Fotograaf Andreas Gursky en de herinneringsbeelden van de twintigste eeuw; 'Verveling is een ideale toestand'

Andreas Gursky. T/m 3 juli in De Appel, Nieuwe Spiegelstr. 10, Amsterdam. Di t/m zo 12-17u.

De Duitser Andreas Gursky (39) maakt foto's die gedompeld zijn in een egaal, helderwit licht - alsof de hemel bedekt is en er elk ogenblik iets vreselijks kan losbarsten. “Ik stel me op als iemand die van een andere planeet komt.”

Een familie die een zondagmiddagwandeling maakt door een armzalige groenstrook buiten een industriestad, een eenzame visser wiens idylle van gelukzalige rust wordt verstoord door een enorm viaduct dat boven hem torent, de machinale handelingen van de arbeiders in een Siemens-fabriek. De grote cibachroom-beelden van de Duitser Andreas Gursky, die nu in De Appel in Amsterdam worden geéxposeerd, vallen op door hun vertrouwde en tegelijk bevreemdende atmosfeer. Alle opnames zijn gedompeld in egaal, helderwit licht - alsof de hemel bedekt is en er elk ogenblik iets vreselijks kan losbarsten. De 39-jarige Gursky won het afgelopen jaar snel aan bekendheid; de omvangrijke expositie die nu in De Appel in Amsterdam te zien is, was eerder in de Deichtorhallen in Hamburg.

“Het interesseert me hoe mensen zich over de aardbol bewegen,” zegt Andreas Gursky, “en ik stel me daarbij op als iemand die van een andere planeet komt.” In bijna letterlijke zin komt dat tot uitdrukking in het vogelvlucht-perspectief dat de fotograaf in vrijwel alle opnames aanhoudt. Bijvoorbeeld bij de picknickende bergbeklimmers of de arbeiders op de werkvloer van een Grundig-fabriek. De mensen op Gursky's foto's zijn cruciaal maar anoniem; van bovenaf bezien vormen ze patronen, zoals lussen of spiralen, alsof er aan hun doen en laten een geheime regie ten grondslag ligt. “Ik bezie al dat bewegen als een milde godheid,” glimlacht de in Oost-Duitsland geboren maar in Düsseldorf opgegroeide Gursky, die dit gedeelte van zijn oeuvre zijn 'sociologie van de vrije tijd' noemt. “Om mijn beelden te begrijpen, hoef je geen kunstgeschiedenis gestudeerd te hebben. In die zin noem ik ze 'democratisch'. Wat de mensen op mijn foto's doen, zoals aan de rand van een vliegveld kijken naar de opstijgende vliegtuigen, of een zwembad bezoeken, dat hebben we allemaal weleens gedaan. Ik wil dat de camera werkt als een herinneringsmachine voor de kijker. Daarom gebruik ik onbewuste, algemene typen beeldtaal.”

Als voorbeelden noemt hij het picknickende gezelschap bergklimmers dat de klapstoelen tot een ovale kring heeft gerangschikt: “Die opstelling is dè ordening van Het Laatste Avondmaal.” En de opname van in het zwart geklede effectenhandelaren die als bedrijvige mieren door elkaar krioelen op de beurs in Tokio vergelijkt hij met historische veldslagen zoals de schilderkunst die weergaf. “Ik ben speciaal naar Tokio gereisd om deze opname te maken. Ik zag een foto van die beursmannetjes in een Amerikaanse weekblad en wist meteen: dit is een typisch beeld van het einde van de twintigste eeuw. Gisteren liep ik te joggen in het Vondelpark en besefte dat dat half-sjokkende loopje dè manier van bewegen van de jaren negentig is geworden. In de negentiende eeuw flaneerde men in een park, op zijn paasbest gekleed, nu draaft men er gehuld in kunstvezels rond.”

Toch zal men Gursky niet kunnen betrappen op ironie. “Ik was enig kind en mijn ouders werkten allebei. Misschien is dat de reden dat ik altijd op zoek ben geweest naar het gezelschap van anderen. Ik houd wel van groepen mensen, wat iets heel anders is dan houden van massa's.” De opmerking dat deze vormen van vrijetijdsbesteding lamlendig of dwangmatig overkomen, spreekt Gursky tegen: “Verveling is een ideale toestand, vind ik: je naar je eigen welbehagen richten, niets moeten. Ik ben zelf getrouwd en heb twee kinderen - ook ik besteed mijn vrije tijd op de fiets, of in een zwembad, of aan een spaarzaam stukje groen even buiten Düsseldorf. Mijn beelden ontstaan uit een gevoel van harmonie,” verzekert hij.

Gursky wil ons met zijn opnames een moment laten nadenken over al dat bewegen en handelen dat we onophoudelijk doen. Om dat effect te versterken concentreert hij zich in zijn meest recente werken vooral op de materialiteit van de dingen die hij vastlegt; mensen zijn meer op de achtergrond geraakt. Het duidelijkste voorbeeld van de nieuwe koers om 'de stof waaruit de dingen zijn gemaakt, te onderzoeken' is een close-up van een zandstrand dat van dichterbij een geribbeld, beige tapijt blijkt te zijn.

Al is zijn nieuwe werk abstracter, toch zweert Andreas Gursky bij toeval en een beetje geluk. “De meeste foto's ontstaan door op straat te lopen en ineens een beeld te zien. Een bepaald licht, of een groepering van mensen, of een intrigerend materiaal. Later ga ik terug en wacht net zolang tot het juiste ogenblik aanbreekt. Meestal maak ik maar één opname. Ik geloof in de onherhaalbaarheid van het moment.”