Meer dan een kerstpakket

L.W.J.C. Huberts (red.): Machtsbederf ter discussie. Bijdragen aan het debat over bestuurlijke integriteit 137 blz, VU Uitgeverij 1994, ƒ 25,-

Minister Dales van binnenlandse zaken is na haar plotseling overlijden met reden herdacht als de bewindspersoon die het thema bestuurlijke integriteit uit de taboesfeer heeft gehaald. Medio 1992 zette zij in een toespraak op het congres van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten in Apeldoorn dit netelige onderwerp onvervaard op de publieke agenda. “Integriteit van het bestuur is niet van nature gegeven.” Van belang aan dit alarmsignaal was dat het niet beperkt bleef tot gevallen van zelfverrijking door ambtenaren of bestuurders. Volgens de minister gaat het om niet minder dan “machtsbederf”. Dat is breder, het draagt het element van ontbinding, verval, vervaging van normen in zich.

Juist in 1992 kwam overigens in Limburg een grootscheeps smeergeldschandaal rond de wegenbouwer B. in de publiciteit, dat een hele serie ambtenaren, burgemeesters, wethouders en andere politici in opspraak dan wel voor de rechter bracht. Voor hun publikaties over deze affaire ontvingen J. Dohmen en H. Langenberg vorig jaar de Prijs voor de Dagbladjournalistiek. Onder het motto Lessen uit Limburg? hebben zij de zaken nog eens op een rijtje gezet in een bundel over het thema machtsbederf onder redactie van de onderzoeker Huberts van de Vrije Universiteit, die een enquête naar corruptie bij de (lagere) overheid heeft gehouden. De elf bijdragen worden terecht geopend met de Apeldoornse rede van minister Dales plus een follow-up uit hetzelfde jaar voor de Vereniging van gemeentesecretarissen.

De bundel geeft in kort bestek een gevarieerd overzicht van de problemen. Er zijn bijdragen van een gemeentesecretaris en een ex-wethouder, twee niet mis te verstane beschouwingen uit de justitiële hoek en een hoofdstuk van de justitiële onderzoeker Van Duyne over corruptie als sociaal-psychologische factor voor georganiseerde misdaad. Twee concrete onderzoeksverslagen behandelen corruptie in de betrekkingen tussen Westerse ondernemingen en ontwikkelingslanden en fraude en corruptie in het Amsterdamse bestuur gedurende de periode 1900-1940. Huberts en VU-hoogleraar Van den Heuvel stellen overigens in een beschouwing over sociale wetenschap en bestuurlijk machtsbederf dat met name de politicologie en bestuurskunde “gebaat zouden zijn met minder onverschilligheid”.

Dit vermaan blijft niet beperkt tot de wetenschap. In de Volkskrant klaagde Huberts eind vorig jaar mede naar aanleiding van de verkiezingsprogramma's ook al over onverschilligheid bij de politieke partijen over het thema van de bestuurlijke integriteit. Toch gaf hij een goede reden aan zich daarover wèl druk te maken: de door de politiek zelf steeds vaker verkondigde boodschap dat het afgelopen moet zijn met de vrijblijvendheid. Geen rechten zonder plichten, wordt de burger voorgehouden. Strengheid is troef, de 'calculerende burger' ligt onder vuur. Huberts wees erop dat “politici en ambtenaren die dit moreel appèl op de burger doen een bijzondere verantwoordelijkheid op zich laden. Daarbij past geen primair op eigenbelang gebaseerde ethiek.”

Alertering

Er wordt natuurlijk ook wel het nodige ondernomen. Vlak nadat hij mevrouw Dales was opgevolgd rapporteerde (de nu alweer afgetreden) minister Van Thijn aan de Tweede Kamer over een hele stroom beleidsinitiatieven, van openbaarheid van giften aan politieke partijen en herziening van de ambtenarenreglementen op het stuk van nevenfuncties tot herijking van de antecedentenonderzoeken door de BVD en de mogelijkheid herbenoeming van een in opspraak geraakte burgemeester te voorkomen. In het land worden ook allerlei initiatieven ontplooid op het gebied van 'bewustwording' en 'alertering'.

Toch doet dit allemaal nog erg denken aan de metafoor die Van Duyne gebruikt, namelijk van corruptie als paddestoel. “Wat men ziet is de hoed en de steel, al dan niet voorzien van een witte boord. Maar waar gaat het bij paddestoelen om? Om het mycelium van schimmeldraden dat zich onzichtbaar in rottend en ziek hout heeft vertakt. De paddestoel als verschijningsvorm trekt de aandacht, het mycelium blijft gewoonlijk verborgen en daarmee vaak ook het aangetaste hout.”

“Corruptie staat slechts zelden op zichzelf”, noteert ook de advocaat-generaal bij het gerechtshof te Leeuwarden Van der Lugt: “Het is eerder een symptoom van organisatieziekte.” De trefwoorden die Van Duyne voor deze kwaal gebruikt zijn: “slecht en doorstoken leiderschap, normvadsigheid, kwaliteitsschuwheid en hofhoudingvorming”. Maar hij houdt op waar het pas echt spannend begint te worden. Want, waar komen deze ziekteverschijnselen vandaan? Ze zijn niet los te zien van de moderne bedrijfsmatige bestuurscultuur: het denken in termen van BV Nederland, zoals gemeentesecretaris Thijssen het uitdrukt. “De overheid is net zo link” als de calculerende belastingbetaler, signaleerde de kritische fiscalist Mobach onlangs in ander verband. Hij noemde de constructie waarbij gemeenten BTW besparen door een stadhuis te leasen via een commanditaire vennootschap (al dan niet via de zogeheten IJslandroute). Andere overheidsgebouwen worden ingepakt in een diensten-bv die vervolgens deze gebouwen verhuurt aan een overheidslichaam. Dit alles alleen om belasting te besparen.

Calculatie of bederf? Een stroom aan milieuvoorschriften leidt tot allerlei gedoogpraktijken. Er wordt nu actie ondernomen om deze terug te draaien. Maar diverse overheden, het rijk voorop, gaan unverfrohren door het luchtverkeer vèrgaand aan milieuregels te onttrekken. Het zal de omwonenden van Schiphol of Beek een zorg zijn of de kerstpakketten van functionarissen een beetje groot uitvallen - aandachtspunt in menig bestuurlijk bewustwordingsproject - zolang hun nachtrust stelselmatig wordt verstoord op een manier die geen andere bedrijfstak zich kan permitteren.

“Bestuurlijke integriteit gaat verder dan reisjes en cadeautjes”, waarschuwt oud-wethouder Krosse van Tilburg. Minister Dales zei het al: “een béétje integer gaat niet”.