Arafat komt pas naar Jericho als het hem schikt

JERUZALEM, 18 JUNI. Komt hij nou eindelijk? En wanneer komt hij? Die vragen worden dagelijks gesteld door de vele honderden buitenlandse journalisten die naar Israel zijn gereisd om getuige te zijn van zijn 'reis van de terugkeer' naar Palestina. 'Hij' is natuurlijk Yasser Arafat, die volgens alle eerdere aankondigingen en geruchten al lang hier had moeten zijn. Elke dag kondigen wel een paar van zijn veronderstelde intimi in Palestina aan, dat hij over vier of zeven dagen Jericho zal binnentrekken. Zijn gepantserde mercedes zou al ter plaatse gearriveerd zijn.

De onzekerheid over Arafats terugkeer is voor de Amerikaanse televisiemaatschappijen een financiële ramp. Eerst moesten zij met een Oostenrijkse firma onderhandelen, die door de PLO was ingeschakeld om de 'reis van de terugkeer' tot een finaniële vetpot te maken: de bedragen liepen op tot twintigduizend dollar. Dat leidde tot iets te veel schadelijke anti-reclame, waarna de Oostenrijkers door de PLO aan de kant werden gezet. Voor alle zekerheid hadden de Amerikaanse tv-maatschappijen al enkele weken geleden hun cameralieden en technici in Jericho gestationeerd.

Omdat het stadje absoluut niet is berekend op zo'n aanloop, doen de burgers nu fantastische zaken, met name degenen die een huis hebben aan het centrale marktplein. Daar is het raadhuis gevestigd, waar Arafat ongetwijfeld een redevoering zal afsteken. De laagste prijs die werd berekend voor een plaats op een van de daken die het marktplein overzien, bedroeg drieduizend dollar. Maar naarmate er meer journalisten binnenkomen, gaan de prijzen navenant naar boven, zodat niets wat eerder was afgesproken zeker is.

De dreigende waarschuwing van de Amerikaanse tv-maatschappijen aan Arafat dat zij vanaf 17 juni hun belangstelling voor zijn komst naar Jericho zouden verliezen, omdat dan niet alleen alle aandacht in de wereld, maar ook de beschikbare verbindingen van de satellieten door de wereldkampioenschappen voetbal worden opgeslorpt, heeft niets geholpen. Arafat heeft die datum laten voorbij gaan, omdat zijn komst nu hem te weinig voordelen zou opleveren.

De opwinding in journalistieke kring wordt door de Palestijnse bevolking absoluut niet gedeeld. Arafats aanhangers wachten geduldig af. Zij zijn nog ruim in de meerderheid volgens een opinie-onderzoek van een Palestijns onderzoekscentrum in Nabloes, dat op 31 mei werd gehouden. De voor Arafat positieve uitkomst is niet zo verrassend omdat het onderzoek werd gehouden, kort na de terugkeer van de Palestijnse politie - voor zeer velen een buitengewoon ontroerende ervaring.

De volgelingen van Arafat zeggen dat hij natuurlijk niet kan komen zolang er nog zoveel onzekerheden zijn. Bij voorbeeld of Rabin hem toestemming zal geven naar Jeruzalem te gaan en daar in de Aqsa-moskee te bidden. Als hij dat niet mag, zal zijn terugkeer veel minder roemrucht zijn. Dus meldde de geruchtenmachine hier de afgelopen week dat Arafat er alles op alles op zet om zich door de groten der aarde te laten begeleiden: door president Mubarak van Egypte, koning Hussein van Jordanië, koning Hassan II van Marokko en president Mandela van Zuid-Afrika. De Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, Warren Christopher, die eveneens als Arafats reispartner werd genoemd, is alweer afgevallen omdat hij zijn al aangekondigde bezoeken aan het Midden-Oosten heeft uitgesteld bij gebrek aan resultaten in het Syrisch-Israelische vredesoverleg.

Aan Palestijnse zijde is iedereen het erover eens dat Arafat pas zal komen als zijn persoonlijke geldbuidel enigszins gevuld is. Een van zijn plaatselijke tegenstanders zegt: “Geld betekent voor hem macht. Hij kon de afgelopen decennia alleen maar functioneren omdat hij over ruime middelen beschikte en de loyaliteit van mensen kon kopen. Hij wil niet alleen op bestuurlijk, maar ook op financieel gebied alles onder eigen beheer houden. Daarom staat hij erop de betalingen zelf te verrichten - van de directeur tot aan de simpele bewaker. De Al-Azhar Universiteit in Gaza (van Al-Fatah) krijgt bij voorbeeld geld van de PLO. Maar de cheques voor alle salarissen werden tot dusver door Arafat getekend. En nu is hij te oud om zijn manier van doen te veranderen. Dus speelt hij een spelletje met de donorlanden - met als inzet wie de langste adem heeft. Hij komt pas naar Palestina om de zaken te regelen, als zij hem voldoende geld geven. En ik denk dat zij uiteindelijk zullen toegeven.”

Zijn volgelingen zeggen: “Natuurlijk komt hij. Maar je kunt toch niet van hem verwachten dat hij zonder geld hier komt? Dan kan hij toch geen banen of een beter leven aan de mensen beloven? En dat is waar iedereen op wacht.”

Eén van zijn naasten in Jeruzalem was er gisteren zeker van dat Abu Ammar binnen een week in Palestina zal zijn. Vervolgens corrigeerde hij zich: “Er zijn nog zoveel zaken te regelen - op financieel, bestuurlijk en organisatorisch gebied. Er is bij voorbeeld in Jericho nog geen gebouw, waar de ministers kunnen vergaderen.”

Als Arafat naar Jericho komt, is daar alvast alles voorbereid om problemen te vermijden. De veel te pro-Jordaans geachte burgemeester zit voor spek en bonen in zijn kantoor. En alle bestuurlijke functies zijn nu overgenomen door de Palestijnse politie. In feite staat Jericho onder militair bestuur. In het stadje is er nu op elke twintig burgers één politieman. Tot dusver reageert de bevolking daarop zeker niet ontevreden, omdat de militaire autoriteiten de zaken sneller en efficiënter blijken te behandelen dan dan de aan de kant gezette burgerbestuurders.

De Palestijnse elite die had aangekondigd elke vorm van dictatuur te zullen bestrijden - waarbij sommigen zelfs zeiden dat zij “Arafat een lesje zouden leren” - is opmerkelijk stil gebleven.

Alles wijst erop dat, in tegendeel, Arafat hen een lesje leert, zodat zijn terugkeer - volgende week, volgende maand of volgend jaar - gepaard zal gaan met uitzinnige uitbarstingen van liefde, aanhankelijkheid en trouw aan “de grootste leider die Palestina ooit heeft voortgebracht”.