Belastingen lager bij 'paarse' plannen

DEN HAAG, 18 JUNI. De bezuinigingsplannen van PvdA, VVD en D66 voor het eventuele regeerakkoord van een paarse coalitie leiden tot een aanzienlijke belastingverlaging. Dat blijkt uit de doorrekening van de plannen door het Centraal Planbureau. Mensen met lagere inkomens zullen daarvan het meest profiteren. Het overeengekomen pakket maatregelen bevat 20 miljard gulden aan bezuinigingen op rijksbegroting en sociale zekerheid en 9 miljard gulden aan lastenverlichting.

De inkomstenbelasting telt drie schijven. Het belastingtarief van de eerste schijf, die loopt tot een inkomen van ruim ƒ 43.000, bedraagt op dit moment 38,12 procent. Zonder aanpassing van het beleid zou dit tarief volgens het CPB in 1998 oplopen tot 39,9 procent. De plannen van het paarse kabinet-in-wording brengen dit tarief terug naar 33,9 procent, of in een iets minder gunstige variant naar 34,5 procent. De onderhandelaars van PvdA, VVD en D66 zouden verder besloten hebben om het hoogste belastingtarief van 60 procent pas bij een hoger inkomen te laten ingaan. Deze zogeheten “verlenging van de tweede schijf” is gunstig voor de hogere inkomens.

Het CPB heeft twee varianten voor mogelijke lastenverlichting doorgerekend. In de ene wordt een gedeeltelijke vrijstelling (franchise) voor de ziekenfondspremie ingevoerd, in de andere een franchise voor de overhevelingstoeslag. Dit betekent dat over de eerste paar duizend gulden loon van werknemers geen werkgeverspremie wordt geheven. Voor elk van de varianten is 6,7 miljard gulden uitgetrokken. De overhevelingstoeslag is een vergoeding van de werkgever aan de werknemer voor het feit dat de laatste sinds de belastingherziening van 1989 (Oort) de premies Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) en Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) is gaan betalen. Gedeeltelijke vrijstelling van deze overhevelingstoeslag, zo blijkt uit de CPB-berekeningen, levert substantieel meer banen op dan een franchise in de ziekenfondspremie. Nadeel van deze eerste variant is dat de koopkrachteffecten bij de laagste inkomens ongunstiger zijn. De ziekenfondsvariant levert weliswaar minder banen op, maar is beter voor de koopkracht van de mensen met de laagste inkomens.

Pag.3: Koopkracht omlaag door bezuiniging

Behalve de 6,7 miljard gulden lastenverlichting die is bedoeld voor meer banen aan de onderkant van de arbeidsmarkt is nog 2,3 miljard gulden lastenverlichting uitgetrokken voor het midden- en kleinbedrijf, de verlenging van de tweede schijf en lagere sociale premies als gevolg van verschuivingen in de sociale zekerheid en het niet koppelen van de uitkeringen aan de gemiddelde loonontwikkeling in het bedrijfsleven.

De uitkomsten voor de werkgelegenheid zijn beter dan bij de doorrekening van een eerder pakket, vorige week maandag, maar worden nog als “onvoldoende” gekenschetst. Het bezuinigingspakket heeft een negatieve uitwerking op de koopkracht. Bij gemiddeld 2 procent economische groei per jaar en ongewijzigd beleid rekent het CPB op een gemiddelde koopkrachtdaling met 0,75 procent per jaar voor AOW-ontvangers en een half procent voor modale werknemers met een bruto inkomen van bijna vijftigduizend gulden. De plannen van PvdA, VVD en D66 leveren in sommige gevallen dubbel zoveel koopkrachtdaling op. Het financieringstekort en de collectieve lastendruk komen als gevolg van de opgevoerde bezuinigingen en lastenverlichting gunstig uit de berekeningen.

Dit weekend zullen de onderhandelaars Kok, Bolkestein en Van Mierlo zich in eigen kring met hun fractiespecialisten beraden op de uitkomsten. VVD en D66 vinden dat een aantal bezuingingen nog niet hard genoeg zijn ingevuld. Het gaat hier om een bedrag rond de 3 miljard gulden. In kringen rond de onderhandelaars wordt gezegd dat het “behoorlijk de goede kant op gaat”. Het door het CPB doorgerekende pakket maatregelen wordt gekenschetst als “een pakket waar we aan kunnen sleutelen”. Onderhandelaars en fractieassistenten schatten nog een week nodig te hebben voor harde afspraken over nog niet concreet ingevulde bezuinigingen en het afstemmen van werkgelegenheids- en koopkrachteffecten.

Nadat de afgelopen weken vooral afspraken zijn gemaakt op sociaal-economisch terrein is de afgelopen week ook hard gewerkt aan enkele niet-ecomische onderwerpen met, wat wordt genoemd, “een hoog paars gehalte”. Zo wordt bezien of behalve het langer open stellen van winkels van maandag tot en met zaterdag ook de regels voor de zondag kunnen worden versoepeld.

Andere onderwerpen met een hoog paars gehalte zijn homoadoptie en individualisering van sociale verzekeringen.