Nog geen Oosteuropeanen bij Navo-oefening

De meeste landen van het voormalige Warschaupact hebben het Partnership for Peace-initiatief van de NAVO inmiddels ondertekend, maar daadwerkelijke samenwerking tussen de legers van Oost en West zal nog lang op zich laten wachten. In Duitsland werd deze week geoefend volgens de gebruikelijke scenario's.

PFERDSFELD, 18 JUNI. De luchtmachtbasis Pferdsfeld staat nergens op de kaart aangegeven. Verscholen in de naaldbossen van de Pfalz, ten oosten van Luxemburg, verraden alleen de bordjes die waarschuwen voor laag overvliegende vliegtuigen de ligging van dit grote NAVO-vliegveld. Achter de zandzakken, het prikkeldraad, de schildwachten en de borden Fotografierverbot! speelde zich afgelopen week een deel van de grote NAVO-oefening Central Enterprise '94 af. Vanaf deze basis stegen regelmatig Duitse Phantom-onderscheppingsjagers op om boven het hun toegewezen doelgebied te patrouilleren.

Central Enterprise '94 was een oefening in luchtverdediging. Gevechtsvliegtuigen van de landen van de denkbeeldige 'Inner Coalition' - voor de gelegenheid bestaande uit Nederland, België en een groot deel van het vroegere West-Duitsland - hadden tot taak indringers uit het luchtruim te verjagen. In een strook van Karlsruhe tot Kiel waren ook tientallen luchtafweer-batterijen bij de oefening betrokken. De potentiële aanvallers konden uit alle richtingen worden verwacht. Zelfs Amerikaanse B-52 zware bommenwerpers hadden een rol in het scenario gekregen.

Een scenario dat nòch in tactieken, nòch in rolbezetting, ook maar iets leek te verschillen van de draaiboeken van tien jaar geleden, toen de Koude Oorlog nog in volle gang was. De vraag lijkt daarom gerechtvaardigd waarom in het kader van de veranderde politieke verhoudingen geen luchtmachteenheden zijn uitgenodigd van de landen van het voormalige Warschaupact. Was het de afgelopen twee jaar in het NAVO-hoofdkwartier in Brussel niet een komen en gaan van Tsjechische, Poolse en Hongaarse militaire delegaties? Hebben veel voormalige Oostbloklanden zich niet met een zekere gretigheid ingeschreven voor het Partnership? En werd niet al geoefend op kleine schaal?

Op het NAVO-hoofdkwartier in het Belgische Mons is onlangs een werkgroep ingericht waarin Westerse en Oosteuropese militairen voorbereidingen treffen voor samenwerking binnen het Partnership for Peace-programma dat zij hebben ondertekend. Een eerste oefening van enkele Oosteuropese en Nederlandse eenheden staat voor oktober op de agenda. Maar ondanks deze voorbereidingen lijkt substantiële samenwerking bij internationale conflicten tussen de twee voormalige vijanden uit de Koude Oorlog nog vele jaren verwijderd. Het verschil in uitrusting, organisatie en mentaliteit zijn daar volgens betrokken militairen de belangrijkste oorzaken van.

Op Pferdsfeld legt een Britse majoor uit: “Men denkt over het algemeen dat samenwerking een kwestie is van het aanschaffen van dezelfde communicatiesystemen en van apparatuur om vliegtuigen te identificeren. Maar er komt veel meer bij kijken. Zoiets banaals als de taal is bijvoorbeeld een groot probleem. En NAVO-vliegtuigen moeten lang kunnen patrouilleren. Daarvoor is bijtanken vaak noodzakelijk. De luchtmachten van de Oosteuropese landen vliegen in MiG's die daartoe niet zijn uitgerust. En dat zal door geldgebrek waarschijnlijk ook nog jaren op zich laten wachten.”

Dat de Hongaarse luchtmacht voor Deny Flight - de NAVO-operatie die naleving van het vliegverbod in het Bosnische luchtruim controleert - nu AWACS-radarvliegtuigen beschermt doet daar niets af aan af. “Een stuk nationaal luchtruim verdedigen is heel wat anders dan echte samenwerking, zoals die boven Bosnië bestaat tussen bijvoorbeeld de Nederlandse luchtmacht en de onze.”

Een Duitse Phantom-piloot die bij Central Enterprise betrokken is, drukt het krachtiger uit. Zijn op Pferdsfeld gestationeerde squadron zal in 1997 in het kader van de verregaande bezuinigingen op defensiegebied moeten fuseren met een squadron MiG-29's. Die relatief nieuwe toestellen van Russische makelij, waarmee ook veel Oosteuropese luchtmachten vliegen, heeft Duitsland geërfd van de Oostduitse luchtmacht. “Het belangrijkste gebrek van de MiG is zijn korte bereik van niet meer dan 400 kilometer. Mijn oude Phantom kan vele malen meer.”

Ook over de elektronica is hij niet te spreken. “De radar is eigenlijk een piece of shit. Hij kan verschillende doelen tegelijk in de gaten houden, maar in een luchtgevecht niet meer dan één.”

De plaatsvervangend bevelhebber van de Koninklijke Luchtmacht, de generaal Ben Droste, sluit zich daar desgevraagd, zij het in mildere termen, bij aan. “Oosteuropese luchtmacht-onderdelen deel laten uitmaken van samenwerkende NAVO-eenheden gaat ongetwijfeld jaren duren. Aan operatie Deny Flight zullen bijvoorbeeld binnenkort, naar alle waarschijnlijkheid ook Spaanse F/A-18 jachtbommenwerpers meedoen. Spanje is al sinds 1982 lid van de NAVO en oefent vaak. Toch verwachten we dat zelfs die Spaanse piloten nog langdurig grondig zullen moeten worden ingewerkt. De complexiteit van luchtoperaties wordt nog wel eens onderschat.”

Tijdens Central Enterprise valt niet alleen op een enkele luchtmachtbasis terughoudendheid te bespeuren over de praktische invulling van Partnership for Peace. Ook bij andere strijdmachtonderdelen is nog veel scepsis over samenwerking met het voormalige Oostblok. Onder andere een compagnie Britse troepen bezocht vorige maand een Pools trainingscentrum. Amerikaanse helikopters repeteerden in de Siberische taiga zoekacties, zogeheten search-and-rescue operaties. En ook nog tijdens Central Enterprise lieten Duitse schepen zich op de Oostzee in het kader van de gelieerde oefening Baltops '94 door Russische tankschepen op volle zee van brandstof voorzien. Maar volgens betrokken militairen ging het hierbij slechts om vingeroefeningen die weinig om het lijf hadden.

Central Enterprise was de spil van vele andere zijdelingse oefeningen. In het kader van zo'n oefening, Special Event, sprongen op de reusachtige Truppenübungsplatz bij Hohenfels in Beieren vijfhonderd Duitse parachutisten uit acht Amerikaanse Hercules-transportvliegtuigen. Zij kwamen volgens het scenario onder VN-vlag de jonge democratie, Vilslakia geheten, te hulp. Dat landje werd bedreigd door het leger van de voormalige Volksrepubliek Danubië en twee milities van verschillende etnische samenstelling. De parallel met Bosnië lag er, kortom, duimendik bovenop. Maar ondanks de aanwezigheid van Oekraïense en Russische troepen in het voormalige Joegoslavië vielen de Oosteuropese eenheden ook op dit oefenterrein op door afwezigheid. De Duitse generaal Pacholke, chefstaf van de NAVO-landstrijdkrachten in Centraal-Europa sluit zich aan bij zijn collega's: “We onderhouden goede contacten met onze Oosteuropese collega's. We brengen elkaar beleefdheidsbezoeken en wisselen zelfs delegaties uit. Maar er moet nog veel water door de zee voor we Oosteuropese troepen voor grote multinationale oefeningen uitnodigen”, aldus Pacholke. “Niet alleen is hun uitrusting ouderwets, ook hun mentaliteit past niet goed bij de onze. Doordat hun organisatie volgens Sovjet-lijnen is opgezet is het nemen van initiatief hen vreemd. Dat alles maakt het uitnodigen van hun strijdkrachtonderdelen volkomen prematuur.”