'Staking bij NS heeft in elk geval 340 banen opgeleverd'

UTRECHT, 18 JUNI. Voorzitter G. Hardeveld van de spoorwegvakbond FSV aarzelt. De vraag was of het conflict bij de Nederlandse Spoorwegen een dagenlange staking billijkte. “Tsja, het had natuurlijk nooit zo lang hoeven duren als de NS-directie wat eerder had gereageerd. Maar tweeeneenhalve dag staken heeft in elk geval opgeleverd dat er zo'n 340 banen bij NS bijkomen.”

Hardeveld verwerpt de suggestie dat de bonden lichtvaardig naar het uiterste middel, staken, hebben gegrepen. Beslissend voor die keus was volgens hem de “blunder” van de NS om hangende het overleg over een nieuwe CAO voor de ruim 27.000 NS'ers opeens op de proppen te komen met het plan om de komende twee jaar 472 machinisten en conducteurs 'overcompleet' te verklaren. “Dat was hartstikke ontactisch. Daardoor gingen onze leden over de rooie. Dat hou je niet tegen.”

Na anderhalve dag staken achtte de NS-leiding het opportuun het overleg met de bonden te hervatten. Het mondde woendag in alle vroegte uit in een akkoord over een tweejarige CAO zònder loonsverhoging maar mét extra vrije dagen, die bij volledige herbezetting zo'n 340 banen zouden opleveren. Daarnaast werd de inkrimping beperkt tot 50 machinisten en 146 conducteurs, van wie overigens zeventig conducteurs nog tijdelijk ander werk bij NS krijgen. De bonden waren tevreden, maar de leden niet. Het kostte de grootste moeite de actievoerders weer aan het werk te krijgen. Via referenda en ledenvergaderingen proberen ze de boel de komende weken verder tot bedaren te brengen.

Aanloop, staking en naspel bevestigen het beeld dat bij de vorige massale acties bij de Nederlandse Spoorwegen, twee jaar geleden, ook al ontstond: ruziënde vakbonden die elkaar het licht in de ogen nauwelijks gunnen. Vooral de Vervoersbond FNV (ongeveer 8.500 leden bij de NS) en de iets kleinere spoorwegvakbond FSV zijn gewikkeld in een machtstrijd. Ook tijdens het jongste conflict probeerden zij elkaar praktisch doorlopend de loef af te steken met CAO-eisen, actieplannen, ultimata en stakingsparolen. Onderhandelaar G.W. Korteweg van de FNV-bond sprak in dit verband eerder deze week van een voor de NS “fnuikende concurrentieslag” tussen de bonden.

Met name de FSV krijgt dikwijls het verwijt dat zij zich niet al te veel gelegen zou laten liggen aan de moeilijke fase - verzelfstandiging en cultuuromslag - waarin de NS verkeren. Het kost weinig moeite uit de mond van NS-managers smalende opmerkingen te noteren over “kortzichtige behartiging van deelbelangen” waaraan de FSV'ers zich zouden schuldig maken.

Hardeveld kent die geluiden. “Wij hebben het imago van een rebellenclub”, zegt hij. Hij geeft toe dat de FSV-inbreng in de NS-discussies “niet zo creatief” is als die van andere partijen. “Wij zijn een categorale bond met maar een paar mensen op kantoor. We hebben alleen te maken met de belangen van het spoorwegpersoneel.”

De FSV werd begin jaren zestig opgericht door NS'ers die, voor een deel afkomstig van andere bonden, ontevreden waren over de belangenbehartiging. “De bonden die je toen had van NVV, NKV en CNV gingen te veel op de stoel van de directie zitten. In feite is dat nog steeds zo met de vervoersbonden van FNV en CNV. Het is wel van groot belang dat je als bonden één lijn trekt, maar het kan natuurlijk niet zo zijn dat wij even de problemen van de directie gaan oplossen.”

In 1969 werd de FSV voor het eerst toegelaten tot het CAO-overleg bij NS. “Dat kunnen die andere bonden nog steeds niet goed verkroppen. Wij zijn de hete adem in hun nek, simpel omdat wij dichter bij de werkvloer staan.” Maar dat hij een achterhoedegevecht zou leveren wil er bij Hardeveld niet in. “Ik zal niet ontkennen dat het bij de NS efficiënter moet en kan. Maar als er dan 4.800 mensen uit moeten, moet men ons niet verwijten dat we alles in het werk stellen om te voorkomen dat er gedwongen ontslagen vallen. Daar ben je vakbond voor. NS-president Den Besten vroeg van de week ook: 'Maar meneer Hardeveld, waar moeten we het geld vandaan halen?' Toen heb ik gezegd: 'Dat is jullie probleem'. Laten ze de winstprognoses maar wat bijstellen. Arbeidsrust moet ook de NS wat waard zijn.”