Column

Zwerfkakker

Het pand van Instituut De Boer in Arnhem, een school voor hele domme rijkeluiskindertjes, bij wie de kennis er onder een druk van 80 megabar in wordt geperst, wordt al sinds donderdagmiddag bewaakt door een particuliere beveiligingsdienst. Ingehuurd door de directie!

Waarom?

Om journalisten buiten te houden.

Waarom?

In de school hebben de leraren, ondanks doorlopende inspectie van het ministerie, zitten sjoemelen bij de examens en op die manier de domste kiddo's aan het door hun ouders afgesmeekte papiertje geholpen.

Het is zo'n school die adverteert in bladen met een hoog hockey-gehalte (Quote, Financieel Dagblad, Elsevier, FEM en NRC) en die in zijn annonces protst met de eindexamenresultaten van het afgelopen jaar. Op die manier hoopt men weer een paar zwerfkakkers te strikken.

Hoe word je zwerfkakker?

Papa zit als voorzitter van de raad van bestuur van een of andere multi-national de hele dag achterin bij zijn chauffeur met Japan te faxen, mama is golfen, tennissen, bridgen of punnikt voor de plaatselijke Rotary, de Filippijnse amah loopt gedienstig op haar blote voetjes door het huis en behandelt jou, de kleine Hajé (is Wassenaars voor Hendrik-Jan), alsof je de Chinese Keizer zelf bent en je geniet van een naar zijn zevende leven springende Super Mario op je Nintendo.

Dat gaat dus mis, maar dat lost Instituut De Boer graag op.

Het kost de ouders dertig ruggen per jaar - dat is in onze kringen bijna een ton bruto -, maar dan kan je wel lekker blijven faxen, bridgen, golfen en tennissen. Zij houden jouw dombo wel van de straat.

Als ouwe Gooise kakker heb ik in tien jaar tijd een MAVO-diploma bij elkaar gesprokkeld en heb daar, om precies te zijn, vijf scholen over gedaan. Mijn ouders waren in die tijd al murw omdat vier oudere broers een zelfde carrière achter de rug hadden. Eentje verliet de school kaler dan de meeste leraren en is samen met de rector gaan vutten.

Toen ik mijn vader voor de zoveelste keer vertelde dat ik èn was blijven zitten èn wederom van school getrapt, antwoordde hij: 'Ik wist niet eens dat je nog op school zat'. En ging verder met de krant.

Bij ons in het Gooi waren wij niet de enige mislukkelingen; de halve hockeyclub faalde door te veel trainen, te veel bier, te veel feestjes, te veel toernooien, kortom: veel te veel hockey.

En als iemand zijn middelbare school wel gewoon in de afgesproken tijd had gehaald ging hij in het eerste jaar zuipend ten onder aan een maagzweer bij een of ander studentencorps.

Nu had je in mijn tijd Instituut Blankesteijn en die ouwe Blankesteijn was niet gek. Hij klopte toen de Gooise kakkers al vier ribben uit hun lijf en garandeerde aan papa en mama Van Fluitekruid tot Pannerden dat hun Willem Jan (Wéjé) met het beloofde papiertje thuis zou komen. Hij beloofde niet, hij garandeerde. Op die school ging het stevig toe en hij had dan ook al gauw de bijnaam 'Frankenstein'.

Die ouwe Blankesteijn maakte het echter wel waar. De jongetjes kregen een neutraal staatsexamen en zover ik weet slaagde meer dan tachtig procent. Later is die Blankesteijn ook gaan foezelen, heeft inferieure leraren met een Rozenblad-curriculum aangenomen, met de belasting gerommeld en toen was hij snel failliet.

En zo gaat het nu ook met meneer De Boer en zijn tweedehands docenten.

En de ouders? Teleurgesteld?

Natuurlijk niet. Eindelijk heeft hun kind zijn of haar diploma. Alles is te koop. En wat daarna? Simpel: als het een meisje is gaat Valery lekker als au pair naar Parijs en als het een jongetje is is Pébé (Pieter Bas) helemaal klaar voor het bedrijfsleven.

Het belangrijkste heeft ie namelijk al geleerd.

Sjoemelen.