Uitspraak vol verrassingen in incestzaak

ROTTERDAM, 17 JUNI. In algehele vrijspraak in de Epe-zaak werd al lang niet meer geloofd. De ouders van slachtoffers Jolanda en Evelien hadden immers - al dan niet onder druk - een bekentenis afgelegd. En zowel de rechtbank in Zutphen als het Hof in Arnhem achtten een deel van de feiten bewezen.

Maar dat de ex-man van Jolanda door het Gerechtshof van Arnhem is vrijgesproken, lag niet in de lijn der verwachtingen. Hij heeft altijd alle aanklachten ontkend en betuigde slecht zijn spijt. Spijt dat hij nooit heeft ingezien dat Jolanda het vroeger zo moeilijk heeft gehad en dat hij haar niet eerder had opgevangen. Spijt ook dat hij wel eens met haar vree zonder dat zij daar zin in had. Hij zei woedend te zijn dat hem dit werd aangedaan en was de enige verdachte die tijdens het proces soms zeer heftige emoties toonde. Maar aan de andere kant kwamen zijn ontkenningen ongeloofwaardig over en leek hij als enige geheel toerekeningsvatbaar.

Tegen de ex-man van Jolanda was door de procureur-generaal een hogere straf geëist dan dat de rechtbank van Zutphen hem had opgelegd. Hij zou betrokken zijn geweest bij de gewelddadige zwangerschapsonderbrekingen. En de verdachte sprak zich zelf op een aantal punten tegen, waardoor ernstig werd getwijfeld of hij de waarheid sprak. Maar omdat gynaecoloog H.W. Bruinse, die beide slachtoffers inwendig heeft onderzocht, het voor onmogelijk hield dat Jolanda met een vibrator kon zijn geaborteerd, verviel de belangrijkste aanklacht.

Dat de ouders wel een relatief zware straf hebben gekregen (de vader heeft nog altijd een jaar minder gekregen dan de in Zutphen opgelegde straf) is ook een juridische kwestie. Het afdrijven van een vrucht is volgens het Hof een vorm van zeer zware mishandeling, geen moord of doodslag. Dat in tegenstelling tot de gangbare juridische praktijk. De moeder wordt als “initiator van al het kwaad” gezien en niet de vader, zoals eerder gesteld werd. Veel bewijsmateriaal had het Hof niet, maar desondanks is men ervan overtuigd dat Jolanda en Evelien jarenlang op sadistische wijze seksueel misbruikt zijn. Dat het bewijsmateriaal niet voor handen was, heeft een aantal oorzaken.

Met een beschuldigend vingertje werd naar het rechercheteam dat de zaak onderzocht gewezen. Rechercheurs zouden de verhoren niet nauwkeurig hebben vastgelegd op band of video. Daardoor ontstond de verdenking dat verdachten gemanipuleerd waren of zelfs bekentenissen in de mond waren gelegd. De rechercheurs die door het hof werden gehoord ontkenden dat.

De politie in Epe heeft geleerd van deze zaak. Op het moment worden verdachten verhoord in een zijdelings met de Epe-zaak verweven onderzoek (sommigen spreken van Epe 3) waarbij de verhoren wel worden opgenomen. De politie, zo zei de leider van het onderzoeksteam, H.H. Groenouwe, was zò onder de indruk van de aangiften van Jolanda dat menigmaal op een teambespreking werd geroepen “er is in Epe iets héél ergs gebeurd”. Dat vond Groenouwe - in augustus vorig jaar kreeg hij pas de leiding over het team - een verkeerd uitgangspunt. Er hing op het bureau een te emotionele sfeer die werd beheerst door het vermoeden dat er zich satanische rituelen op de Veluwe hadden afgespeeld. Hij zegt het roer te hebben omgegooid en een duidelijke lijn uitgestippeld om tot een gedegen onderzoek te komen. Maar harde bewijzen bleven uit.

De processen verbaal werden door menig deskundige en door de advocaten van de verdediging gekraakt. Het Hof heeft de processen verbaal desondanks zwaar laten wegen in haar oordeel. Het Hof heeft de zaken ook gescheiden, terwijl de procureur-generaal Epe 1 (proces in 1991 waarbij incest bewezen werd geacht) en Epe 2 (proces 1994 waarbij babymoord en/of zwangerschaponderbreking te laste werden gelegd) als één feitencomplex behandeld. Jolanda was daar op haar beurt weer woedend over; het Openbaar Ministerie had haar immers in 1991 afgeraden nog meer feiten aan het licht te brengen, want wat bekend was, was het al erg genoeg. Het OM zou haar hebben toegezegd nog op de zaak terug te komen. Toen dat niet gebeurde, achtte Jolanda zelf de tijd rijp om een tweede proces te beginnen, zo heeft ze verklaard.

De advocaten van de verdachten vergeleken het Epe-proces steeds met een trein waar het Openbaar Ministerie was ingestapt zonder een duidelijk doel voor ogen te hebben. Jolanda was volgens hen de machinist die de koers bepaalde en iedereen volgde haar kritiekloos. Jolanda kreeg het zwaar te verduren. Haar verklaringen verdeelden de rechtzaal, en heel Nederland die de zaak via de media op de voet volgde, in believers en non-believers. Verontruste klinisch psychiaters zagen de documentaires over Jolanda en zouden de advocaten wanhopig gebeld hebben. “Zorg ervoor dat er geen ontschuldige mensen in de gevangenis komen. Dat kind is gestoord”, schreeuwde een van hen die op de laatste dag van het proces naar Arnhem was gekomen om zijn observatie over te brengen. Jolanda voldeed volgens hem aan alle ziektebeelden die 'haar trauma' met zich mee brengt.

Maar deze psychiaters kenden het dossier niet, evenmin als de vele deskundigen die zich de laatste dagen van het proces hun mening kwamen verkondigen. Het Hof kon en mocht niet zomaar afgaan op deze goedbedoelde bemoeienissen. Jolanda heeft zich al door minstens acht deskundigen, psychologen, gynaecologen en maatschappelijk therapeuten laten voorlichten, maar het Hof kan slachtoffers niet verplichten tot een psychiatrisch onderzoek. Het was al heel wat dat zowel Jolanda als Evelien zich - vrijwillig - aan een inwendig en psychisch onderzoek hebben onderworpen.