Roodborstjes

Rob Hume: Europese vogels in hun biotoop

240 blz., Het Spectrum 1994 (Discovering birds, Ned. bewerking Arnoud van den Berg), ƒ 44,90

De traditionele veldgids voor Europese vogels is ingedeeld naar vogelfamilie. Zo staan de kraaiachtigen, de steltlopers of de uilen bij elkaar vermeld op één of hooguit een paar bladzijden. Dat maakt het vergelijken eenvoudig. Een onbekende witte vogel laat zich voor de geïnteresseerde eenvoudig met één blik op het aangegeven significante onderscheid - snavellengte, staartvorm of oogkleur - determineren tot kok-, dwerg-, zilver- of stormmeeuw.

Althans dat is de theorie. Want in de praktijk laten vogels zich niet zo graag en dus ook niet zo makkelijk determineren. Het is met behulp van zo'n doorsnee-veldgids onmogelijk te zeggen of een onderin schaduwrijk struweel scharrelende bruinige vogeltje nu een roodborstje is, een grasmus, of één van de tientallen andere mogelijkheden.

Om het teveel aan mogelijkheden te elimineren is derhalve aanvullende informatie nodig. De typische vogelgeluiden willen nog wel eens uitkomst bieden. Bij de karekiet of een kraai is dat eenvoudig, dat zijn onomatopeeën. Maar bij de boerenzwaluw ligt dat natuurlijk gecompliceerder. Petersons Vogelgids bijvoorbeeld, algemeen gezien als de beste op dit gebied, beschrijft de zang van dit veel voorkomende beestje als 'een aangenaam, zacht mengsel van vlugge kwetterende en kwelende tonen'. Zo'n omschrijving is nogal subjectief en zou met enige goede wil op zowat alle zwaluwen van toepassing kunnen zijn. Ook geografische informatie kan natuurlijk uitsluitsel geven: in Deens struikgewas bevindt zich waarschijnlijk geen provençaalse grasmus, netzomin als de noordse boszanger in een Madrileens stadspark te verwachten valt.

De veldgids Europese Vogels in hun biotoop is in tegenstelling tot de gewone veldgids ingedeeld naar leefomgeving. Deze gids elimineert mogelijkheden door het favoriete leefgebied van de verschillende vogelsoorten te geven. Om het voorbeeld van dat Nederlandse struweelscharrelaartje aan te houden: wordt het beestje waargenomen in een oud jachtbos, dan is het volgens deze gids waarschijnlijk een goudvink, in de nabijheid van een duinmeertje betreft het vermoedelijk een snor of een rietzanger, en tussen volkstuintjes kan een roodborstje of een grasmus worden verwacht.

Europese Vogels in hun biotoop neemt meer dan honderd types biotoop onder de loep. Naast de drie genoemde woongebieden komen ook polders voor, Oosteuropese moerassen, Spaanse hooggebergten, kiezelstranden, olijfboomgaarden en Franse bosbeekjes. Van elke soort leefomgeving is een exemplarische foto over twee pagina's afgedrukt. Bij de plaat staan tekeningen afgebeeld van de vogels die aan dat type terrein de voorkeur geven.

Deze ordening naar leefomgeving maakt het vinden van de juiste vogelnaam veel eenvoudiger. Natuurlijk is een reguliere gids onontbeerlijk, maar de mer à boire die vooral de beginnende 'vogelaar' hierin zal aantreffen, wordt met deze alternatief opgezette uitgave veel toegankelijker.

Eén kanttekening. Europese Vogels in hun biotoop is een Nederlandse bewerking van een oorspronkelijk Engelse uitgave van de Royal Society for the Protection of Birds. Hoewel de indruk wordt gewekt dat alle belangrijke biotopen van Europa evenveel aandacht krijgen, ligt de nadruk op die van de Britse eilanden. Vooral van de hooglanden van Schotland passeren alle variëteiten de revue. En de foto's van alpenweiden en andere continentale berghellingen doen trouwens ook wel heel Schots aan.