Internationaal recht over term genocide is nog onvolkomen

Frankrijk eiste deze week bij monde van de minister van buitenlandse zaken, Alain Juppé, dat degenen die in Rwanda “verantwoordelijk zijn voor gevallen van volkerenmoord” internationaal worden berecht. Parijs meent dat er genoeg redenen zijn om in te grijpen in het Middenafrikaanse land, waar in twee maanden tijd enige honderdduizenden mensen om het leven zijn gekomen.

Opmerkelijk is het gebruik van het woord 'volkerenmoord' (genocide) door de Fransen. De Amerikaanse regering instrueerde haar woordvoerders vorige week juist uitdrukkelijk het woord 'genocide' niet in verband te brengen met de schier eindeloze slachtpartij in Rwanda. Het gebruik van de term zou de roep om interventie in de hand kunnen werken. En Washington heeft daar, alleen al wegens de ervaring in Somalië, weinig behoefte aan.

Helemaal ontkennen dat er iets aan de hand is gaat kennelijk ook weer niet. Daarom is het de woordvoerders van de Amerikaanse regering wel toegestaan te zeggen dat “daden van volkerenmoord zich kunnen hebben voorgedaan”, meldt de New York Times. Dat klinkt omzichtiger dan het is. Behalve de voltooide volkerenmoord geldt ook de poging daartoe of zelfs alleen een samenzwering (conspiracy) als vergrijp tegen het internationale recht. Bepalend is vooral de bedoeling een bevolkingsgroep geheel of gedeeltelijk uit te roeien. Strikt genomen kan deze intentie zich reeds met een enkele doodslag verwezenlijken.

Het gemanoeuvreer van de Amerikaanse regering herinnert er wel aan dat het internationale recht ten aanzien van genocide onvolkomen is. Als reactie op de holocaust is volkerenmoord vlak na de Tweede Wereldoorlog in een speciaal verdrag bestempeld tot internationaal misdrijf. Dit geldt zowel in tijd van oorlog als in tijd van vrede. Het maakt ook niet uit of het eigen dan wel vreemde onderdanen betreft. Behalve moord verbiedt de conventie ook vormen van mishandeling of deportatie.

Wel is het genocideverbod strikt gebonden aan bepaalde groepskenmerken, namelijk nationaliteit, etniciteit, ras en godsdienst. Politieke groepsvervolging is, toen het verdrag in 1948 werd opgesteld, bewust buiten dit rijtje gelaten. 'Culturele' groepsvervolging trouwens ook. Dit blijven algemene vergrijpen tegen de mensheid, maar ze missen de specifieke strafbaarstelling van genocide. Het recht worstelt verder met verschijnselen als 'auto-genocide', zoals de curieuze uitdrukking luidt die een VN-rapporteur gebruikte voor de slachtingen in Cambodja en waarmee hij doelde op massamoord binnen de eigen groep.

Etnische rivaliteit zoals in Rwanda, waar twee groepen (Hutu's en Tutsi's) elkaar te lijf gaan, valt duidelijk in de termen van genocide, zou men zeggen. Dat komt juridisch gezien echter op losse schroeven te staan zodra de etnische tegenstelling alleen maar een politieke strijd afdekt, want daarop richt het verdrag zich immers niet. Zo hebben de Verenigde Staten bij de ratificatie van de genocide-conventie (die overigens pas in 1986 en dan nog onder voorwaarden plaatshad) het voorbehoud gemaakt dat hij niet geldt voor oorlogshandelingen die primair een krijgsdoel hebben.

De Amerikaanse professor M. Cherif Bassiouni, die de VN-onderzoekscommissie in het voormalige Joegoslavië heeft geleid, wijst in een recente publikatie op de absurde consequenties dat het opzettelijk ombrengen van een enkele persoon genocide kan opleveren, maar dat het doden van miljoenen zonder de specifieke opzet de betrokken groep geheel of gedeeltelijk uit te roeien geen internationaal misdrijf zou hoeven op te leveren.

De beduchtheid van de regering-Clinton voor de term genocide is des te opmerkelijker omdat deze tot dusver niet bepaald een erg inspirerend vaandel voor internationale actie is gebleken. Berechting van genocide is door de conventie opgedragen aan de staat waar de vergrijpen plaatshebben. Dat is vaak net degene die de moordpartijen zelf heeft ontketend, dan wel niets heeft gedaan om ze te voorkomen. De genocide-conventie voorziet ook wel in internationale berechting, maar daarmee is zoals bekend pas in het geval van het voormalige Joegoslavië een bescheiden begin gemaakt.

Een recente wet in de VS draagt de Amerikaanse regering nu pas op een speciaal bureau te vormen voor een juridisch onderzoek van de slachtpartijen van de Rode Khmer. We hebben het dan over de periode 1975-'79.