Banencarrousel draait door chaos buitenlands beleid VS; Haalt Christopher de kerst nog?

De Grote Ingreep is het nog niet, maar de banencarrousel in de Amerikaanse buitenlandse politiek draait op volle toeren. Al maanden zijn er speculaties dat minister van buitenlandse zaken Warren Christopher of nationaal veiligheidsadviseur Anthony Lake zullen aftreden wegens de chaos in het buitenlandse beleid en de navenante storm van kritiek. President Clinton wil daar tot nu toe echter niets van weten en houdt de misère vooral op een kwestie van verkeerde “communicatie”. Na de D-day-toer naar Europa hebben Christopher en Lake deze week zelf enkele hervormingen doorgevoerd met de vervanging van drie functionarissen die verantwoordelijk zijn voor Europa-beleid.

Christopher slachtofferde zijn belangrijkste Europese adviseur: Stephen Oxman, Wall Street-advocaat en naaste vriend en klasgenoot van Clinton op de Yale Law School, treedt af als onderminister voor Europese en Canadese Zaken. Zijn afdeling die verantwoordelijk is voor beleid ten aanzien van 38 landen en relaties met de NAVO, de Europese Unie en andere internationale organisaties, is de grootste binnen het ministerie van buitenlandse zaken.

Oxmans opvolger is de vroegere carrière-diplomaat en bankier Richard Holbrooke, eens onderminister op het State Department in de regering-Carter en nu sinds acht maanden ambassadeur in Bonn. Oxman, in het bezit van een doctoraat in de diplomatieke geschiedenis in Oxford en al assistent van Christopher in de regering-Carter, wordt naar een ambassadeurspost weggebonjourd.

Anthony Lake zal zijn hoofd van de afdeling West-Europa binnen de Nationale Veiligheidsraad, Jennone Walker, vervangen. Zij wordt ambassadeur in Praag en haar opvolger is al gekozen: de Rusland-specialist Alexander Vershbow van het State Department. Voorts werkt de regering-Clinton aan de benoeming van een nieuwe coördinator van de hulpprogramma's voor Rusland - nog daargelaten een aantal wijzigingen in de top van het Pentagon.

De veranderingen zijn een direct gevolg van de frustratie in het Witte Huis en het State Department over het uitblijven van een coherent beleid tegenover Europa en de oorlog in Bosnië in het bijzonder. “We hadden het gevoel dat we gezien de complicaties van dit werk - niet alleen met het Bosnië-beleid, maar ook op andere plaatsen - beter konden presteren”, erkende een medewerker van Christopher deze week anoniem tegenover verslaggevers.

De mutatie van Oxman is de zoveelste binnen een paar maanden op het ministerie van buitenlandse zaken. Sinds vorig jaar november heeft Christopher zijn plaatsvervanger als minister, zijn directeur beleidsplanning en zijn speciale Haïti-gezant vervangen. Maar haalt minister Christopher zelf de kerstdagen wel, is de actuele vraag in de Amerikaanse media. Clintons vriend Strobe Talbott, eerst speciaal gezant voor Rusland en vervolgens aangesteld als 'tweede man' op het ministerie, is al herhaaldelijk genoemd als zijn opvolger.

Christopher opereert step by step, met keer op keer een zig-zag-route als resultaat: in Bosnië, Somalië en Haïti. In die zin is hij advocaat gebleven: hij initieert niet, maar consulteert en reageert. Afhankelijk van kansberekeningen worden beloften en dreigementen even makkelijk geuit als ingeslikt, terwijl de prioriteiten mistig blijven. Christopher is Clintons enige minister die eerder bewindsman was (onder Carter), maar die ervaring heeft hij nog niet kunnen botvieren.

Wie dankte eind vorig jaar ook alweer Europa af als “niet langer een dominant gebied in de wereld”, dat te lang te veel aandacht had gekregen van de Verenigde Staten? Het was een zonderlinge uitspraak die bij het daaropvolgende bezoek van de president aan Europa en bij de recente D-day-herdenking uitsluitend nog werd gevolgd door retorische aubades van Clinton aan datzelfde Europa.

Een vergelijkbaar lot treft het begrip enlargement dat de professorale Tony Lake met enig lawaai vorig jaar lanceerde als de opvolger van de containment-politiek tijdens de Koude Oorlog. Verbreiding van democratie en markteconomie zijn de trefwoorden van de enlargement-politiek, maar er is weinig meer van vernomen. En als president Clinton deze trefwoorden nog wel noemt, zijn het, zo weet de buitenwereld inmiddels, eufemismen voor van geval tot geval gekozen eigenbelangen.

De VS plaatsten onlangs de eigen economische belangen in China boven de omgang met de mensenrechten in dat land, zo bleek bij de verlenging van de handelsstatus van China. En wat de mensenrechten in Bosnië betreft: een jaar lang heeft Clinton gehamerd op opheffing van het wapenembargo tegen de moslims in Bosnië, en nu hij eindelijk het Congres aan zijn zijde heeft, mijdt hij hierover de confrontatie met de bondgenoten en is hij plotseling tégen deze opheffing omdat het vredesproces zo'n vaart zou lopen.

De VS willen nog wel 's werelds sheriff zijn, maar dan wel één die vaker dan in de recente geschiedenis een tukje doet op de veranda en niet meer altijd met de posse mee uitrukt. Dat heeft niet alleen te maken met Clintons aandacht voor de binnenlandse agenda, zijn angst voor volle lijkenzakken en negatieve publiciteit, maar ook met gebrek aan expertise en visie op buitenlands gebied. De president van de Verenigde Staten regeert alsof hij nog steeds gouverneur van Arkansas is. Dat is ook een prijs die de Democraten betalen voor hun lange afwezigheid en gebrek aan ervaring in het Witte Huis.

The New York Times haalde afgelopen donderdag, in reactie op de personele wijzingen, ongebruikelijk hard uit naar het buitenlandse beleid: Christopher en Lake hebben “gefaald vertrouwen te kweken in binnen- en buitenland” en “enige substantiële indruk te maken in de internationale diplomatieke en veiligheidsgemeenschap” en “geen dwingende visie op Amerika's toekomstige plaats in de wereld uitgesproken”. Volgens de krant zal “het gebrek aan zichtbaar leiderschap” van president Clinton” in de wereld hem nog problemen geven om het Congres voor zijn binnenlandse plannen te winnen. De benoeming van nieuwe mensen op middenniveau volstaat niet, concludeerde de Times. Het transferseizoen in de Amerikaanse regering blijft nog wel even geopend.