De Palestijnse ontnuchtering; Gaza-strook moet nu angst en anarchie afleren

De Palestijnen hebben sinds half mei beperkte autonomie in de Gaza-strook. Maar het zelfbestuur heeft schaduwzijden. PLO-leider Arafat wordt bespot om de 'vriendjespolitiek' en het falende economische beleid. Het nieuwe Palestijnse bestuur dat de Israelische autoriteiten vervangt, maakt ook misbruik van de macht. De Gaza strook is opgelucht, maar durft niet aan de toekomst te denken.

Karim is al een paar keer met zijn vrouw en kinderen 's avonds naar het strand van Gaza geweest om daar te picknicken. Tijdens de intifada (de Palestijnse volksopstand) kon een achtenswaardig man zoiets niet doen. Het werd onaanvaardbaar geacht van het leven te genieten, terwijl zovele jongeren voor islam en de bevrijding van hun land het leven lieten. Nu mag dat wel, ook al heeft de radicaal-islamitische beweging Hamas de politie opgeroepen na negen uur 's avonds de stranden te sluiten en zo “het verderf en de corruptie” te bestrijden. De politie heeft op dat verzoek (nog) niet gereageerd, maar wel een afdeling ingesteld “om de jacht op perversiteit te openen”. Overdag hoeft men, God zij gedankt, niet op te treden. De vrouwen en meisjes, die in zee een bad nemen, zijn van top tot teen gekleed, tot en met een ruime hoofddoek om. Als zij uit zee komen, spreiden zij hun aan het lichaam geplakte kleren, opdat geen wellustig mannenoog hun lichaamsvormen kan raden.

Baden en picknicken zijn de nieuwe luxes van de Palestijnse autonomie in Gaza. Dat mag ook wel, want verder is er bijna niets veranderd in het dagelijkse leven. Gaza en de omringende vluchtelingenkampen worden niet langer door het Israelische leger bezet. Maar even buiten de stadjes en de kampen bevinden zich nog steeds de joodse nederzettingen. De wegen die daarheen voeren, worden nog steeds door Israelische wegversperringen en gemeenschappelijke Israelisch-Palestijnse legerpatrouilles beschermd. En verder liggen de vuilnisbelten, die nu al sinds jaren vrijwel elk leeg plekje op straat innemen, nog steeds onder de kokende zon te stinken. Ze zullen er nog wel een tijdje blijven, want de gemeentereiniging beschikt nu over veertig oeroude auto's, de helft van het benodigde aantal om de 350 ton afval per dag af te voeren. Daarnaast zijn er ook onvoldoende chauffeurs en monteurs om de auto's bedrijfsklaar te houden.

De grootste luxe van de autonomie is het wegvallen van de angst om de kinderen. Bijna elke vader en moeder in de Gazastrook was in de meer dan zes jaar dat de intifada duurde, bang voor hetgeen de dag zou brengen. “We wisten 's ochtends nooit wat onze kinderen zouden doen. We hadden er geen enkel gezag over. Als we naar hun plannen vroegen, gaven ze ontwijkende antwoorden. En hen te verbieden aan de intifada deel te nemen, was al helemaal onmogelijk”, vertelt Karim. Toch is hij niet erg gerust op de toekomst. “Vraag overal maar wat men vindt van het akkoord met Israel en van de zogenaamde voordelen ervan.”

Voor één van de loketten van een gemeentelijk bureau verdringt zich een rij mensen om uitreispapieren te krijgen naar Jordanië. Zij zijn heel kwaad. Zij stonden daar al vanaf zeven uur 's ochtends. Tevergeefs, naar nu blijkt. Om negen uur is de baas van het kantoor er nog niet. Hij verschijnt pas om half tien en deelt de mensen mee dat hij er niet over gaat, dat ze ergens anders moeten zijn. Eén van de wachtenden roept: “Toen je nog een Israelische baas had, kwamen jullie wel op tijd!”

Een ander zegt dat de economische omstandigheden nooit zo beroerd waren als thans en dat er snel verandering in moet komen. Sinds maanden weerde Israel vrijwel alle gastarbeiders uit de Gazastrook, waardoor de belangrijkste bron van inkomsten wegviel. Pas vorige week besloot Israel in totaal 25.000 gastarbeiders uit de Gaza-strook weer toe te laten. Als gevolg van de werkloosheid, die nu op zeventig procent wordt geschat, wordt ook de middenstand zwaar getroffen. De handelaren kunnen hun waren niet meer verkopen omdat de potentiële kopers domweg geen geld hebben. Dat is in Gaza overal te zien: veel winkels zijn dicht omdat er geen klanten zijn. Het autonomie-akkoord heeft, ondanks de mooie beloften van de buitenwereld, op sociaal-economisch vlak nog niets opgeleverd, wat de stemming onder de bevolking bepaald niet bevordert.

Dat is te merken bij de wachtenden voor de loketten. In een mum van tijd lopen de gemoederen hoog op. Iedereen probeert de ander te overschreeuwen. De hardst roepende verklaart dat Abu Ammar (de koosnaam voor Arafat) zes maanden van hem krijgt, “maximaal een jaar om verbetering in de sitiuatie te brengen. En als dat niet lukt, zullen wij een intifada beginnen tegen Abu Ammar en de hele wereld. Of anders trekken we met z'n allen over de Groene Lijn (de bestandslijn met Israel uit het jaar 1967).”

In het Fatah-kantoor, waar alle kamers overvol zijn met vergaderende mannen, is het de taak van Wafiq Abusido om buitenlandse journalisten en diplomaten te woord te staan. Op de vraag of er wel voldoende banen zijn in het thans op te zetten regeringsapparaat, reageert hij geprikkeld: “Niet voldoende banen? Wie heeft u dat wijs gemaakt?” We laten hem een recent pamflet zien, waarin Fatah-mensen de Fatah-leiding in ongekend felle taal beschuldigen de strijders van de intifada niet bij het bestuur te betrekken. Volgens het pamflet “proberen zij de rol te minimaliseren die wij hebben gespeeld. Zij zouden moeten aftreden. Wij moeten onze stem luid en duidelijk laten horen tegen de vriendjespolitiek van Fatah die nog steeds de overhand heeft, en tegen de mensen die nu alle plaatsen bezetten. Zij proberen de authentieke Fatah-mensen aan de kant te zetten. (...) Deze lieden zijn een mislukking en wij willen dat ze aftreden.” Het pamflet is, zonder dat het met zoveel woorden gezegd wordt, een directe aanval op Yasser Arafat. Want iedereen weet dat hij, en hij alleen, bepaalt wie wél en wie niet benoemd wordt.

Maar volgens Wafiq Abusido zegt dat pamflet helemaal niets. “Zoiets gebeurt overal. Dat heeft niets met banen te maken. Er zijn mensen die heel weinig hebben geleerd en alleen omdat ze een paar jaar in de gevangenis hebben gezeten, nu een post opeisen. Ikzelf heb ook alles bij elkaar vijf jaar gevangen gezeten. Maar ik ben in 1986 afgestudeerd.”

Verzoening

Het Fatah-kantoor herbergt ook een sociale afdeling om bemiddelend en verzoenend op te treden bij ruzies tussen families, die voornamelijk gaan over landbezit. Het bureau werd tijdens de intifada opgericht omdat er voor dat soort problemen geen andere autoriteit was. Zo'n instelling is van levensbelang in de nog steeds zeer tribaal georganiseerde en traditioneel denkende Gazastrook. Anders zou het onderlinge bloedvergieten in de toch al gespannen verhoudingen tot grote explosies kunnen leiden. Daarom heeft ook Hamas een soortgelijk instituut.

Mohammed Abu Khatar, één van de sociale werkers, legt uit: “Wij kunnen dwingend oplossingen opleggen, maar niet in alle gevallen. De sulha (de verzoening die bij het sluiten van vrede behoort) is bij de wet geregeld. Als er doden vallen bij familieruzies, moet er per dode bloedgeld worden betaald: 40.000 Jordaanse dinar (ongeveer 100.000 dollar). Als dat geld niet betaald kan worden, moet de getroffen familie toestemming geven voor de betaling van een kleiner bedrag. Doet zij dat niet, dan heeft zij het recht een lid van de in gebreken gebleven familie te doden.”

Nu Israel, krachtens het Akkoord van Kairo met de PLO, vele honderden gevangenen vrijlaat die mede-Palestijnen op beschuldiging van 'collaboratie' om het leven hebben gebracht, zijn de verzoeningsinstituten van Fatah en Hamas niet langer in staat de pogingen tot bloedwraak van de verwanten binnen de perken te houden. En dus hebben leiders in de bezette gebieden al het idee geopperd een massale sulha te organiseren, in de hoop daarmee een steeds grotere spiraal van bloedvergieten tegen te gaan.

Niemand weet of die pogingen zullen lukken. Zoals ook niemand weet hoe de toekomst zal zijn van het Akkoord van Kairo. Eén van de VN-medewerkers, die zich al jaren voor de Palestijnen inzet, zegt: “Ik ben erg pessimistisch, terwijl ik dolgraag optimistisch zou willen zijn. Maar er zijn zo ontzettend veel problemen, dat ik niet eens weet waar ik moet beginnen.”

De door Arafat benoemde mensen doen wat hoopvoller. Volgens de minister van justitie Freih Abu Medien is het Akkoord van Kairo “een oneerlijke overeenkomst, het is een zeer slechte deal. Maar nu die er eenmaal is, wil ik dat het geld via ons komt, en niet via Tunis. Het is tenslotte een soort Marshall-hulp. Dat is het Westen ook aan ons verplicht. Zoals iemand terecht opmerkte: “Frankrijk heeft Israel de atoombom gegeven, Engeland de Balfour-verklaring, waardoor de joden in grote getale naar dit land konden immigreren, en de VS geven Israel een heel sterk leger. Daarvoor moeten de Palestijnen gecompenseerd worden.”

Arafat wil als kerstman naar Palestina terugkomen. Hij wil geld hebben, waarover hij persoonlijk kan beschikken. Want geld is macht. Dat is prima, als het geld goed besteed wordt. Want wij willen niet dat onze mensen binnenkort zeggen 'We hadden het onder de Israeli's beter'. We zijn al begonnen huizen te bouwen met geld van de Europese Unie - 600 flats. Huizen zijn erg belangrijk. We moeten met name iets doen voor de mensen in de kampen, omdat zij vluchtelingen zijn uit 1948 en dus niet terug kunnen keren. Er is nu een bouwprojekt van 25 miljoen dollar, Karame (Waardigheid) genaamd, een Amerikaans projekt.''

Op de vraag hoe het met Arafat gaat, die volgens diverse berichten een paar dagen in het ziekenhuis werd opgenomen, zegt hij: “Abu Ammar is helemaal niet ziek; hij manipuleert alleen maar. Want hij wil aantonen dat hij onmisbaar is en dat er buiten hem niets kan gebeuren. Dat is het probleem waarvoor we nu geplaatst zijn: hoe verander je de houding van revolutionairen in die van burgers? Ik ben onafhankelijk, maar ik sta zelf op heel goede voet met Abu Ammar - waarschijnlijk omdat ik hem nooit om geld heb gevraagd. Dus vond ik dat ik hem best de grap kon vertellen die hier de ronde doet over hem en het Palestijnse bestuur. Hij moest er vreselijk om lachen. U kent hem nog niet? 'Abu Ammar, Abu Mazen en Abu Ala'a rijden in een auto, tot hun de weg versperd wordt door een ezel. Ze gaan eruit om het beest naar de kant te krijgen. Abu Mazen slaat hem, Abu Ala'a schopt hem. Tevergeefs: het dier blijft stokstijf staan. Tot Abu Ammar tegen de anderen zegt: Laat het maar aan mij over. Hij fluistert hem iets in zijn oor en het beest rent als een haas weg. Wat heb je hem in Godsnaam verteld?, vragen de anderen. Ik heb hem alleen maar gevraagd zitting te nemen in het Palestijnse bestuur, luidt het antwoord.”

Die vrije manier van praten van mensen als Abu Medien, de politieke grappen en de onverhulde kritiek op de PLO-leiding in Tunis tonen aan dat het vredesproces, hoe weinig gewaardeerd ook, nu al grote gevolgen heeft voor de Palestijnse samenleving. Wat vroeger onbespreekbaar was, is niet langer taboe. Voor de Palestijnen waren de regeringsautoriteiten die hen bestuurden nooit heilig, omdat het niet hún autoriteiten waren. In de woorden van een hoge ambtenaar van het Palestijns Bestuur: “De PLO was schitterend toen zij ver weg was en wij er weinig mee te maken hadden. Maar nu wordt de PLO steeds enger, naarmate zij dichterbij komt en zij het dagelijks leven van de Palestijnen steeds meer dreigt te controleren.”

Gezag

Ook de intifada is als heilig huisje omver gevallen. Aanvankelijk was de opstand alleen maar positief: de Palestijnse bevolking in de bezette gebieden, die zich zovele tientallen jaren passief slachtoffer had gevoeld van de krachten, machten en omstandigheden van buiten, had opeens haar lot in eigen handen genomen. Dat vervulde de mensen met trots en zelfvertrouwen. Een meerderheid van de bevolking was graag bereid offers te brengen voor het nationale ideaal. Maar al een jaar nadat de opstand was uitgebroken, begrepen veel Palestijnen dat een te lang durende intifada misschien voor Israels imago in de wereld zeer schadelijk was, doch voor de Palestijnse samenleving ronduit rampzalig, omdat de economische situatie snel verslechterde en de gezagsverhoudingen op hun kop werden gezet. De shabiba, de jongeren, deden immers wat hun uitkwam en stoorden zich niet aan hetgeen hun vaders en de gevestigde autoriteiten in hun gemeenschap hun probeerden voor te schrijven.

De revolutionaire verhoudingen werden nog verder aangescherpt doordat de leiders van de intifada door Israel werden opgejaagd en gevangen gezet, terwijl de PLO in Tunis alles deed om de authentieke, nieuwe leiders in de bezette gebieden weer onder haar gezag te brengen. Daardoor verslechterde het kaliber van 'het interne Palestijnse leiderschap' en ontaardde de intifada steeds meer in onderling geweld - tot zelfs in de families toe, waar de gefrustreerde mannen tegenover de gezinsleden wraak namen voor alle vernederingen, die zij dagelijks van de kant van de Israelische militairen ondergingen.

Jarenlang durfde of mocht niemand opperen dat de intifada voor de Palestijnen uiteindelijk schadelijker was dan voor Israel - dat zou landverraad zijn geweest. Nu echter geven velen openlijk toe dat de intifada catastrofale uitwerkingen heeft gehad, dat met name het onderwijs werd vernietigd en een hele generatie verloren is gegaan. Freih Abu Medien: “De scholieren die nu op de middelbare school zitten, kunnen niet of nauwelijks schrijven.” Een apotheker in Gaza vertelt dat hij thans een fortuin besteedt aan bijlessen voor zijn kinderen, die al twee jaar hebben verloren. Een professor aan de Bir Zeit-universiteit: “De studentenraden op de universiteiten namen het gezag over. Zij beslisten of er wél of niet les zou worden gegeven. De docenten konden daar niet tegen ingaan.” Het hoofd van een middelbare school voor jongens van 12 tot 15 jaar in het vluchtelingenkamp Jabaliya vertelt dat ze de kinderen hebben moeten uitleggen dat de Palestijnse politie er nu is om hen en hun familie te beschermen. “Ze moeten leren niet langer bang voor soldaten te zijn. Tijdens de intifada zijn er ontzettend veel schooldagen verloren gegaan. De eerste twee jaar ging 30 procent van de schooltijd verloren.”

Hij ontkent dat de intifada de relaties tussen leerkrachten en scholieren ernstig heeft verstoord. “De kinderen hebben het idee dat zij hun taak hebben volbracht en dat ze nu aan de studie kunnen gaan.” Maar als hij even weg is, vertelt één van zijn leraren dat er nog steeds ernstige gezagsproblemen bestaan. Er wordt veel gespijbeld en praten met de ouders heeft weinig zin, omdat de jongens ook niet naar hen luisteren. “Dus roepen wij af en toe de hulp in van een bekende Fatah-strijder, Soufian Abu Zaydan, die hier in Jabalya woont. Maar zelfs hij slaagt er zelden in de jongens weer in het gareel te krijgen.”

Om een eind aan de anarchie in het onderwijs te maken, wordt op 19 juni het leger naar de middelbare scholen in de Gazastrook en Jericho gestuurd. De Palestijnse militairen moeten ervoor zorgen dat er niet met de eindexamens geknoeid wordt en de aanwezige leraren niet geïntimideerd worden. Tijdens de intifada werd het goed gebruik om met spiekbriefjes naar de examens te vertrekken. De surveillerende leraren stonden met de rug naar de klas aandachtig door het raam naar buiten te kijken om toch vooral maar niets te zien. Hun was duidelijk gemaakt dat dat voor hun eigen veiligheid veel beter was. In de woorden van een docent: “Vorig jaar hebben er tienduizend leerlingen examen afgelegd; vader, moeder, leraren - iedereen hielp.”

Generaal-majoor Nasser Yussuf, hoofd van de politie, bevestigt in zijn hoofdkantoor - niet toevallig ook wel Al-Seraya (het Paleis) genaamd - dat zijn manschappen in de scholen toezicht zullen houden op een ordelijk verloop van de examens. “Ja, wij zullen, indien nodig, tussenbeide komen.” Op de vraag of dat geen grote problemen zal opleveren, zegt hij: “De bevolking vraagt erom. Het zijn onze jongens die examen doen. In het verleden mislukten ze op de universiteiten. Dat moet nu gecorrigeerd worden om goede studenten te krijgen.”

Baantjes

De aangekondigde controle op de schoolexamens door de Palestijnse politie (door iedereen in Gaza “het leger” genoemd) laat zien dat de militaire machthebbers sinds Israels terugtrekking wél van identiteit zijn veranderd, maar niet aan belang hebben ingeboet. Het ene militaire gezag is in feite door het andere militaire gezag vervangen. De leeg gekomen bestuursposten werden door Arafat mondjesmaat opgevuld. Hij benoemde slechts een paar locale notabelen, de meesten afkomstig uit de goede families van vroeger. Dat stelde de hoge militairen van het Palestijnse bevrijdingsleger in de gelegenheid hun macht de facto uit te breiden - tot groot ongenoegen van velen die nog maar een paar weken geleden ontroerd waren bij het zien van de eigen militairen. Steeds luider worden dan ook de klachten dat Nasser Yussuf zich teveel met de politiek bemoeit en dat zijn officieren hun familieleden aan mooie baantjes helpen. Steeds zichtbaarder ook omgeven de officieren zich met gewapende lieden, die hen moeten beschermen. Nu al spreken velen in Gaza over 'de militaire regering'.

Dat maakt de buitengewoon zelfverzekerde Nasser Yussuf niet zoveel uit. Terwijl het in zijn 'Paleis' nog één grote chaos is, zit hij in zijn goed gestoffeerde en gemeubileerde kamer alsof hij al tien jaar de lakens in Gaza uitdeelt. Hij ontkent dat hij zich een vreemde zou voelen en hij minimaliseert de problemen. Hij ontkent ook de geruchten dat hij uit geldgebrek de keus moet maken om zélf te eten of zijn gevangenen te voeden. “We zullen de gevangenen te eten geven; er zijn mensen die daarvoor zorgen. Wij hopen dat het geld van de donoren nu komt. Een paar dagen geleden kwam er tweeëneenhalf miljoen dollar van de VS. Onze mensen hier betalen voor ons, zij schieten voor: benzine etc. Maar dat mag natuurlijk niet lang duren. De mensen die net de vrede getekend hebben, zullen die vrede niet willen laten mislukken. En wat de donoren betreft, ik ben ervoor dat wij verantwoording afleggen voor onze uitgaven. Daarmee heb ik geen probleem.”

Maar met elke dag die verstrijkt, proberen de van buiten gekomen militairen meer macht in handen te krijgen. Nasser Yussuf bijvoorbeeld bezocht de door Arafat benoemde burgemeester van Gaza, Mansour Shaka, die zijn ambt pas wil aanvaarden als hij de stilzijgende steun van Hamas krijgt. Volgens de politie-commandant moest Shaka niet langer onderhandelen, maar onverwijld een uit technocraten bestaande gemeenteraad aanwijzen. De politie verbood ook de imams van de moskeeën nog langer politieke preken te houden en dreigde de moskeeën na de gebedsuren te sluiten, als zijn order niet werd opgevolgd. In feite werd Hamas daarmee de oorlog aangezegd, als deze organisatie zich niet naar het nieuwe gezag zou voegen. Nasser Yussuf dreigde zelfs honderd van zijn mannen op te offeren als Hamas de moordenaars van twee onlangs gedode collaborateurs niet uitleverde.

Voorlopig zijn de meeste van al die opdrachten en dreigementen nog niet uitgevoerd. Maar de afgelopen dagen hebben agenten in burger niet langer alleen collaborateurs, maar ook aanhangers van Hamas en de nog extremistischer Jihad Islamiya gearresteerd. Bovendien is de politie op zoek gegaan naar wapenbezit van deze twee organisaties. Vorige week kondigde de politie aan dat de elektriciteit van al diegenen die hun rekeningen niet hebben betaald (veertig procent van de consumenten) wordt afgesneden, als zij na dertig dagen nog steeds in gebreke zijn. Zij die met de bedrading hebben geknoeid en elektra van hun buren hebben afgetapt, hebben twee weken de tijd zulks te melden. Daarna zal de politie huis-aan-huis zoekingen verrichten en de schuldigen voor zes maanden afsnijden. De maatregel lijkt als twee druppels water op hetgeen de zo verfoeide Israelische bezetters deden.

Niet voor niets heeft de nu opgerichte Commissie voor Burgerrechten van Hanan Ashrawi aangekondigd dat haar prioriteit zal zijn “te werken aan de demilitarisering van het civiel bestuur.” De Commissie wordt een centrum voor klachten en zal “er nauwlettend op toezien dat er niet met de macht en het geld wordt geknoeid”.

Maar één van de commissieleden, een bekende psychiater uit Gaza, dr. Iyad Serraj, is pessimistisch. “Ik zie de zaken bergwafwaarts gaan. En als het hier fout loopt, dan zal de Israelische bezetting niets zijn vergeleken met het inter-Palestijnse of inter-Arabische gewelddadige optreden. De donoren zal het een rotzorg zijn of hier de mensenrechten worden nageleefd; zij willen vooral rust, orde en stabiliteit. Ze zijn niet geïnteresseerd in de Palestijnen, net zomin als in de Koerden. Ik kon Shamir en Rabin vrijelijk aanvallen in de Palestijnse pers, in het buitenland en in Israel. Maar ik weet niet wat er over zes maanden met mij zal gebeuren.”

    • Michael Stein