Symposion: de laatste dagen van Tsjaikovski

Symposion, Zondag, Ned.3, 12.55-16.25u.

Peter Schat vindt nog steeds dat het Amsterdamse Muziektheater verwoest moet worden. Maar hij is soms ook zeer tevreden over wat er daarbinnen gebeurt, zoals de uitvoeringen vorige maand van zijn opera Symposion, die zondagmiddag door de NOS-tv wordt uitgezonden. In een stuk voor het personeelsblad van het Muziektheater toont Schat zich buitengewoon enthousiast over de inzet van “vijf legers” van medewerkenden van de Nederlandse Opera (solisten, figuranten, koorleden, musici en genietroepen van techniek, ondersteund door decor- en kostuumateliers en de kantoren).

Iedereen binnen het Muziektheater wordt door de componist van harte bedankt. Van de pers, voorzover die bedenkingen (“zuinig gezeur”) heeft, zegt Schat zich niets aan te trekken. En het talrijke aandachtige publiek behaalde volgens de componist een overwinning op de zeurpers: “In het voetspoor van Oscar Wilde heb ik de neiging het te feliciteren.”

Zondagmiddag kan een nog veel groter publiek dan het Muziektheater acht keer kon bevatten kennisnemen van Symposion, een opera op tekst van Gerrit Komrij. Het stuk legt een verbinding tussen de (vermeende) gedwongen zelfmoord van Tsjaikovski en de historische gedwongen zelfmoord van Socrates en diens door Plato in Symposion beschreven optreden aan het Gastmaal (symposion) waarbij een tafelgesprek werd gevoerd over de liefde. Tsjaikovski wil in de opera een ballet schrijven op dit thema en zijn neef Vladimir Davidov, voor wie Tsjaikovski liefde had opgevat, verschijnt hier dan ook tevens als Agathon, de Griekse tragediedichter die in Plato's Symposion voorkomt.

De opera toont de laatste dagen van Tsjaikovski, vanaf het moment dat hij op een station de trein neemt om de première bij te wonen van zijn Zesde symfonie (de 'Pathétique') tot en met het moment dat zijn broer Modest en dokter Bertenson in een station afspreken dat de door het tsarenhof afgedwongen zelfmoord strikt geheim moet worden gehouden. De tsarina had vanwege Tsjaikovski's homoseksualiteit opdracht gegeven hem te laten verdwijnen, de tsaar wil nog wel ingrijpen, maar dan is het al te laat. Het gif doet zijn werk en geeft in Symposion aanleiding tot wellicht de langste sterfscène uit de operahistorie, uitmondend in een pompeuze begrafenis.

De tv-registratie van Hans Hulscher kan slechts deels de werking van de voorstelling in de zaal overbrengen. Van de vaak verbazingwekkende effecten van het door Floris Guntenaar ontworpen zeer omvangrijke decor met allerlei vernuftige techniek, zoals een draaitoneel met daarbinnen een excentrisch draaiplateau dat de andere kant opgaat, blijft op een formaat van 40 bij 60 centimeter weinig over.

Bovendien is door de voor tv-opnamen te spaarzame theaterbelichting vrijwel niets te zien van de spiegeleffecten waarmee het optreden van de dansers in de droomscène wordt ingeleid. Wat door het voortdurende inzoomen nog sterker dan in het theater wordt benadrukt is de tragische figuur van Tsjaikovski, een op geweldige wijze vertolkte rol van Dale Duesing.

Over één ding wil ik toch nog zeuren: de laatste regel van Symposion. Daarin zegt dokter Bertenson: “Mij rest één troost: als leugenaar blijf ik de beste staatsdienaar.” Voor mij is zo'n slot te veel in de Brecht-traditie, te anekdotisch, te laag bij de gronds. Een opera met een onderwerp als Symposion had aan het slot een duiding verdiend op een hoger plan: zoals een lofzang op de onsterfelijke kunst van de onsterfelijke kunstenaar, een uitvergroting van de prachtige aria van de stationschef die in de eerste scène namens Rusland Tsjaikovski prijst.