Cirque Plume brengt '10.000 jaar oud circus'

Cirque Plume is terug in Nederland. Vanaf vanavond speelt de harlekineske theatergroep uit Frankrijk in een tent in het Museumpark in Rotterdam.

Cirque Plume, Museumpark, Rotterdam, 18 t/m 26/6. Daarna in Venlo, 24/8 t/m 2/9.

Het moet steeds weer worden gezegd: Cirque Plume, tien jaar geleden in Besançon geboren als burlesk straattheater, is geen circus in de traditionele betekenis van het woord. Het enige dier dat erin optreedt, is het hondje Zippo dat ieder bevel nuffig negeert, en van losse nummers is geen sprake. Grappige entr'acts en een razend tempo maken van elke voorstelling een eenheid, waarin zeventien acrobaten, jongleurs, muzikanten, trapezewerkers, clowns en andere duizendkunstenaars een feeëriek en fysiek spektakel opvoeren.

Maar regisseur Bernard Kudlak, tevens actief als jongleur en pierrot, haalt de schouders op over het verwarrende circus-etiket dat Plume is opgeplakt. “Als iemand iets nieuws maakt, krijg je onvermijdelijk misverstanden,” zegt hij. “Toen de bebop opkwam, zei iedereen: maar dat is geen jazz! Het is altijd een kwestie van wennen. Wij spelen trouwens wel circus, maar dat is het circus van 10.000 jaar geleden. Bij de pyramiden waren immers al jongleurs?”

Zelf zag Kudlak zijn eerste traditionele circus pas toen hij 24 was; eerder was hij te arm om een kaartje te kopen. Hij verklaart er bewondering voor te hebben, maar met Cirque Plume meer in de traditie van de theaterruimte te staan: “Ik ga uit van de ruimte en plaats daarin de personages. De kern van Plume wordt nog steeds gevormd door de negen spelers uit het begin, dus ik ken ze door en door. Hoe lang dat zo kan blijven, weet ik niet. Ik neem aan dat onze samenwerking eindig zal zijn, omdat de leeftijd fysieke beperkingen gaat opwerpen. Maar zo ver is het nog niet. En ik hecht aan de kerngroep; hoe langer we bij elkaar zijn, hoe subtieler onze voorstellingen worden.”

De artistiek leider verwerpt echter de romantische gedachte dat Cirque Plume een hippie-achtige commune zou zijn. “We zijn professionele spelers, die toevallig vaak samen zijn omdat we veel reizen. Plume heeft een bedrijfsmatige opzet en het reizen is economisch noodzakelijk, omdat we dure produkties maken. We willen alleen oppassen dat het geen pure show business wordt; wat dat betreft dansen we op een smal koord tussen artisticiteit en economische wetten. Het eerste moet voorop blijven staan, het gaat erom een levend spektakel op te voeren dat de begrenzingen wegneemt tussen de verschillende theaterdisciplines.”

Lachend wijst hij op de hoge bebouwing van de Erasmus-universiteit in de verte en voegt eraan toe: “Ik heb nog steeds humanistische idealen. Erasmus kijkt hier op ons neer en beschermt ons.”