Twee schattige krengetjes

Carry Slee, Confetti conflict. Met tekeningen van Dagmar Stam. Uitg. Van Holkema & Warendorf, ƒ 24,90. Vanaf 10 jaar. Evert Hartman, De voorspelling. Uitg. Lemniscaat. ƒ 28,90. Vanaf 13 jaar. Rindert Kromhout, Erge Ellie en nare Nellie. Met tekeningen van Annemarie van Haeringen. Uitg. Zwijsen ƒ 14,60. Vanaf 6 jaar.

Jasmijn wil niets liever dan turnster worden. Om dat te bereiken hoopt ze na de basisschool op een sportinternaat terecht te komen, waar ze haar talenten verder kan ontwikkelen. Probleem: vader werkt tegen, want die vindt dat zijn dochter een echt vak moet leren. Maar vriendje Mark is er ook nog. Hij staat vierkant achter Jasmijn en samen zullen ze die dwarsligger wel eens wat laten zien. Alleen jammer dat Mark het zelf zo moeilijk heeft. Zijn vader mag dan een echte 'toffe peer' zijn, hij blijkt zomaar opeens iets met een andere man te hebben - een aardige man weliswaar, maar toch.

Samen sta je sterk, daar komt het in Confetti conflict van Carry Slee, op neer. Een wijsheid waar niets tegen in valt te brengen, want uitgerekend dat boek kreeg in de categorie tien tot en met twaalf jaar de meeste stemmen van de Nederlandse Kinderjury, en dus viel het in de prijzen. In de kinderboekenwereld is de Kinderjury de enige jury die niet uit volwassenen bestaat: elk kind tussen de zes en zestien jaar kan er met zijn persoonlijke boeken-top 5 aan meedoen, maar het moeten wel titels zijn die voor het eerst verschenen in het voorgaande jaar, in dit geval dus 1993.

Schrijvers die bij de Nederlandse Kinderjury hoog scoren, zoals Thea Beckman of Lieneke Dijkzeul, dit jaar allebei met één boek in twee leeftijdscategorieën genomineerd, vallen bij andere jury's zelden of nooit in de prijzen. 'Spannend' is een belangrijk criterium, evenals 'grappig'; kwalificaties als 'vernieuwend' of 'origineel' doen blijkbaar minder ter zake.

Het bekroonde Confetti conflict van Carry Slee is in ieder geval geen wonder van originaliteit. Het 'leest lekker weg', en er wordt toch een serieuze problematiek in aangeboord, maar daar houdt het dan ook wel mee op. Die homopapa was mij te opgelegd-modieus: kijk mij es een gewaagd onderwerp aansnijden, lijkt de schrijfster te willen zeggen, en ze verzon er een luchtig verhaaltje omheen, want het moest toch vooral gezellig blijven. En ook al loopt er een rotjoch rond in het boek dat - hoe verzin je het - Harde Henkie heet, gezellig blijft het ook: Mark is immers een 'poepie', Jasmijn een echte 'knoert', en de vriend van papa mag er ook wezen: 'Die vogel is zo maf'.

Het beste boek in de categorie dertien tot en met zestien jaar was volgens de Kinderjury Evert Hartmans De voorspelling. Inderdaad een heel spannend boek, over een eerstejaars student, Sander, die midden in zijn ontgroeningstijd van een mysterieuze bezoeker te horen krijgt dat het tijd is om afscheid te nemen: hij heeft nog maar twee weken te leven. In eerste instantie lijkt het een misplaatste studentengrap, maar er gebeurt van alles dat erop wijst dat het menens is. Het fascinerende is dat we met Sander volledig in het duister tasten: In hoeverre is zijn angst bepalend voor wat er gebeurt? En in hoeverre speelt zijn fantasie hem parten?

Tot op driekwart van De voorspelling weet Hartman de vaart er goed in te houden: het is zo meeslepend dat je het nauwelijks weg kunt leggen. Maar dan verliest de schrijver zijn greep op het verhaal. Niet omdat hij strandt in een overmaat aan pretenties, niet omdat allerlei vragen die worden opgeroepen uiteindelijk onbeantwoord blijven - dat het volop stof tot nadenken biedt is juist een voordeel - maar omdat hij blijkbaar zelf niet zo goed wist hoe het verder moest: het thriller-aspect raakt te veel op de achtergrond. In plaats daarvan komt de nadruk te liggen op een uitvoerige maar nauwelijks relevante portrettering van het studentenleven, en op een niet al te boeiend liefdesverhaal. Het werd mij allemaal te wollig, te onoverzichtelijk, er zijn te veel personages waarvan je je afvraagt wat ze in godsnaam moeten in dit boek.

Favoriet bij de jongste lezerscategorie (zes tot en met negen jaar) was Rindert Kromhouts Erge Ellie en nare Nellie, een boekje bestemd voor beginnende lezers. Twee snoezig ogende zusjes, een tweeling, ontpoppen zich als ware monsters zodra ze kans krijgen. De schrik van de buurt, maar de ouders van hun slachtoffers hebben niets in de gaten: zulke schatjes, zulke voorbeeldige meisjes, hoe zouden die nu andere kinderen kunnen krabben, schoppen en bijten? Het parool is wraak, niet alleen op die krengen van meiden, maar ook op al die ouders die zich zo door die twee laten inpakken.

Op zichzelf is het gegeven een beetje mager, en Kromhout heeft dan ook nogal veel variaties op hetzelfde nodig om zijn verhaal op de gewenste lengte te krijgen. Maar omdat het speciaal geschreven is voor beginnende lezers mag dat niet echt een bezwaar zijn, met een ingewikkeld verhaal zou hij zijn doel voorbij schieten. En met het vereiste simpele taalgebruik en korte, niet-samengestelde zinnen kan Kromhout, die inmiddels al aardig wat boekjes voor beginnende lezers op zijn naam heeft staan, uitstekend uit de voeten. Ik kan me in ieder geval heel wat vervelender oefenmateriaal voorstellen.