Schuldencrisis nog niet overwonnen

Multilateral debt. An emerging crisis? Door Percy Mistry. Uitgegeven door Fondad (Forum on Debt and Development). ISBN 90-74208-04-5.

De schuldencrisis is voorbij, zo denken velen. De Latijnsamerikaanse landen die in het begin van de jaren tachtig bijna zichzelf en de internationale financiële wereld in het bankroet stortten, komen er langzaam bovenop. Kapitaalstromen vloeien weer: vluchtkapitaal keert terug en buitenlandse investeerders staan te hunkeren.

'Mis', zegt Percy Mistry, een Indiase econoom die voorheen bij de Wereldbank werkte. De schuldencrisis is nog helemaal niet voorbij, zo betoogt hij in zijn boek Multilateral debt. Met name voor de economische ontwikkeling van de landen in Afrika ten zuiden van de Sahara vormt de zware schuldenlast een sta-in-de-weg. Westerse overheden en handelsbanken hebben een streep gehaald door slechts een klein deel van hun vorderingen op deze landen. Alleen ten opzichte van politieke lievelingetjes als Egypte en Polen hebben de westerse landen zich ruimhartiger getoond. Politiek minder interessante landen als Oeganda, Ivoorkust, Tanzania (en buiten Afrika Jamaica) moeten het zelf maar uitzoeken.

Een probleem dat nu erkend wordt, maar dat iedereen al ruim van tevoren had kunnen zien aankomen, is dat van de schulden aan het Internationale Monetaire Fonds, de Wereldbank en de regionale ontwikkelingsbanken (de Afrikaanse, de Aziatische en de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank). Deze multilaterale instellingen hebben in de jaren tachtig hard gewerkt om de schuldencrisis niet uit de hand te laten lopen. Ze hebben aanpassingsprogramma's opgesteld voor de sukkelende economieën van de debiteurenlanden en hebben zelf veel geld in die programma's gestoken. Nu is de tijd van terugbetalen aangebroken, terwijl veel aanpassingsprogramma's nog geen vruchten hebben afgeworpen en dat misschien nooit zullen doen. De multilaterale schuldenlast hangt als een molensteen om de nek van de arme landen met veel schulden.

De schuld van ontwikkelingslanden aan de multilaterale instellingen is tussen 1982 en 1992 verdrievoudigd tot 304 miljard dollar. De jaarlijkse betalingen aan rente en (soms) aflossing zijn zelfs vervijfvoudigd tot 36 miljard dollar. Vanaf 1987 onttrekken de multilaterale instellingen meer geld aan de Derde Wereld dan dat zij erheen laten vloeien. Van 'oplossing' zijn de multilaterale instellingen tot probleem geworden voor de schuldenlanden, aldus Mistry. Landen als Bolivia, Burundi, Tanzania en Oeganda zien meer dan twintig procent van hun exportinkomsten in de kas van de multilaterale instellingen stromen. Ontwikkelingshulp uit het Westen wordt bij wijze van spreken rechtstreeks naar Washington overgemaakt in plaats van te worden besteed aan projecten of programma's die bijdragen aan armoedebestrijding of aan de economische ontwikkeling van het betreffende land.

Daadkracht is geboden, zo meent Mistry, om te voorkomen dat er een nieuwe schuldencrisis komt. Multilaterale instellingen zullen, net als landen en banken, een deel van hun vorderingen moeten afschrijven. Tot nog toe kunnen en willen ze dat niet. Ze vrezen voor aantasting van hun AAA-rating op de kapitaalmarkt, waarmee ze goedkoop geld kunnen aantrekken. Mistry heeft er zeker oog voor dat het doorhalen van vorderingen schade kan toebrengen aan de instellingen, maar meent dat het toch mogelijk is, mits zorgvuldig uitgevoerd. Bij functionarissen van het IMF en de Wereldbank bestaat volgens de Indiase econoom de overtuiging dat er geen technische of financiële bezwaren zijn, maar de politieke wil van de rijke landen ontbreekt vooralsnog.

De verlichting van de schuldenlast is het meest urgent voor Afrika, maar Mistry signaleert dat het probleem in Oost-Europa en Rusland nog veel groter kan worden. Het IMF steekt daar geld in projecten en programma's omdat dat de rijke landen politiek goed uitkomt. De spijkerharde criteria die het Fonds normaal laat gelden, worden tijdelijk opzij gezet, zodat er levensgrote vraagtekens kunnen worden gezet bij de winstgevendheid van de projecten. Tegen de tijd dat blijkt dat de investeringen hun geld niet opbrengen, is de schuldenlast van Oost-Europa en Rusland enorm toegenomen, terwijl er geen nieuwe inkomstenbronnen zijn om het geld terug te betalen.