'Over een paar jaar moet het er soepel bij me gaan uitzien'

De Amerikaanse tennisser Todd Martin is na zijn landgenoot Pete Sampras de belangrijkste favoriet voor het toernooi van Wimbledon, dat maandag begint. Hij staat bij de gokkantoren hoger genoteerd dan oud-winnaars als Boris Becker, Michael Stich en Stefan Edberg.

Van lange rally's naar korte krachtexplosies. Binnen twee weken van het gravel van Roland Garros naar het gras van Wimbledon. Het is eigenlijk te kort, vinden de meeste tennissers. Grasbanen zijn zo zeldzaam dat Ivan Lendl in het verleden een eigen court liet aanleggen in zijn tuin. Gewone tennissers moeten zich behelpen met de schaarse toernooien die op gras gespeeld worden. Vorige week in Rosmalen, waar Richard Krajicek won. Deze week in Manchester en het Duitse Halle, waar een plaatselijke miljonair zijn mini-Wimbledon naar zichzelf vernoemde: de Gerry Weber Open.

Traditioneel het belangrijkste evenement in de voorbereiding is het toernooi van Queens. In 1985 won daar een onbekende Duitser, die vervolgens door niemand serieus werd genomen als kandidaat voor de Wimbledon-kroon. Maar hij won. Vorige week bleek de 23-jarige Todd Martin als eerste de overgang van het gravel naar gras te hebben verwerkt. Hij versloeg op Queens in de finale Pete Sampras met 7-6 en 7-6. De gokkantoren zijn inmiddels wijs geworden. Voor een zege van Martin wordt slechts zes keer de inzet uitbetaald.

Vier dagen voor Wimbledon speelt Martin een oefenpartijtje tegen Boris Becker. De Roehampton Club, een sjieke country-club in de buurt van Wimbledon met eigen tennisbanen, een golfbaan, een poloteam en een zwembad, organiseert jaarlijks een opwarmertje met slechts duizend toeschouwers per dag. Martin wint met 6-3, 3-6 en 6-3 en heeft na de partij Martin tijd voor een interview in de kleedkamer die hij deelt met Becker, een paar ballenjongens en een oude man die een rondje op de golfbaan heeft gelopen.

“Een interview?”, vraagt Becker als hij de cassette-recorder ziet. “En je wilt niet met mij praten? Ik had zeker moeten winnen.” Becker verdwijnt naar buiten. Hij haalt zijn golftas uit de zilveren Mercedes 500 SEL en gaat een balletje slaan met zijn trainer Nick Bollettieri. “Sterkte Todd. Tot in de finale.”

Als Martin hoort hoe hoog de bookmakers hem inschalen, valt hij bijna van zijn bankje. “Je maakt een grapje, Jezus.” Hij wil weten hoe Edberg en Becker genoteerd staan. Twaalf tegen één. “Dan zou ik je geld maar op die twee zetten, al zal ik proberen een paar mensen zes pond rijker te maken.”

Martin is de grote onbekende in de top-tien van de ranglijst. Hij staat in de schaduw van zijn landgenoten Sampras, Courier, Agassi en Chang. Hij typeert de moderne tennisser. Groot (1.98), met een sterke service en solide spel. Vorig jaar steeg hij op de ranglijst van 100 naar 13. Dit jaar brak hij door naar de top-tien tijdens de Open Australian in Melbourne. Na de kwartfinale scheerde hij zijn baard af, in de halve finale versloeg hij Edberg, in de finale werd hij gestuit door Sampras.

Het heeft hem ogenschijnlijk niet veranderd. Hij is rustig, zelfverzekerd en niet gespeend van zelfspot. “Ik ben nu een ster, een superster. Ik word al herkend in mijn eigen huis en op een paar plaatsen in mijn woonplaats.” Martins vader en oudere zus zijn advocaat, zijn moeder werkt met computers. Voordat hij beroepsspeler werd, studeerde hij twee jaar algemene taalwetenschap aan de Northwestern-universiteit, vlakbij Chicago. Het is een stap die door Sampras, Courier en Agassi werd overgeslagen. “Ik had geen andere beslissing kunnen nemen”, zegt Martin. “Ik was niet goed genoeg om meteen prof te worden. En ik wilde naar de universiteit om in mijn eentje te leren leven en op te kunnen trekken met mensen van mijn eigen leeftijd en met dezelfde interesses.”

Het helpt hem om de luxe waarmee tennissers worden omgeven op haar waarde te schatten. De gratis hotelkamers, de bolides die altijd ter beschikking staan, doen hem weinig. “Dit leven is kort, het duurt vijf tot tien jaar. Er komt nog een heleboel normaal leven achteraan. Ik wil me niet inbeelden dat dit het leven is zoals ik het altijd zal kunnen leiden.” Hij verdient goed genoeg om nooit meer te hoeven werken. “Maar dat zal ik toch doen. Ik wil mijn opleiding afmaken. Ik tennis omdat ik van tennis houd. Ik werk hard, iedere dag. Bij alles wat ik doe, houd ik tennis in mijn achterhoofd. Dus is het een baan. Maar ik houd van mijn baan. Daarom wil ik les gaan geven na mijn carrière, omdat ik lesgeven leuk vind. Ik ga op mijn dertigste niet de hele dag thuis zitten.”

De sprong op de ranglijst kan Martin niet echt verklaren. 'Hard werken', geven de meeste tennissers als de bron van hun succes. “De drie jaar voordat ik succes had, heb ik ook hard gewerkt”, zegt Martin. Maar hij speelde vorig jaar een paar partijen die hem zelfvertrouwen gaven. “Het was niet makkelijk om in de top-tien te komen. Maar als je jezelf er eenmaal van overtuigd hebt dat je goed genoeg bent voor de top, is het eenvoudiger om aan de top te blijven.”

Hij trainde bij Tom Gullikson, de huidige Davis-Cupcoach van de Amerikanen en bij José Higueras, die Jim Courier terzijde staat tijdens de grand-slamtoernooien. Het tweetal is in dienst van de Amerikaanse tennisbond om jonge profs twee jaar lang een paar weken per jaar bij te scholen. Higueras zei in een recent interview dat een tennisser mentaal op zijn sterkst is als hij 25 tot 28 jaar oud is. Martin kan zich in die uitspraak vinden. “Zeker. En voor de meeste profspelers ligt die leeftijd misschien nog wel hoger. Ze komen al op jonge leeftijd in het tenniswereldje terecht, waardoor het langer duurt voor ze volwassen worden. Als ze op hun 25ste opgebrand zijn is het voorbij en als ze doorzetten komen ze er daarna pas echt achter hoe tennis werkt.”

Sinds januari reist Martin met coach Robert van 't Hof, die nog een paar woorden Nederlands spreekt. Zijn ouders komen uit Rotterdam. “Mijn vader hield van tennis”, vertelt Van 't Hof. “Maar door het weer kan je in Nederland niet het hele jaar spelen. Daarom verhuisde hij naar Californië.”

Volgens Van 't Hof is de belangrijkste factor Martins succes, dat hij meer naar het net is gegaan. Een lange speler met een krachtige service moet domineren. “Zijn spel vanaf de baseline was zijn sterkste punt, maar hij heeft risico's durven nemen. Nu gebruikt hij zijn lengte optimaal.” Vooral op het gras van Wimbledon draait het om een goede service en een solide volley. “Op gras moet je de bal niet te vaak laten stuiteren”, zegt van 't Hof. “Je volley moet vooral diep zijn. Je mag er niet teveel missen.”

Martin speelt aanvallend, maar houdt bij de backhand zijn racket met twee handen vast. De aanvallers Edberg, Sampras en Krajicek schakelden allemaal rondom hun veertiende over van een tweehandige naar een enkelhandige backhand, waardoor ze meer reikwijdte hebben. “Toen ik vier jaar was sloeg ik forehand en backhand met twee handen. Iemand heeft dat proberen te veranderen, waarna ik meteen voor een jaar ben gestopt. Daarna ben ik mijn backhand zo blijven spelen. Je moet doen waar je je lekker bij voelt. Courier en Berasategui slaan zoals niemand anders kan, maar het werkt.”

Zijn spel aan het net ziet er soms nog ongepolijst uit. “Dat komt nog. Ik heb nog geen echte instincten aan het net. Ik ben geen geboren atleet, maar over een paar jaar moet het er soepel uitzien. Dan sta ik bij de bookmakers vijf tegen één.”