Sommige kunstwerken belemmeren gelovigen in zondagse kerkgang

Ruimte voor beelden, t/m 21 augustus op 22 Remonstrantse locaties, do, vrij zat 12-17 u, zo 14-17 u. Cat. 29,50 gulden.

ROTTERDAM, 18 JUNI. In kerken, kloosters en een landgoed van de Remonstrantse Broederschap begint vandaag de tentoonstelling Ruimte voor Beelden van de Nederlandse Kring van Beeldhouwers. Daarmee viert de vereniging haar 75-jarig bestaan. In totaal 22 locaties in het hele land bieden plaats aan werken van een of meer kunstenaars. Het project maakt ook deel uit van Beelden in Nederland, de landelijke manifestatie rond de geschiedenis van de beeldhouwkunst in Nederland die dit jaar wordt gehouden.

De samenwerking met de remonstranten is tot stand gekomen, omdat kringlid Peter Kattenberg behalve beeldhouwer ook dominee is bij de broederschap. Zo ontstond het idee om de nogal kale kerken tijdelijk met een kunstwerk op te fleuren. Aan de tentoonstelling doen 67 exposanten mee, van wie 38 Kringleden. De Kring-leden van wie zich 70 hadden aangemeld, zijn gekozen door een onafhankelijke selectiecommissie, waarin onder anderen vertegenwoordigers van de Rijksdienst Beeldende Kunst, musea en Kringleden zaten. De buitenstaanders zijn door de commissie uitgenodigd. De verschillende locaties zijn van tevoren in een fotoserie vastgelegd en de deelnemers hebben zich laten inspireren door een door henzelf gekozen ruimte.

Van het begrote subsidiegeld van zes ton voor het projekt kon maar net de helft worden binnengehaald. Het gevolg was dat er beknibbeld moest worden op de honoraria. De deelnemers krijgen nu tweeduizend gulden elk in plaats van de geplande 4800. “Voor dat bedrag moeten ze een beeld maken en brengen. Het was een harde noot voor ons als beroepsvereniging om dat aan de leden te moeten melden”, vertelt Kring-secretaris Jan Sparreboom in Rotterdam, die zelf ook meedoet. Een aantal 'grote namen' die waren uitgenodigd, onder wie Pjotr Müller en Sjoerd Buisman, haakten voortijdig af.

Een paar kerken lijken zich ook wat verkeken te hebben op de moderne beeldhouwkunst, die ook videokunst inhoudt en installaties die het kerkepad blokkeren. Zo moet straks in Oude Wetering een werk van Hans van de Ban vóór elke kerkdienst naar buiten worden gereden om de gelovigen niet te hinderen.

De Nederlandse Kring van Beeldhouwers is opgericht in 1918 door een groep beeldhouwers met als doel samen tentoonstellingen te organiseren en tot een betere verdeling te komen van opdrachten. Tot de initiatiefnemers behoorden Hildo Krop, John Raedecker en Theo van Reyn. Vóór de Tweede Wereldoorlog was de Kring zeer actief, onder andere bij de oprichting van overkoepelende kunstenaarsorganisaties en als adviesorgaan voor de overheid. De jaren '60 en '70 kende een bloeitijd waarin het aantal leden tot ongeveer 250 steeg. De laatste jaren echter is het ledenaantal gedaald tot bijna 170. Bekende kunstenaars als Carel Visser haakten om uiteenlopende redenen af en de jongste generatie laat het afweten. “Soms kun je veel bereiken, soms sukkelt het voort en is het bijzonder dat je nog bestaat ondanks interne ruzies”, zegt Sparreboom die met zijn 32 jaar tot de jongere leden hoort. De meesten zijn rondom de 40 of ouder. “Voor ons is het ook een vraag waarom de belangstelling onder jongeren zo minimaal is. Misschien zijn ze individualistischer. De angst voor de ballotage is daarbij vrij hoog. Leden vinden het ook vervelend dat hun werk voor elke tentoonstelling weer beoordeeld moet worden.” Hij wijt de terugloop tevens aan de verslechterde economische situatie van veel beeldend kunstenaars.

Iedereen die als professioneel beeldhouwer werkt, kan in principe lid worden. Een voltooide academie-opleiding is geen harde eis. Een ballotagecommissie beoordeelt het werk op professionaliteit en gaat zo nodig op atelierbezoek. Sparreboom verzet zich fel tegen de veelgehoorde opvatting dat de Kring een behoudend karakter zou hebben. “Dat beeld is opgeroepen in publicaties, er wordt over ons geschreven met een negatieve bijklank. Niets is minder waar. Iedereen kan lid worden, alle stromingen zijn bij ons vertegenwoordigd, ook binnen de ballotagecommissie. We maken geen onderscheid tussen figuratieve en abstracte kunstenaars. Het is heel vervelend dat door het land gaat dat wij verantwoordelijk zouden zijn voor beelden als dat van Wim Kan op het Leidseplein. Zo'n idee ontstaat waarschijnlijk omdat iemand een tentoonstelling heeft bezocht met veel werk van oudere kunstenaars. Die hebben wij nu eenmaal ook onder onze leden.”

De Kring is vooral een papieren vereniging, de leden zien elkaar bij openingen en op de jaarlijkse ledenvergadering. Het bestuur is in de eerste plaats actief met het organiseren van tentoonstellingen, zo mogelijk twee keer per jaar, en het opkomen voor de belangen van de leden. De laatste tijd vergt vooral de discussie over de regeling voor kunstenaars in de bijstand veel tijd en aandacht. Veel leden zitten in de bijstand. “Wij zijn ervoor dat kunstenaars gewoon in de bijstand moeten kunnen en van hun bijverdiensten de beroepskosten af mogen trekken”, zegt Sparreboom. “Kunstenaars kunnen niet van minder leven dan van een minimumuitkering, anders raak je een groot deel van je kunstenaars kwijt. Maar dat is waarschijnlijk juist wat de overheid wil. De meeste van onze leden leven van monumentale beeldhouwkunst. Na de afschaffing van de BKR is de spoeling dun geworden. Er is een toevloed gekomen van kunstenaars die zich op de vrije markt begeven en de kans om voor een opdracht te worden uitgekozen is kleiner geworden. Waar we ook een hekel aan hebben is dat steeds vaker de beeldende-kunstcommissie van de opdrachtgevende instantie van te voren aangeeft hoe een kunstwerk eruit moet zien.”