De droom van Michel Rocard lijkt voorgoed vervlogen

PARIJS, 20 JUNI. Michel Rocard moet zich vandaag geestelijk overleden voelen. Een heel leven heeft hij in dienst gesteld van een fatsoenlijk, realistisch socialisme. De kans het als minister-president te bewijzen werd hem door zijn aartsrivaal Mitterrand gegeven en ontnomen. De kans als partijleider en 'natuurlijk kandidaat' voor het presidentschap vorm te geven aan zijn droom heeft hij gisteren verspeeld. Waarschijnlijk voorgoed.

De persoonlijke tragiek van de 63-jarige Rocard overschaduwt enigszins de huidige wildernis in de socialistische partij. De krachtige bloedgroepen hebben hun derde slachtoffer in drie jaar gemaakt. Na Pierre Mauroy en Laurent Fabius heeft nu ook Michel Rocard moeten ervaren dat de personalistische stromingen binnen de PS te omzeilen noch te verenigen zijn.

De socialistische partij gaat nu weer naar links, heeft Rocards voorlopige opvolger als eerste secretaris, Henri Emmanuelli (49) verklaard. “De partij heeft zich niet duidelijk genoeg opgesteld. Wij moeten loontrekkers en gepensioneerden beschermen tegen de aanslagen op hun welvaart door de conservatieve regering-Balladur. Het ultra-klassieke beleid tracht de werkloosheid te verminderen door de welvaart te verminderen.”

De nieuwe eerste man van de socialisten heeft beloofd de leden binnenkort te zullen raadplegen, zowel over een meer herkenbaar linkse lijn als over zijn persoon. Na het aftreden van Rocard stelde het hele dagelijks bestuur van de partij zijn zetels ter beschikking. Een tijdelijk bestuur neemt nu de zaken waar. Zoals dat ook gebeurde toen Rocard in april vorig jaar de macht overnam na het socialistische verkiezingsechec dat de regering-Balladur in het zadel hees.

Dit najaar moet een partijcongres een definitieve eerste secretaris benoemen en een lijn uitstippelen voor de belangrijke presidentsverkiezingen van april '95.

Het is allerminst duidelijk wie uiteindelijk namens de socialisten zal dingen naar de opvolging van Mitterrand. Oud-premier Fabius, zelf verstoten als partijleider, droeg zijn steentje bij aan de val van Rocard door aan de vooravond van de beslissende vergadering Jacuqes Delors te tippen als de beste presidentskandidaat van links. Dat was minder dan behulpzaam voor de eerste secretaris, die toen nog vocht voor een laatste kans.

De beslissende vergadering van de National Raad van de socialisten, gehouden in het wetenschapspark La Villette in Parijs, was volgens traditie besloten. Alle verslagen erover berusten dus op berichten uit de tweede hand en mededelingen gedaan in de wandelgangen. Dat verhoogde gisteren de sfeer van samenzwering en persoonlijke afrekeningen. Na ruim dertien jaar socialistisch presidentschap lopen er binnen de partij veel ex-autoriteiten met geknakte ambities rond. Die zijn opnieuw bereid gebleken een leider te offeren aan ondoorzichtige mengsels van antipathie en politiek.

De ramp met Rocard voltrok zich voor ieders ogen tijdens de weken voorafgaand aan de Europese verkiezingen. Terwijl de eerste secretaris met een pro-Europese en op solidariteit tussen mensen en volkeren gebaseerde boodschap stad en land afreisde, lieten de meeste 'oude olifanten' uit de partij hem zijn eigen boontjes doppen. Jack Lang, Laurent Fabius, en zelfs zijn coalitie-partner binnen de partij, Lionel Jospin, gunden Rocard alle vrijheid de zich aftekenende nederlaag geheel voor eigen rekening te realiseren.

Alleen Pierre Mauroy, oud-premier, oud-partijleider en nog steeds machtig burgemeester van Lille, steunde Rocard openlijk en van harte. Net als Jacques Delors, de Euro-president die - mede vanwege zijn afwezigheid - de enige man is die bij alle elegant kibbelende facties op respect kan rekenen. Of Delors uit overtuiging, uit principe of uit berekening achter Rocard ging staan, zal alleen zijn dagboek kunnen vertellen. Schade heeft het hem niet berokkend.

De andere grote afwezige was, zoals al zo lang in socialistische kring, François Mitterrand. Hoog en droog in het Elyseé moet meer dan een glimlach over zijn presidentiële gelaat zijn gegleden. Nog voor hij zijn eigen hoogste mandaat opgeeft, keert de man die hem eeuwig een spiegel van principes en realisme voorhield terug tot ongevaarlijke materie.

En opnieuw, tot de tijd van definitieve memoires en biografieën zal niemand weten in welke mate Mitterrand een handje hielp bij die val, door de linkse populist Bernard Tapie te laten delen in de gloed van zijn presidentiële gunst. Zeker is dat Rocards afgrond niet zo diep was geweest als Tapie hem geen essentiële procenten had afgepikt met zijn volkse uitstraling en zijn even simpele als gratuite belofte dat jeugdwerkloosheid verboden zou worden als het aan hem lag.

Arbeiders en werkloze jongeren zijn in de zakenman Tapie, met al zijn rechtszaken wegens vermoeden van fraude, meer hun held gaan zien dan in de sobere protestant Rocard, die heeft gestreden tegen alle populisme en verraad van de werkende klasse met loze beloftes. Wil het volk dan bedrogen worden, zal Michel Rocard zich vandaag verdrietig afvragen.

Hij is overigens eerlijk genoeg zijn eigen ongelijk ruim te bemeten. Een gebrek aan demagogie erkent hij volmondig. Gevoegd bij een gebleken onvermogen in harmonie tussen de mannetjes en de bloedgroepen te bemiddelen, was het genoeg voor zijn val in een genadeloos televisie-tijdperk. Dat ene, iets te ruim vallende double-breasted grijze pak onttrok de staatsman van formaat aan het gezicht. De harde les voor de hugenoot Rocard: soberheid rendeert in de politiek alleen als je er mee te koop loopt.