Badminton

Als we de Sport encyclopaedie (1951) van L. de Wolff mogen geloven, dankt Nederland de introductie van het badminton aan A. den Hoed uit Schiedam. Omstreeks 1920 had Den Hoed de sport leren kennen in Ierland. Elf jaar later was hij een van de oprichters van de Nederlandse Badminton Bond.

Badminton is zo genoemd naar Badminton House, het kasteel van de hertog van Beaufort in Gloucestershire. Het was hier dat het eerste spelletje badminton werd gespeeld.

Over de precieze gang van zaken lopen de meningen uiteen. Volgens één versie van het verhaal is de uitvinding van het badminton te danken aan een regenbui. In 1860 gaf de hertog van Beaufort een tuinfeest, zo wil deze geschiedenis, maar door het slechte weer dreigde alles mis te lopen. De kinderen amuseerden zich intussen met een oeroud spelletje dat vroeger in Nederland bekend stond als vederbal en in Engeland als battledore of shuttlecock: met paletjes sloegen zij een balletje van kurk, met leer overtrokken en met veertjes versierd, naar elkaar over. Vindingrijke gasten spanden een net in de hal van Badminton House, leenden het kinderspeelgoed en voilà, badminton was een feit. Een van de feestgangers vertrok later naar India, zo vervolgt deze geschiedenis, waar hij het spel introduceerde. In 1877 werden te Karachi de spelregels van badminton voor het eerst vastgelegd.

Volgens andere bronnen werd het spelletje met pluimbal en racket omstreeks 1873 voor het eerst op een feest te Badminton House gespeeld door Engelse officieren die de sport in India hadden leren kennen. Het spel zou daar poona worden genoemd, maar het kan goed zijn dat hier verwarring optreedt met de Indiase plaats Poona, want weer andere bronnen melden dat de eerste badmintonregels dáár werden vastgelegd, en niet in Karachi. Chronologisch sluit deze versie van het verhaal in ieder geval beter aan bij de bewijsplaatsen voor het woord badminton. De vroegste vermelding in het Engels dateert namelijk van 1874. In het Frans duikt het woord op in 1882.

In Engeland werd het spel eerst vooral gespeeld in Bath en Cheltenham en 'other places where retired Indians congregate', zoals The Encyclopaedia of sport and games het in 1900 uitdrukte. Maar het spel won snel aan populariteit. In 1895 werd de Badminton Association opgericht en in 1899 werden de eerste kampioenschappen uitgeschreven. Er verscheen een Badminton Magazine en een Badminton Gazette en binnen korte tijd raakte het spel ook buiten Engeland bekend. Amerika liep wat dit betreft vooraan. Al in 1878 richtten Bayard Clark en E. Langdon Wilkes 'The Badminton Club of the City of New York' op. Toegelaten werden mannen en meisjes die 'good-looking' èn ongebonden waren.

Nederland beschouwde badminton in eerste instantie als een puur Britse aangelegenheid. De Winkler Prins maakte er in 1915 melding van, naar het lijkt met enige verbazing (“In Engeland bestaat zelfs een 'Badminton Association' ”). Een vreemde-woordentolk uit 1938 wist van badminton geen betere verklaring te geven dan: 'soort van tafeltennis'. En in 1948 meldde de Winkler Prins: “Het spel is in enkele landen zéér in trek: Engeland, Canada, Denemarken. In andere landen is er weinig belangstelling voor. (...) In Nederland is er omstreeks 1930-1935 een vleug van belangstelling geweest, met bezoek van bekende spelers, doch opgang heeft het spel hier nog niet gemaakt, vnl. door gemis aan goede spelgelegenheid.”

Waarschijnlijk is dit de verklaring waarom het zolang duurde voordat onze handwoordenboeken dit woord opnamen. Van Dale vermeldt het pas sinds 1950, Koenen sinds 1952 - ruim dertig jaar nadat A. den Hoed het spel vanuit Ierland meenam naar Schiedam.