KPN daalt tot onder introductiekoers

AMSTERDAM, 18 JUNI. Uitgerekend in de week dat de handel startte in KPN, waren de Europese aandelen- en obligatiemarkten in de greep van de angst voor inflatie. Beleggers, bevreesd voor de stijgende prijzen in de Verenigde Staten, verkochten obligaties, waardoor de kapitaalmarktrente steeg. In het spoor van de stijgende rente kregen ook de aandelenmarkten een flinke tik. Beleggers in aandelen KPN zagen de koers van hun aandeel dalen tot onder de introductiekoers.

Koninklijke PTT Nederland, na Britisch Telecom (BT) de tweede grote privatisering in West-Europa kent tot nu toe een geheel ander koersverloop dan zijn Britse tegenhanger tien jaar geleden. Terwijl BT toen forse koerswinst boekte, sloot KPN na een week handel op 49,30 gulden, 45 cent onder de introductiekoers. Particuliere beleggers kunnen zich gelukkig prijzen dat zij hun aandelen KPN met een korting hebben gekregen. Begin deze week dachten beurshandelaren dat leadmanager ABN Amro niet zou toestaan dat de KPN-koers tot onder de vijftig gulden zou dalen. Maar zelfs de grootste partij op de Amsterdamse beurs kon de verkoopdrift van beleggers niet stuiten. “Het aandeel is geplaatst en daarmee is alles gezegd”, mopperde een beurshandelaar deze week.

Overal ter wereld daalden de obligatiekoersen, uitgedrukt in de lokale valuta. De verliezen varieerden van 1,9 procent in Canada en Italië tot maar 0,02 procent in Japan. Op de Amsterdamse effectenbeurs daalden de aandelenkoersen tot het laagste niveau tot nu toe dit jaar. De Amsterdam EOE-Index daalde donderdag meer dan vijf punten en sloot op 395,74 punten, het laagste niveau tot nu toe dit jaar. Chartisten, die het toekomstige koersverloop voorspellen aan de hand van grafieken, verwachten dat de AEX verder zal dalen tot 380 of zelfs 370 punten.

In januari dit jaar kwam een einde aan een langdurige rally van de Amsterdamse effectenbeurs. De AEX bereikte toen een all-time high van 440,69 punten. Sinds januari zijn de koersen langzaam steeds verder weggezakt en staan nu op het niveau van midden-december 1993.

Hoewel de Amsterdamse beurs fors terrein moest prijsgeven staan de Nederlandse koersen er nog relatief gunstig voor vergeleken met andere Europese beurzen. De Franse, Zwitserse en Duitse beurzen moesten meer terrein prijsgeven. Pluspunt voor Amsterdam is dat Koninklijke Olie en Unilever, bedrijven die zeer zwaar meewegen op de Amsterdamse beurs, actief zijn in sectoren die het relatief goed doen.

De lusteloosheid op de beurs werd versterkt door het ontbreken van belangrijk bedrijfsnieuws en het naderende weekeinde. In de huidige windstilte was het geringste zuchtje al genoeg voor een koersbeweging. Het aflopen van optiecontracten zorgde voor enig aanbod van aandelen, waardoor de koersen licht daalden.

De koers van de Amerikaanse dollar herstelde zich gisteren enigszins van de flinke koersdaling op de voorgaande dagen. Bij het slot van de handel op de wisselmarkt in Amsterdam werd 1,8310 gulden genoteerd, ongeveer een halve cent meer dan de slotkoers van 1,8265 donderdag. Over de hele week was er desondanks een verlies van bijna vier cent. Groeiend pessimisme over de uitkomst van de Japans/Amerikaanse handelsbesprekingen en de gunstige Europese verkiezingsuitslag in Duitsland waren daarvoor de belangrijkste redenen. Valutahandelaren schreven het koersherstel verder toe aan 'technische factoren'. Van een werkelijke omslag in de stemming ten aanzien van de dollar is geen sprake. De positie van de Amerikaanse munteenheid blijft zwak.

In New York sloeg de stemming gisteren helemaal om. In korte tijd ging er maar liefst 3 cent van de koers af, waardoor de dollar belandde op 1,8010. De oorzaak lag in de ramingen van de Conference Board, een onafhankelijke onderzoekscommissie van het Amerikaanse bedrijfsleven. Deze commissie liet gisteren weten dat de dollarkoers de komende anderhalf jaar weleens 10 procent zou kunnen dalen en eind 1995 op ongeveer 1,65 gulden zou kunnen staan.

De daling van de dollar leverde wel een lichtpuntje op voor obligatiebeleggers: uitgedrukt in dollars stegen de obligatiekoersen in veel Europese landen, ondanks de forse verkopen.