Belerend vingertje

Sinds Hugo de Groot heeft Nederland waarschijnlijk geen werkelijk goede diplomaat bezeten. Zonder het onszelf voldoende te realiseren staan wij internationaal bekend om ons gebrek aan diplomatie. Tijdens de onderhandelingen over het Britse lidmaatschap van de Europese Gemeenschap zei een Engelse deelnemer me: “We would have made real progress today if only the Dutch hadn't helped us so much”. Iets dergelijks verwijt men nu ook premier Lubbers, tijdens de Maastrichtse top.

Maar niet alleen op Europees gebied herhaalt zich de historie. Al voor de derde maal zoekt een Nederlandse bewindvoerder aan het eind van een regeringscarrière tevergeefs een internationale topbaan uit een volstrekt overschatte startpositie. Tot tweemaal toe probeerden Nederlandse ministers van financiën - Wim Duisenberg en Onno Ruding - het leiderschap van het Internationaal Monetair Fonds te veroveren op grond van hun duidelijke technische kwaliteiten.

Als staflid van het IMF zag ik achter de schermen hoe kansloos ze politiek waren, alleen al door hun altijd belerend geheven vinger.

Als de VS, Frankrijk, Duitsland en Engeland ons toch al niet nodig hebben - wie heeft werkelijk Nederlandse steun nodig - doet die vinger helemaal de deur dicht.