Hier en daar groen, Italianen zijn er niet

NEW YORK, 20 JUNI. Ze waren er wel maar je zag ze nauwelijks. De Europese voetbalfans uit Ierland en Italië waar al maanden op werd gewacht gingen op in de mensenmassa's van de metropool. Je zag hier en daar wel wat groen maar dat was alles want de Italianen waren onvindbaar.

New York City zinderde van de hitte en had een druk weekend. Bij een temperatuur van 35 graden celsius en een vochtigheidsgraad van 90 procent had de stad een staking van een forensentrein, een kampioenshuldiging van de ijskockeyclub de New York Rangers, de vijfde wedstrijd in de play-offs van de basketbalclub New York Knicks, de opening van de Gay Games (11.000 sporters) en de voetbalfans.

Wie de laatste groep wilde zien moest zaterdagmiddag naar Port Authority, het busstation op Manhattan in New York. Daar zag het groen van de Ieren. Zeer gedisciplineerde, aardige fans. Veel stelletjes, veel gezinnen met kinderen en allemaal in groene shirts waarop Opel en Adidas stonden te lezen. Ze kochten voor zes dollar vijftig een retourtje naar het stadion in New Jersey en gingen in de rij staan.

“Ik heb bij elkaar misschien tien Italianen gezien”, zegt Ron, die werkzaam is bij de Newyorkse vervoersdienst en zich deze middag als vrijwilliger beschikbaar heeft gesteld. “Het is alleen maar Ieren wat de klok slaat.” Ron is blij dat het rustig verlopen is. Velen vroegen hem zelfs nog om kaartjes. Van voetbal weet hij niets. “Het is ook nooit op televisie te zien dus hoe zou je de sport kunnen leren?”

Sean, een jonge Ier uit Dublin, staat buiten te wachten op een paar vrienden. Hij is samen met een van hen uit Dublin gekomen en zou hier een kennis ontmoeten die de kaartjes had. “Dat liep allemaal mis en toen hebben wij in een kroeg, O'Grady's, twee kaartjes gekocht voor 500 dollar per stuk. Vervolgens kwamen we die kennis tegen dus nu hebben we twee kaartjes die we proberen te verkopen voor 600 per stuk.” Sean en zijn vriend kijken alleen naar de wedstrijd tegen Italië, daarna gaan ze weer naar huis.

Het is een uur voor aanvang van de wedstrijd en het busstation is al praktisch verlaten. In Queens is een Ierse pub, St Stephens, waar ze vast en zeker de televisie aan hebben. Ze hebben er inderdaad vijf televisies maar er staat een bordje op de deur: 'Sorry, full house'. Niemand mag er meer in, ondanks veel gesoebat. “Een goeie smoes? Ach meneer, als u eens wist hoeveel ik er vanmiddag al heb gehoord.”

Het is half vier. Dan maar naar de Italianen. Die wonen al lang niet meer in Little Italy, je moet er voor naar de wijk Bensonhurst in het stadsdeel Brooklyn. Er is echter geen café of restaurant te bekennen waar een tv aan staat. Is dit wel een Italiaanse wijk? “Jazeker”, zegt een voorbijganger en hij wijst op wat Italiaanse vlaggetjes en de naam Genovese op een pui. De voetbalsport is hier echter nog niet doorgedrongen. Dan maar naar huis voor de buis. Daar aangekomen, blijkt de wedstrijd net vijf minuten te zijn afgelopen.