Hervormde synode reageert laconiek op ontkerkelijking

DOORN, 18 JUNI. Hoe alarmerend de in februari van dit jaar gepubliceerde ontkerkelijkingscijfers van het Sociaal en Cultureel Planbureau ook leken te zijn, de hervormde synode reageerde er gisteren betrekkelijk laconiek op.

Het kan best zijn dat anno 1994 nog maar een kwart van de bevolking onvoorwaardelijk in God gelooft, een ander kwart slechts enigermate en de resterende vijftig procent van de Nederlanders het helemaal zonder de God van de bijbel kan stellen, maar wat doet dat er toe. “Die vallen me reuze mee; daar moeten we creatief op reageren”, aldus synodevoorzitter ds. W.B. Beekman uit het Friese Koudum.

In het rapport staat onder meer dat in 1958 76 procent van de Nederlanders lid van een kerk was. In 1991 was dit 43 procent terwijl het in 2020 mogelijk niet meer dan 25 procent zal zijn. Ook wordt Nederland in het rapport het meest geseculariseerde land ter wereld - op de vroegere DDR na - genoemd. Dr. J.W. Becker, de hoofdopsteller van het rapport, vermoedt dat de ontkerkelijkingsontwikkeling het gevolg is van de voltooiïng van de emancipatie van de katholieken, van de opkomst van televisie en van de toename en spreiding van de welvaart. En tenslotte ook van de toegenomen scholing en vooral ook van de beschikbaarheid van de pil.

Bij de synodevergadering in Doorn overheerste het idee dat godsdienst en geloof nauwelijks in cijfers zijn te meten. Bovendien heette het al bij de dagopening in de kapel van het synodecentrum dat de kerk nog altijd “de spiegel van Gods vriendelijkheid” vormt en dat de kerk die “zegeningen zaait, ook wel zegeningen zal oogsten”.

Wat de massale ontkerkelijking betreft, die hadden de theologische profeten van na de Tweede Wereldoorlog, aldus ds A.H. van den Heuvel, 'media-expert' en oud-secretaris generaal van de Hervormde Kerk, toen al voorzien. Want was het niet de Duitse theoloog Bonhoeffer die constateerde dat de kerk de grote woorden van de bijbel altijd zo zeer voor haar eigen bestaan had aangewend, dat het tijd werd dat zij een generatie lang haar mond zou moeten houden. Met gevolg dat Van den Heuvel gisteren constateerde dat de hervormde kerk in de komende 25 jaar heel wat predikanten zal moeten ontslaan en er ook heel wat kerkgebouwen verkocht zullen moeten worden. Ook signaleerde Van den Heuvel dat het aanbod van godsdienstige programma's op radio en televisie de vraag daarna dertig maal vertreft.

Prof. W. Goddijn, de katholieke godsdienstsocioloog uit Tilburg zag daarentegen weinig benauwends. In de jaren '60 had hij in zijn studie 'God in Nederland' de huidige trends reeds gesignaleerd. Het recente rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau is volgens Goddijn “veel te simpel in zijn conclusies. 't Is eigenlijk tandenpoetsen met een bezem. De kerk die zo veel succes heeft gehad dat al bijna al haar sociale activiteiten door de overheid zijn overgenomen, zou daarop niet als zo'n verlamd konijn moeten reageren”.

Toch waren er enkele synodeleden volgens wie de secularisatie een bijzonder ernstig en negatief verschijnsel is. Dominee Van der Aa uit het Gelderse Herwijnen meent dat daar “een oordeel van God” over de Nederlandse samenleving in doorklinkt. Zijn collega Oostenbrink uit Baambrugge constateert dat “Nederland voor Christus verloren gaat” en ziet met schrik dat veel Nederlanders “niet meer tot Gods eeuwigheid zullen behoren”.

Maar de vrijzinnige dominee Van Ginkel zag het minder dramatisch. Volgens hem betekent de secularisatie niet alleen cijfermatig verlies, maar ook grote winst omdat zo veel mensen zich bevrijd hebben van de “bevoogding van de kerk en van God”.

De huidige secretaris-generaal van de Hervormde Kerk, dr. K. Blei, zei dat de kerk het belang van het rapport niet moeten bagatelliseren. Hoewel de inhoud niet verrassend was, leert het rapport volgens Blei dat “het christendom niet meer vanzelfsprekend is en dat wie op een grote opleving hoopt, waarschijnlijk zeer teleurgegesteld zal raken. Wat we dus nodig hebben, is een creatieve visie op de kerk als minderheid”, aldus dr. Blei. Van de synode kreeg hij gistermiddag een tiental overwegingen mee voor een zogeheten 'strategisch beleidsplan', dat het komend najaar klaar moet zijn. Zo zullen de gemeenten hun “missionair elan” moeten versterken en meer accent moeten leggen op “kwaliteit, echtheid en diepgang van het gemeenteleven.”