hebben geholpen bij haar jacht op de kopstukken van het concurrerende Meddellín-kartel. In december vorig jaar werd de leider van het kartel, Pablo Escobar, door de politie doodgeschoten. Het Cali-kartel wordt nu beschouwd als de grootste drugsorganisatie ter wereld.

Beide kandidaten hadden ervaring met het Colombiaanse geweld. Samper raakte tijdens een aanslag in 1989 zwaargewond. Pastrana werd in 1989 ontvoerd door het Medellín-kartel. (AFP, AP)