Vreemdelingenkamer stil, maar overbelast

De rechterlijke macht in Nederland kan de grote hoeveelheid beroepszaken van afgewezen asielzoekers niet aan. Het is de schuld van de ander, zeggen alle betrokkenen. Maar intussen is het in de rechtbank in Den Bosch angstwekkend stil.

DEN BOSCH, 18 JUNI. Achter het loket van de rechtbank in Den Bosch schudt de man in uniform mistroostig zijn hoofd. Alle verzoeken van afgewezen asielzoekers die de Vreemdelingenkamer hier vanochtend zou behandelen, gaan niet door. “Spijtig dat u zo vroeg voor niets bent gekomen,” zegt hij. Nee, niemand heeft hem van de reden op de hoogte gesteld.

Rechter mr. J.H. Rullmann is boos. De Vreemdelingenkamer in Den Bosch had nu juist de hele dag ingeruimd om de achterstand een beetje weg te werken. Er stonden negen verzoekschriften op de agenda, maar aan het eind van de dag zijn slechts vier zaken behandeld. Rullmann zou de zaken in de ochtend voor zijn rekening nemen. Nu kan hij slechts één zaak behandelen: een verzoekschrift van een Algerijn wiens advocate vorige week niet naar rechtbank kon komen vanwege de treinstaking.

Rullmann lucht zijn geteisterde gemoed op de advocate en de landsadvocaat, die het ministerie van justitie vertegenwoordigt. Ook landsadvocaat P. Kruijdenberg probeert zich van alle blaam te zuiveren. Hij constateert dat veel advocaten verzoekschriften alsnog intrekken, nadat de landsadvocaat een verweerschrift heeft opgesteld.

Rechters, advocaten en het ministerie van justitie schuiven elkaar de zwarte Piet toe als het gaat om de vraag wie verantwoordelijk is voor het ontstaan van de lange wachtlijsten bij de vreemdelingenkamer. In de afgelopen drie maanden is het aantal verzoekschriften opgelopen tot 3.240. Van snellere asielprocedures, een beoogd doel van de vijf rechtbanken die onder de nieuwe vreemdelingenkamer vallen, is geen sprake. In drie maanden tijd hebben de 25 'asielrechters' slechts 437 zaken afgehandeld.

Het ministerie van justitie levert niet op tijd de dossiers aan de landsadvocaat die zich voor zijn verweerschrift juist baseert op informatie van het department, menen rechters en advocaten. Maar in Den Bosch wijzen Rullmann en landsadvocaat Kruijdenberg er ook op dat veel advocaten in beroep gaan, zonder ook maar iets van de zaak af te weten.

“Dat zal ik uitleggen” zegt mr. A. Sivirsky. Ze veert opgewonden op. Het is inmiddels middag en een collega-rechter heeft de plaats van Rullman ingenomen. Sivirsky heeft net de situatie van haar cliënt uit de doeken gedaan: de Chinese jongen kwam naar Nederland nadat de autoriteiten zijn vader veroordeelden voor zijn aandeel in de revolutie van 1989 en de rest van het gezin slachtoffer werd van pesterijen.

In Nederland wees Justitie zijn asielaanvraag af en kreeg advocate Sivirsky een etmaal om te beslissen of ze in beroep zou gaan - de nul dagen beschikking die Justitie regelmatig geeft. “Dat is een idiote termijn. Zo kan ik toch niet serieus een dossier bekijken? En dus ga ik, ongezien de zaak, in beroep.”

De zaak van de Chinees maakt ook duidelijk dat de komst van de Kamer nog niet heeft gezorgd voor een snellere afwikkeling. Sizirsky: “Drie maanden en drie weken geleden heb ik het verzoekschrift ingediend”. En dan heeft de advocate alleen nog maar een voorlopige voorziening aangevraagd: mag de Chinees het beroep tegen de afwijzing van Justitie in Nederland afwachten? Aan de vraag of het ministerie juist heeft gehandeld door de jongen af te wijzen, komt de Vreemdelingenkamer de eerste maanden niet toe.

Op de gang heeft advocate De Jong een paar uur eerder haar toga afgerukt. Ze is boos op rechter Rullmann die haar op de vingers tikte. “Aan een blauw oog is nog nooit iemand overleden”, zegt hij cynisch als de advocate vertelt over de lotgevallen van haar Algerijnse cliënt. Dat advocaten te snel in beroep gaan, zoals Rullmann zegt, is volgens haar logisch. “Vaak proberen we zo tijd te rekken. Misschien komt er nog wel bewijsmateriaal boven water. Je weet tenslotte maar nooit.”