Nederland - België voor Nederland - België voor hoogste post in Europese Unie

Ruud Lubbers en Jean-Luc Dehaene hebben bijna dezelfde achtergrond. Ze komen uit dezelfde politieke beweging, zijn beiden premier en vakkundige compromissenmakers. Maar hun ambities botsen: ze willen dezelfde topfunctie bij de Europese Commissie, het 'dagelijks bestuur' van de Europese Unie. Beiden hebben zich inmiddels kandidaat gesteld en beiden reizen door Europa om steun te verwerven bij hun collega-regeringsleiders en de Franse president, die volgende week op Korfoe beslissen. De vroegere minister-president van België, Wilfried Martens, bemiddelt om een heftige ruzie in de familie van de christen-democraten te voorkomen. Zal één van de twee wijken, of zal op Korfoe een derde - de Ier Peter Sutherland of de Brit Leon Brittan - er met het been vandoor gaan? Een sterke-zwakte-analyse van de twee mededingers.

Dehaene: onbehouwen en efficient

BRUSSEL - Dat Bonn en Parijs de voorkeur geven aan de Belgische premier Dehaene, is eigenlijk geen verrassing. Kijk maar naar de foto's die twee jaar geleden werden gemaakt bij de Europese top in Lissabon, waar Dehaene voor het eerst op het Europese toneel verscheen, zegt een aanhanger van de Christelijke Volkspartij op een verkiezingsbijeenkomst. “Je ziet er drie lachen met elkaar: Kohl, Mitterrand en Dehaene. De rest staat er allemaal met van die chagrijnige gezichten bij. Dan is het toch wel duidelijk, hè?”.

België heeft er maar weinig tijd voor nodig gehad om te wennen aan de idee dat Dehaene kan vertrekken naar Europa. Op het hoofdkwartier van de CVP wordt al druk gespeeld met opvolgingsscenario's om de rooms-rode coalitie bijeen te houden. Tegelijkertijd zijn kennissen en partijgenoten ervan overtuigd dat Dehaene “er geen nacht van wakker zal liggen” als hij volgend weekeinde op het Griekse eiland Korfoe niet wordt gekozen.

Dehaene, kan zichzelf relativeren, meent Hugo de Ridder, auteur van een aantal spraakmakende boeken over de politieke verhoudingen in de Brusselse Wetstraat. “Hij zal nooit, zoals Lubbers, zeggen: Als Europa mij niet kiest, dan is dat slecht voor Europa”.

Ook Theo Rombouts, voorzitter van de Christelijke Arbeidersbeweging ACW - de 'zuil' waar Dehaene vandaan kwam toen hij de overstap maakte naar de politiek - kan zich niet voorstellen dat Dehaene zou dreigen met een veto. “Ik begrijp de opstelling van Lubbers niet. Zijn uitspraken over een veto heeft niemand hier begrepen. Zo groot is Nederland toch ook niet? En met zijn opmerkingen over de te grote macht van Duitsland en Frankrijk in de Europese Unie laat Lubbers toch duidelijk blijken: dat zijn mijn vrienden niet! Onbegrijpelijk.”

Jean-Luc Dehaene (53), op zijn twaalfde naar het Jezuïtencollege gestuurd en afkomstig uit “een familie van artsen en pastoors” waarvan hij later via de vakbeweging afstand nam, is nog maar twee jaar eerste-minister van België, maar al lang daarvoor, onder Martens, was hij één van de machtigste politici in het land. Jean-Luc is - met zijn scherpe geest, zijn grote ervaring en in de loop der jaren zeer uitgebreide 'old boys'-netwerk - de onbetwiste kampioen 'depanneur' van het Belgische pacificatiemodel. Socialisten in Vlaanderen en Wallonië leggen zich noodgedwongen neer bij zijn regie achter gesloten deuren. De enige oppositie in België komt van de liberalen: die zien in Dehaene de ordinaire verpersoonlijking van een door syndicale belangengroepen gedicteerde regering, die er alleen maar op uit is de burgers zoveel mogelijk franken uit de zak te kloppen.

Wie in België, met zijn complexe communautaire gevoeligheden en zijn diepgewortelde sociaal-politieke tegenstellingen, politiek wil slagen, moet wel bijzonder veel aanleg hebben “om te communiceren en te luisteren”, weet Rombouts, die de Dehaene al kent sinds het midden van de jaren zestig toen hij op het studiebureau van het ACW kwam werken. Toen viel het al op dat hij “in elke discussie in een mum van tijd de essentie door had”.

Dehaene imponeert vooral door zijn analytische geest en door zijn enorm brede feitenkennis. “Tsjonge, wat heb ik politici door de knieën zien gaan voor zijn dossierkennis of soms alleen door de aanwezigheid van Jean-Luc”, verzucht Paula D'Hondt in haar memoires. De voormalig Koninklijk Commissaris voor het Migrantenbeleid draagt evenals Dehaene een ACW-stempel.

Hugo de Ridder (“elke minister torst het gewicht van Dehaene met zich mee”) wijst op “het fabrieksgeheim” van Dehaene. “Ik ken weinig politici die zo'n duidelijke analyse kunnen maken als hij”. En hij noemt “de judoka-truc” van de premier. “Hij kent de kracht en de uitgesproken of verzwegen ambities van zijn tegenstrevers en weet daarvan gebruik te maken door ze ten eigen voordele aan te wenden. Hij kent de mensen aan de andere kant van de tafel, hij weet wie ze zijn, wat ze zijn en waar ze op uit zijn”, aldus De Ridder.

Voor Jean-Luc Dehaene is de hamvraag in onderhandelingen altijd: hoe ver kan ik te ver gaan? Jarenlang opereerde de 'institutionele evenwichtskunstenaar' in de slagschaduw van Martens. Maar ook toen al was het voor de ingewijden duidelijk dat Martens het topje was, en Dehaene de ijsberg. Dehaene zelf heeft wel eens gezegd: “Ik was de leverancier van de ideeën, Martens ging ze in de partij verdedigen. Ik zorg voor de inhoud, hij voor de presentatie”.

Met dat laatste stipt Dehaene zijn eigen zwakte aan, hoewel hij dat pejoratief in dit verband waarschijnlijk niet zal hanteren. De premier van België heeft een bijna spreekwoordelijke hekel aan 'protocol', hij is wars van uiterlijke vertoning. “Ik ben geen bloempot” heeft hij zijn impulsieve afkeer voor decorum wel eens kort en bondig onder worden gebracht. Wie een gepolijste manager wil hebben op de voorzittersstoel van de Europese Commssie, of een bevlogen en charismatische ideoloog, kan Dehaene beter in België laten zitten.

Dehaenes sobere presentatie heeft te maken met zijn rationele manier van politiek bedrijven, maar ook met zijn snelheid van denken en handelen. “Op het moment dat er een compromis in de lucht hangt, is hij al weer bezig met andere problemen”, aldus de Ridder. “Dehaene denkt steeds twee vergaderingen vooruit”, aldus Paula D'Hondt. Niet iedereen kan dat tempo bijbenen. “Zijn wapen is overreding, consensus tot de uitputting er bijna op volgt”.

Dehaene is “minder geïnteresseerd in de esthetiek van de politieke machinerie dan in de werking ervan”, zegt een partijgenoot. “Hij is politiek gezien heel zakelijk. Alles wat niet terzake doet, irriteert hem. Dat is ook zijn probleem met de communicatie naar de pers: hij vertelt er weinig verhaaltjes omheen.”

Zelf zegt Dehaene dat hij zich als politicus niet overgeeft aan moeilijk grijpbare gemoedstoestanden als “pessimisme” en “optimisme”. “Ik ben voluntaristisch” (gedreven door zijn wilskracht), is zijn devies. De essentie van zijn politieke opdracht is eenvoudigweg “het regelen en het organiseren van de samenleving”. Sommige critici stellen dat hij het instand houden van een regering belangrijker vindt dan de inhoud van het beleid. Dehaene laat zijn principes meeschuiven met de mogelijkheden die het leven biedt, wordt wel gezegd.

Rombouts is het daar niet mee eens. Evenals De Ridder wijst hij bijvoorbeeld op “de rechte lijn” tussen de recente staatshervorming en de opvattingen die Dehaene in zijn jaren op 'het wonderbureau' van Martens bij de CVP-jongeren verkondigde in een geruchtmakend 'autonomie-manifest'. “Dehaene kijkt naar het haalbare, maar dat geldt niet voor zijn visie”, zegt Rombouts. “Hij is een compromissenmaker maar altijd met een perspectief voor ogen”.

Dehaene (“Sire, geef mij honderd dagen”) vestigde zijn reputatie als ras-onderhandelaar voor de buitenwereld toen hij er in 1988 in slaagde om een regering van christen-democraten, socialisten en Volksunie te formeren. Zelfs de koning raakte onder de indruk van zijn stap-voor-stap-benadering. “Onbehouwen maar efficiënt”, zo werd binnen de Paleismuren gezegd. En dat is de paradox van Dehaene. Naarmate men hem beter leert kennen en men vaker met hem aan tafel zit, hoe meer bewondering en respect hij afdwingt. Omgekeerd: naarmate de cirkel groter wordt, lijkt de populariteit van de Dehaene af te nemen. “Hij spreekt de grote massa niet aan. Hij zou bijna met elke individuele kiezer een apart gesprek moeten hebben, dan weet hij de mensen aan zich te binden”, zegt een CVP-er.

De Belgische premier mist de ruime Europese ervaring waarover Lubbers beschikt. Wel dwong hij vorig jaar respect af - zeker bij Kohl en Mitterrand - door de wijze waarop hij de Europese top in Brussel naar een goed einde voerde. Zou Dehaene een soort loopjongen van Kohl en Mitterrand worden? “Dehaene zal zich zeker door niemand laten sturen”, weet Rombouts. En zelfs de oppositie is het daar mee eens. “Je kunt van Dehaene een heleboel zeggen, maar niet dat hij zich laat gebruiken”.