Kritiek op cultuur in het CDA

DEN HAAG, 18 JUNI. Het CDA is mede door de aanhoudende pleidooien van fractievoorzitter L.C. Brinkman voor ingrepen in onder meer de WAO een “onbetrouwbare” en “onberekenbare” partij geworden.

Dit schrijven ongeveer twintig voormalige Tweede-Kamerleden van het CDA in een brief en begeleidende nota aan de commissie-Gardeniers. Deze commissie onderzoekt de verkiezingsnederlaag van de partij op 3 mei.

Oud-bewindsvrouw M. Gardeniers had de oud-Kamerleden gevraagd hun visie op de oorzaken van de nederlaag uiteen te zetten. Eind deze maand moet het rapport gereed zijn.

Onder de oud-Kamerleden die bijdroegen aan het stuk bevinden zich politici als de vroegere staatssecretaris J. van Houwelingen die al voor de verkiezingen te kennen had gegeven uit de Kamer te zullen vertrekken. Verder gaat het om een aantal mensen die als gevolg van de verkiezingsnederlaag niet zijn teruggekeerd in de Tweede Kamer, zoals H. Huibers, J. van Iersel, G. Koffeman, D. Ramlal, K. Tuinstra en M. van Vlijmen.

De ondertekenaars geven in hun nota een analyse van de partij- en fractiecultuur en van het gevoerde beleid. In dat kader komt de rol van de fractievoorzitter enkele keren ter sprake.

De partijcultuur typeren de briefschrijvers als te hiërarchisch en te zeer gericht op conformisme. De oud-Kamerleden spreken van “machtspolitiek van de partijtop” waardoor “eerst het partijbestuur en daarna de partijraad aan banden werden gelegd”. In de fractie investeerde Brinkman te weinig in hechte samenwerking. Hij leunde te sterk op enkele vertrouwelingen, zoals het Kamerlid H. Hillen en woordvoerder F. Wester, aldus de briefschrijvers.

Pag.3: 'CDA zelf schuld aan breuk met de kiezers'

Eén van de hoofdpunten van hun kritiek op de koers van de partij is dat het CDA de voorbije vijf jaren teveel tussentijdse ingrepen heeft bepleit in bestaande rechten zoals de WAO en de AOW. Zo steunde de CDA-fractie het kabinet in zijn voornemen om op de bestaande WAO-uitkeringen te bezuinigen. Daarmee verbrak de partij “de polisvoorwaarden van de verzorgingsstaat”, aldus de auteurs, resulterend in een vertrouwensbreuk met de kiezer. Om dit te onderstrepen verwijzen de oud-Kamerleden naar opinie-cijfers van de laatste vijf jaar. Telkens wanneer zulke maatregelen werden aangekondigd ontstond er een neerwaartse trend voor het CDA.

De schrijvers steken op dit punt ook de hand in eigen boezem en erkennen dat de fractie voor het oog van de buitenwereld deze maatregelen steeds steunde. Ze wijzen er echter ook op dat intern wel degelijk een debat werd gevoerd over de voorstellen en consensus soms ver te zoeken was. Beschreven wordt hoe fractievoorzitter Brinkman faalde om steun te verwerven in zijn eigen fractie voor de praktische uitwerking van zijn zogeheten Texelse rede, februari 1991. Daarin had hij onder meer een basisstelsel in de sociale zekerheid bepleit en gewaarschuwd tegen verhoging van de lastendruk. “De discussies daarna bleven steken in algemene of financiële noties. Een gezamenlijk gedragen constatering bleef uit“, aldus de nota.