Cd's met oude en onbekende opnamen van legendarische Prades-festivals; Brommende Casals als dirigent en cellist

Pablo Casals Edition. Werken van Bach, Beethoven, Mozart, Schubert, Brahms en Schumann (met o.a. Isaac Stern, Eugene Estomin, Rudolf Serkin, Alexander Schneider en Joseph Fuchs). Sony Classical PC 0170 en PC 0275.

Het dorpje Prades in de Franse Pyreneeën was in de late lente van 1950 een maand lang het brandpunt van het internationale muziekleven. Musici uit de hele wereld kwamen er bij elkaar om tijdens een groots opgezet festival samen met de legendarische Catalaanse cellist Pablo Casals muziek te spelen van Johann Sebastian Bach, die precies twee eeuwen eerder was overleden. De Amerikaanse platenmaatschappij Columbia Records sloot een exclusief contract met de festivalorganisatie om alle concerten op te mogen nemen, behalve de solorecitals van Casals zelf.

Ruim twintig jaar na de dood van Casals in oktober 1973 heeft Sony Classical, waarin Columbia enkele jaren geleden is opgegaan, een selectie van de opnames van het Bach Festival en van de vermaarde Casals Festivals uit de jaren daarna opnieuw uitgebracht op compact disc. De meeste uitvoeringen waren nog niet eerder op cd verschenen. De opname van Schuberts Vijfde symfonie door het ad hoc festivalorkest onder leiding van Pablo Casals uit 1953 was zelfs nog niet eerder in de handel gebracht.

Als dirigent is Casals minder bekend dan als cellist. Toch leidde hij al in de jaren twintig in Barcelona een orkest dat zijn naam droeg. De orkesten die Casals tijdens de festivals in Prades dirigeerde, bestonden uit uitstekende musici die voor de gelegenheid bijeenkwamen. Casals repeteerde lange dagen om ze op één lijn te krijgen en vaak met succes. Ook zijn Vijfde van Schubert ontstijgt de categorie interessante, maar beroerd klinkende historische rariteiten.

De twaalf cd's omvatten het typische Casals-repertoire: de pianotrio's van Beethoven, Schubert en Brahms, de cellosonates van Beethoven (met Rudolf Serkin), het Strijkkwintet van Schubert en het Sextet nr 1 van Brahms. Verder horen we Casals als dirigent in orkestwerken van Mozart en Bach en als solist in het Celloconcert van Schumann. Jammergenoeg ontbreken zijn prachtig trage en zangerige interpretaties van Bachs Sonates voor cello en piano uit 1950, waarin Casals werd begeleid door Paul Baumgartner.

In december 1949 was Casals 73 jaar geworden. Na de overwinning van de troepen van Franco in de Spaanse Burgeroorlog had hij zich als balling teruggetrokken in Prades. Casals weigerde op te treden in landen die de Spaanse dictator hadden erkend en hij had daarom sinds 1946 geen belangrijk concert meer gegeven. Hij bracht zijn tijd door met lesgeven, studeren en het schrijven van honderden brieven aan vrienden en bewonderaars.

Misschien had de wereld Casals nooit meer in het openbaar horen spelen, als niet de violist Alexander Schneider hem in de loop van 1949 had weten over te halen mee te doen aan een groots opgezet Bachfestival in Prades. De talrijke uitnodigingen voor optredens, vooral uit Amerika, had de Casals steeds resoluut afgewezen. “Als Casals niet naar Amerika wil komen, moet Amerika maar naar hem toe gaan”, redeneerde Schneider. Na lang aarzelen stemde Casals toe. Hij zag het festival als een protest tegen de Spaanse machthebbers en de laksheid van de geallieerden.

Het Bach Festival werd een ware mediagebeurtenis. Toen Pablo Casals op de avond van 2 juni 1950 het podium besteeg in de Eglise de St. Pierre, de enige plek in Prades die geschikt was om een concert te geven, was de kerk volgepakt met verslaggevers, critici, hoogwaardigheidsbekleders en musici uit de hele wereld. Casals ging zitten voor het altaar, voelde met zijn vingers over de snaren en begon de Prelude uit de Eerste cellosuite van Bach.

De spanning was om te snijden. De kerk lag vol met snoeren van de opnameapparatuur, maar die was op verzoek van Casals uitgeschakeld. Alleen de aanwezigen in de zaal hoorden de magische eerste noten die Casals na twaalf jaar van stilte speelde. Snel werd duidelijk dat Casals' spel niets aan betovering had ingeboet. Critici roemden zijn eenvoudige, sterke toon en de precisie van zijn techniek. Het Bach Festival werd een groot succes; Casals was terug in het internationale muziekleven. Tussen 1951 en 1955 werden in Prades en het nabijgelegen Perpignan jaarlijks Casals Festivals georganiseerd.

De opnames die Columbia maakte in 1950 en daarna, konden rekenen op wereldwijde bewondering. De platenmaatschappij verkocht voor een veelvoud van de 25.000 dollar die in 1950 als voorschot aan het Bach Festival was betaald. Ook de concerten die Columbia vastlegde van 1951 tot 1955 werden alom beschouwd als fonografische mijlpalen. Een jaar na Casals' dood in 1974 was dat oordeel veranderd. Columbia bracht toen als eerbetoon een speciale box uit met de hoogtepunten uit de Prades-festivals. Een criticus schreef dat Casals 'op een vreemde manier slechts op de achtergrond aanwezig leek te zijn'. Anderen deden zijn stijlopvatting af als te 'eigenzinnig romantisch'.

Op de cd-heruitgave van de Prades-uitvoeringen valt vooral het devote respect op dat Casals moet hebben gevoeld voor de muziek die hij speelde. Wonderlijk genoeg klinken zijn interpretaties uit 1950 en daarna minder 'modern' dan de veel oudere platen die Casals in de jaren twintig maakte met violist Jacques Thibaud en pianist Alfred Cortot. Het is alsof we de muziek horen zoals die in het bewustzijn van Casals is meegegroeid, gerijpt, ouder geworden. Niet de noten klinken, maar eerder de herinnering eraan.

Casals behoorde tot een generatie musici voor wie technische perfectie en ultieme klankschoonheid geen doel op zich waren. Hij liet het hout van zijn cello eenvoudig zingen zoals het in zijn hoofd zong. Voor de inzet van een langzame sololijn horen we de cellist vaak even diep brommen; het keelgeluid ontsnapte hem waarschijnlijk zonder dat hij het merkte. Maar heel even klinkt dat gebrom, dan neemt de cello het over van zijn oude stem.