Positie buitenlandse banken nog onzeker door conflict tussen Congres en Huis; Wet stopt fragmentatie bankmarkt VS

NEW YORK, 18 JUNI. De Verenigde Staten kent nog altijd meer dan veertig banken per 1 miljoen inwoners tegenover minder dan tien voor de meeste Westeuropese landen. Het versplinterde bankbedrijf is al jaren in revisie maar zorgt toch telkens voor tegenvallers die de belastingbetaler miljarden dollars kosten. Een nieuwe wet, de Interstate Banking Bill, is de meeste recente poging tot deregulering. De wet is in behandeling bij de zogeheten conferentiecomissies, die de ontwerpversies van Senaat en Huis van Afgevaardigden moet samenvoegen.

“Het wantrouwen tegen banken is in dit land altijd enorm geweest. Daarom zijn er zoveel banken, zoveel regels en daarom hebben wij internationaal niet zulke goede banken als Europa.” Roy Smith, hoogleraar financiën aan New York University, juicht het toe dat de strenge, ingewikkelde Amerikaanse bankregels worden gewijzigd. “Het is ook hard nodig om internationaal te kunnen concurreren.”

Het duurde tot 1913 voor de VS een centrale bank had, de Federal Reserve. Na enkele wijzigingen kreeg de Fed in 1935 de structuur en functie die zij tot op heden nog steeds heeft. Wetgeving voor banken holde altijd achter de rampen aan, wat bij de burger en zijn vertegenwoordigers in Washington groot wantrouwen heeft geschapen. In de jaren tachtig kende de VS nog het spaarbankendebâcle, nadat een onbeduidend wetje de kredietmogelijkheden voor de Savings & Loans-banks (spaarbanken) op onverantwoorde wijze had versoepeld, zonder dat behoorlijke supervisie door een bankinstantie was ingebouwd. De schade liep op tot in de honderden miljarden dollars.

De Interstate Banking Bill, het wetsontwerp dat het mogelijk maakt over staatsgrenzen heen te bankieren, is vooral voor veel grotere banken belangrijk. In het kader van de deregulering krijgen de banken meer vrijheid. Daarnaast is het uiterst belangrijk voor buitenlandse banken hoe de eindversie van de wet eruit komt te zien.

Volgens de bestaande regels zijn banken aan hun eigen staten gebonden. Men kan ook als cliënt wel geld opnemen in een andere staat maar geen storting doen. Dat is in de praktijk lastiger dan het lijkt. Veel Amerikanen krijgen hun check in handen. Ze moeten die vervolgens in hun eigen staat op hun bank storten, hoewel miljoenen dagelijks naar een andere staat forenzen. Banken die overnames doen in andere staten moeten die filialen de status van volle dochter geven, met een apart bestuur. Dat betekent toezicht op die banken door de federale overheid maar ook door elke staat waar de bank opereert. Het betekent voor de banken ook extra personeel en dus extra kosten.

De Interstate Banking Bill dreigt te gaan discrimineren tussen Amerikaanse en buitenlandse banken. De versie die door de Senaat is aangenomen eist dat buitenlandse banken in elke staat waar zij opereren een volle dochter moeten hebben, de Huis-versie maakt geen onderscheid tussen Amerikaanse en buitenlandse banken.

Europese banken zijn via hun regeringen al in het geweer getreden tegen de dreigende discriminatie. De Europese Commissie heeft een brief geschreven en vraagt met nadruk om gelijke behandeling. Het is Westeuropese diplomaten in Washington niet precies duidelijk wat de achtergrond is van de Amerikaanse handelwijze. “Tijdens de verkiezingscampagne is er stemming gemaakt tegen buitenlandse bedrijven omdat die niet genoeg belasting zouden betalen”, aldus een betrokkene, “en daar ondervinden we nog steeds de negatieve gevolgen van.”

Citicorp-woordvoerder Jack Morris juicht het wetsontwerp toe. Citicorp wil wel dat de clausule over buitenlandse banken zo wordt geformuleerd dat deze gelijk behandeld worden als Amerikaanse. Op dit moment bestaat nog de kans dat in de eindversie een buitenlandse bank een aparte dochter per staat moet hebben, wat bankieren veel duurder en omslachtiger maakt. “Wij zijn daartegen”, aldus Morris, die bevestigt dat Citicorp gebaat is bij liberale regelgeving in eigen land om te voorkomen dat het buitenland met vergeldingsmaatregelen komt. De versie waarin het voor buitenlanders voldoende is om een filiaal in één staat te hebben heeft voor Citibank en de andere internationale Amerikaanse banken de voorkeur.

Dat banken alleen in de eigen staat kunnen opereren en door staatsautoriteiten worden gecontroleerd is in beginsel het gevolg van een wet uit 1927, de McFadden Act, waar later het Douglas Amendment aan is toegevoegd. Het is een logisch uitvloeisel van de betrekkelijke autonomie die staten hebben. Ze kunnen belasting heffen en hebben grote bestuurlijke vrijheden, mits de regels niet in strijd zijn met de federale grondwet. De bankwet uit 1927 verbood bankieren over staatsgrenzen. Banken die toch dochters hebben in andere staten zijn verplicht een afzonderlijk bestuur aan te stellen, dat verantwoording moet afleggen aan de staatsautoriteiten.

Smith verwacht na het aannemen van de deregulerende Interstate Bill een nieuwe concentratiegolf. Het aantal banken, dat al drastisch terugloopt, zou wel eens kunnen teruglopen van ruim elfduizend op dit moment naar vijfduizend. “Het zal even duren voor het zover is, maar vaststaat dat het een enorme besparing oplevert voor de sector”, aldus Smith, volgens wie het nog niet precies duidelijk is wat afzonderlijke banken zullen doen. Het is volgens hem wel zeker dat de banken die op particuliere klanten richten een pittige concurrentiestrijd tegemoet gaan, omdat deze activiteiten van bank tot de meest winstgevende behoren. Die strijd heeft overigens nu ook al plaats op het gebied van de credit cards en hypotheken.

First Union Bank in Charlotte, North Carolina, heeft filialen in zeven staten plus Washington DC, maar elk hoofdkantoor in die staten moet zelfstandig opereren. “Wij kunnen niet met een druk op de knop geld van de ene staat naar de andere overhevelen”, aldus First Union-woordvoerder Jeep Bryant. “Met name in en om Washington is dat een probleem omdat erg veel mensen die in Washington werken niet in de stad wonen.”

“Voor wat betreft onze kostenstructuur is de Interstate Banking Bill van marginaal belang”, aldus Citibank-woordvoerder Jack Morris. “Wij hebben een bescheiden net van spaarbanken in een paar staten maar we zijn niet van plan om hard te gaan uitbreiden.” Morris bevestigt dat retailbanking een van de belangrijkste sectoren is van Citibank maar stelt dat een gerenommeerde bank als de zijne daarvoor niet noodzakelijk filialen nodig heeft. De bank heeft vorig jaar zelfs filialen gesloten en handhaaft alleen vestigingen in dichtbevolkte gebieden, zoals San Francisco, Los Angeles, Chicago, Washington DC en dergelijke. “Voor de credit cards hebben we geen filialen nodig en dat geldt ook voor onze hypotheken. Wij werken samen met grote onroerend-goedmakelaars die hun klanten doorverwijzen naar ons.”

Na het bereiken van een aanvaardbare eindversie duurt het minimaal een jaar voor de wet in werking treedt. Het aannemen nu is belangrijk omdat de agenda van het Congres overvol is tot het zomerreces. Daarna zijn er verkiezingen. Officieel is er tot 7 oktober de tijd maar met het zomerseizoen in het vooruitzicht en mogelijk langere campagnes kunnen de Congresleden in tijdnood komen.