Trek in cirkels en bollen

Richard E. Cytowic: The man who tasted shapes. Uitg. Jeremy P. Tarcher/Putnam Books.

'Jesses, er zitten niet genoeg punten aan deze kip.'

'Niet genoeg wat?'

'Het spijt me, het was eruit voordat ik er erg in had. Ik hoop niet dat anderen dit gehoord hebben.'

'Hoezo?'

'Jij bent neuroloog, misschien kun jij me vertellen wat mij mankeert. Ik weet dat het idioot klinkt, maar telkens wanneer ik aan deze kip ruik, voel ik iets. Hoe leg ik dit uit? Geuren hebben vormen. Zo ervaar ik het althans. Ik wilde dat de geur van deze kip puntig was, maar hij is rond, eerder bolvormig.'

'Toegegeven: het klinkt nogal raadselachtig.'

'Ik weet het, niemand begrijpt me. De meesten denken dat ik drugs gebruik of dat ik het uit mijn duim zuig. Daarom zeg ik maar niets.'

'Waar voel je die vormen?'

'Overal, maar meestal tegen mijn gezicht aan. Soms voel ik het ook in mijn handen. Wanneer iets een sterke geur heeft, schiet het door mijn armen heen en komt het in mijn vingers terecht. Ik voel het gewicht, de structuur, of het warm of koud is. Ik heb dit mijn hele leven al gehad. Vertel eens, dokter, ben ik een hopeloos geval?'

'Nee, eindelijk eens iemand ontmoet met synesthesie.'

Zo begon, nu alweer vijftien jaar geleden, een gesprek tussen de Amerikaanse neuroloog Richard E. Cytowic en zijn buurman Michael Watson. Cytowic had toen niet kunnen vermoeden dat hij ooit nog eens tot 's werelds grootste synesthesie-expert zou worden gebombardeerd, al was daar weinig voor nodig, want het fenomeen wordt nog altijd als een wetenschappelijke curiositeit gezien.

'Synestheten zijn mensen bij wie reuk, smaak, gehoor en gevoel door elkaar gehusseld zijn,' vertelde Cytowic op een bijeenkomst van het Amerikaanse Genootschap tot Bevordering van de Wetenschap in San Francisco. 'De een hoort kleuren, de ander ruikt vormen. Synestheten zijn geen fantasten. Deze mensen staan 's avonds voor de koelkast en denken: nee, vandaag heb ik nu eens geen trek in bogen en kubussen. Ik ga eens cirkels en bollen proberen.'

Synesthesie komt vermoedelijk bij 1 op de 25.000 mensen voor. Het fenomeen werd tweehonderd jaar geleden al ontdekt, maar omdat er geen wetenschappelijke verklaring voor kon worden gevonden, is het weer in de anonimiteit verdwenen.

De eerste wetenschappelijke verwijzingen naar synesthesie dateren van 1710, toen de oogheelkundige Thomas Woolhouse een blinde man beschreef bij wie geluiden kleursensaties veroorzaakten. Achttiende- en negentiende-eeuwse wetenschappers deden verwoede pogingen om het verschijnsel te verklaren. Isaac Newton zwoegde vergeefs op een wiskundige formule die de relatie tussen geluids- en lichtgolven moest verklaren.

Zelfs kunstenaars raakten erdoor geïnspireerd. De van origine Russische schilder Vasily Kandinsky bijvoorbeeld gebruikte niet alleen muzikale termen om zijn gouaches en aquarellen te beschrijven; in 1912 waagde hij zich zelfs aan een gecombineerde kleur-, licht- en geuropera, getiteld Der Gelbe Klang.

Omdat het wetenschappelijk onderzoek naar synesthesie weinig concreets had opgeleverd, behalve een reeks van boeken waarin volgens Cytowic “bij wijze van spreken hetzelfde woord wordt gebruikt om Greyhound-bussen, schoenveters en stroopwafels te beschrijven”, begon de neuroloog zelf maar te experimenteren op zijn enige proefpersoon Michael Watson. Die reageerde vooral op geuren. Zo gaf de geur van veldkers Watson de sensatie van 'een balletje deeg': “Rond, maar kneedbaar, als iets dat leeft”. De geur van kinine, een extract van de kinabast, was 'even zacht als gepolijst hout'. Weer andere geuren gaven het gevoel van 'paddestoelen met gaatjes erin'. Suiker maakte de vormen ronder, terwijl citrusgeuren scherpe randen aan vormen gaven. Soms doorliep Watson zelfs een heel gamma van gewaarwordingen. Kubussen werden dobbelstenen met afgeplatte hoeken, terwijl dobbelstenen in piramiden en kegels veranderden. “Mensen gebruiken heel vaak metaforen om de smaak van wijnen te beschrijven, maar ik beleef ze echt”, aldus Watson. “Als ik mensen hoor zeggen dat cheddarkaas een scherpe smaak heeft, weet ik absoluut niet wat ze bedoelen. Ik ervaar namelijk iets heel anders.”

Na ongeveer zestig andere gevallen bestudeerd te hebben - de resultaten van dat onderzoek werden drie jaar geleden al eens gepubliceerd in het handboek Synesthesia: a union of the senses - kan Cytowic nu in elk geval een aantal overeenkomsten in synestheten aanwijzen. Synesthesie komt in families voor en is autosomaal dominant, dat wil zeggen dat als de ouders de afwijking hebben er vijftig procent kans is dat de kinderen het ook krijgen. Veel synestheten zijn linkshandig. Hoewel ze vaak concentratieproblemen hebben, zijn ze buitengewoon intelligent en beschikken ze over een bijna fotografisch geheugen. Cytowic: 'Deze mensen hebben geen ezelsbruggetje nodig om cijfers te onthouden, omdat die een specifieke kleur of klank hebben.' Synestheten zijn niet buitengewoon artistiek aangelegd, al is er een aantal bekende synestheten, onder wie Vladimir Nabokov.

De sensaties zijn vaak even onvermijdelijk als een knie-reflex. Wel zijn ze vrij consistent. Wanneer een geluid blauw is, blijft het blauw. En als een citroen puntig smaakt, smaakt hij de volgende keer precies zo. Synesthesie is verder eenrichtingverkeer: geluiden veroorzaken kleursensaties, niet omgekeerd.

Neurologisch vertonen synestheten geen significante afwijkingen. Voor Cytowic staat het vast dat de waarnemingen hun oorsprong in de oerhersenen hebben. “De oerhersenen zijn het voorportaal van de hersenen, zintuiglijke indrukken worden hier het eerst verwerkt. Maar het is een vrij primitief orgaan, dat anders dan de hersenschors misschien geen onderscheid tussen al die prikkels kan maken. Vergelijk het maar met een televisie waarin de elektronica de binnenkomende signalen eerst moet bewerken alvorens ze aan de beeldbuis door te geven. Synestheten vangen signalen vóór bewerking op.”

Cytowic meent dan ook dat we in aanleg allemaal synesthetisch zijn. De sterkste aanwijzing daarvoor? “Onze fascinatie voor vuurwerk! Waarom vergapen we ons toch elke keer weer aan al die lichtflitsen en vuurballen? Genieten we soms stiekem van het kleur- en lichtspel dat ons door de hersenen wordt onthouden?”