Overleven

Hugh McManners: The Commando survival manual

192 blz., Dorling kindersley 1994, ƒ 56,75.

“Vlinders en motten zijn eetbaar, maar ze hebben geen hoge voedingswaarde, tenzij in grote hoeveelheden gevangen.” Deze kennis wordt ons toebedeeld door Hugh McManners. “Rupsen zijn makkelijker te vangen”, vervolgt hij zijn raad, “en vormen sneller iets dat op een maaltijd lijkt.”

McManners is blijkens de flaptekst zestien jaar soldaat geweest in het Britse leger, waarvan een aantal jaar bij de derde commando brigade. Hij leidde de school voor 'jungle oorlogstraining' in Belize en nam deel aan 'long range, deep-penetration patrols' achter de vijandelijke linies tijdens de oorlog om de Falkland eilanden. Kortom, geen man om mee te spotten. We zien hem op foto's met een vervaarlijk hakmes, een 'kukri', takken afhakken en van gemene punten voorzien. Waarschijnlijk om aldus een val te vervaardigen.

Wanneer de nood aan de man komt doen mensen vreemde dingen. Van gefilterde urine drinken tot kannibalisme aan toe. Daar is weinig lachwekkends aan. Toch staan 'overlevingsboeken' altijd garant voor een glimlach. Niet omdat we voor ons geestesoog volwassenen mensen mieren zien verzamelen of sprinkhanen zien roosteren, maar door de onverwachte details.

“Wees voorbereid op het onverwachte”, is het devies van de commando's, stelt McManners. In het dagelijkse leven is ieder mens gewend dat alles gebeurt zoals het de dag daarvoor ook ging. Overlevingssituaties zijn per definitie onverwacht. Daarom speuren overlevingsauteurs naar details die misschien bizar lijken, maar volgens hen het verschil tussen leven en dood kunnen betekenen. “Vang nooit wespen om te eten. Wanneer u in het gelaat wordt gestoken kan de zwelling tot ademhalingsmoeilijkheden leiden, soms de dood tot gevolg hebbend.” Of, uit het beroemde boek van Wiseman, The SAS survival guide: “Wanneer u over een afweermiddel tegen haaien beschikt, volg dan nauwkeurig de gebruiksaanwijzing. Het middel is misschien niet helemaal effectief, maar gebruik het alleen indien de situatie zeer ernstig is.”

Iedere nieuwe titel op het gebied van de overlevingshandleidingen zal ik blijven aanschaffen. Niet zozeer om overtuigd te worden van het gevaar van haai, wesp, pufadder, paddestoel of 'zwarte weduwe'. Maar bovenal vanwege de levensbeschouwelijke doelstelling. Het is rustgevend de wereld te zien als samengesteld uit goede- en slechte zaken. Goed is eet- en drinkbaar of bron van warmte en beschutting. Slecht is ijskoude, honger en dorst, een gevaarlijk dier en giftige plant. De overlever hoeft zich niet af te vragen wat de zin van het leven is, ook niet wat de zin van het overleven is. Het gaat hem alleen om in leven te blijven. Dat is wat de wereld hem biedt. Een mooie, voorchristelijke moraal.

Het boek is intructief geïllustreerd. Bij het hoofdstuk over dieren met een uitwendig skelet, geleedpotigen en weekdieren, staan fraaie foto's. Tekeningen op de volgende bladzijde tonen ons hoe bijen met rook uit een boom verdreven moeten worden en hoe je insekten moet bereiden. Die dient men tussen twee platte stenen fijn te wrijven.