De kakelende lach van David Letterman

“Drop us dead with a joke, Tony”, zegt David Letterman, de gastheer van de meest fameuze talkshow van de Verenigde Staten.

Dat hoef je Tony (Randall, acteur) geen twee keer te vragen. “Komt een vent bij de dokter. De dokter zegt tegen hem: 'Ik heb goed nieuws en slecht nieuws, wat wil je het eerste horen?' 'Begin maar met het slechte nieuws', zegt die vent. 'Je hebt nog maar drie maanden te leven', zegt de dokter. 'Pfff... en het goede nieuws?' vraagt de man. 'Ik heb eindelijk de zuster gepakt', zegt de dokter.”

Letterman lacht zijn kakelende lach. Dit zijn de momenten waarop hij zichtbaar geniet. Hij wil de indruk wekken dat hij altijd geniet, maar soms merk je dat die lach niet veel meer dan een loze grimas is, een masker waarachter hij zich verbergt. Maar in moppen, liefst een tikje schuine, is hij oprecht geïnteresseerd; ze zijn het zuurdesem van zijn show.

Dank zij RTL 4 kunnen we Letterman tijdens de zomermaanden nu ook dagelijks op de Nederlandse televisie zien. In Amerika haalt Letterman voor CBS formidabele kijkcijfers waarmee hij zijn collega's van andere talkshows (Jay Leno - bij ons op NBC te zien - en Arsenio Hall) volledig overklast. Ook zijn Nederlandse kijkcijfers vallen niet tegen: hij trekt soms tegen de 300.000 kijkers, wat bijna drie maal zoveel is als zijn Nederlandse voorganger, Ischa Meijer.

Dat is een zeer opmerkelijk verschil, als je in aanmerking neemt dat Letterman een puur Amerikaans programma maakt met gasten, grappen en verwijzingen die voor niet-Amerikanen vaak moeilijk te plaatsen zijn. Het is een constatering die mij geen voldoening schenkt. Vergeleken met Letterman is Meijer een wonder van eruditie, inlevingsvermogen en journalistiek vakmanschap.

Als hij op dreef is, laat Meijer van mensen kanten zien die tot dan toe terra incognita waren. Bij Letterman is dat ondenkbaar. Hij wil eigenlijk liever geen gesprekken voeren, hij is van huis uit een comedian en hij wil scoren met grappen. Soms zijn die grappen grappig, maar meestal niet. Dan hoor je alleen de hersens kraken van vijf grappenbedenkers die elke morgen vertwijfeld bijeen hokken in een bedompt kamertje bij het koffieapparaat van CBS. Letterman is nog het leukst als hij ad rem reageert op uitspraken van anderen; dan merk je dat hij een flitsend gevoel voor humor heeft.

Zijn 'interviews' zijn pijnlijk van oppervlakkigheid. Met een interessante man als zanger-componist Randy Newman komt hij niet verder dan een babbeltje over filmmuziek. Van een autocoureur (Nigel Mansell) wil hij weten 'wat je moet doen als je niest in de auto'. Aan actrice Muriel Hemingway vraagt hij of ze haar beroemde grootvader heeft gekend. Als hij tevoren de geboortedatum van de kleindochter en de sterfdatum van de grootvader had opgevraagd, had hij geweten dat het een slechte vraag was.

Maar wat maakt het uit? Voor Letterman en zijn bewonderaars niets. Het gaat er hun alleen om dat die een of twee beroemdheden er die avond zijn. Het credo van Letterman: wees beroemd, en zwijg, althans over zware onderwerpen. Als iemand een serieuzere wending aan het gesprek dreigt te geven, verkrampt Letterman. Muriel Hemingway begon nogal zakelijk uit te weiden over haar vertrek naar Idaho. “Ik heb er ook nog een leuk verhaal over”, zei ze. “Thank God!” riep Letterman.

Soms rijst bij mij het boosaardige vermoeden dat ook die 'leuke verhalen' van de gasten tevoren zijn doorgenomen met de redactie. Velen gebruiken de vragen van Letterman alleen om een greep in hun anekdotentrommel te doen. Ze weten wat er van hen verwacht wordt, en ze handelen ernaar. Meligheid wordt dan troef.

Letterman heeft een soort jongensachtig charisma. Dat moet de reden zijn waarom hij zoveel succesvoller is dan concurrent Jay Leno, in wezen hetzelfde type gastheer. Ik heb nooit eerder iemand met zoveel flair en losheid op de studiovloer actief gezien als Letterman.

Paul de Leeuw komt in dit opzicht misschien nog het dichtst in zijn buurt. Zijn Schreeuw vertoont ook opvallende overeenkomsten met Lettermans programma: de wisselwerking met de orkestleider, de geïmproviseerde terzijdes naar het publiek, de desinteresse voor de gasten. Maar De Leeuw was op zijn beste momenten - in de eerste periode van De schreeuw - wat mij betreft aanzienlijk leuker.

De gasten zijn er voor Letterman, en niet andersom. Toch willen ze allemaal bij hem zitten, al die Jos Brinken, Renée Soutendijks en Ruud Gullits van Amerika. Want roem moet onderhouden worden, als een huis dat regelmatig een opknapbeurt nodig heeft. Wie één keer bij Letterman heeft gezeten, kan er weer een poosje tegen.

Het publiek in de studio lijkt oprecht van hem te genieten. Ze komen van heinde en verre naar de CBS-studio in het hartje van New York. Buiten de studio vormen zich rijen mensen - de stand-by audience - in de hoop op een niet afgehaald kaartje. Laatst nam Letterman tijdens de uitzending veertig van deze mensen mee naar een hamburgertent om hen te trakteren. De camera er uiteraard bij: zó bouwt een presentator aan zijn populariteit.

“Vertel eens van die aardbeving”, zegt Letterman tegen een gast, Gary Shandling, een collega van een andere talkshow. (Tv-incest beperkt zich niet tot Hilversum.)

“Ik lag net te vrijen”, vertelt Shandling, “en mijn vriendin zegt dan altijd op een gegeven moment: 'Dit is The Big One', maar nu zei ze: 'Ik geef je een zesje'.”

Letterman: “Háháháháhá!”