Procureur-generaal Den Bosch beticht van doden Papoea's

ROTTERDAM, 17 JUNI. De procureur-generaal in Den Bosch, mr. R.A. Gonsalves, heeft zich in zijn tijd als ambtenaar op Nieuw Guinea van 1956 tot 1962 volgens de toenmalige procureur-generaal, mr. G.W. von Meyenfeldt, schuldig gemaakt aan zeer ernstige strafbare feiten, waaronder enige gevallen van doodslag.

Dit meldde vanochtend het VPRO-radioprogramma Argos. Uit geheime dossiers die vanochtend bekend werden gemaakt, zou blijken dat Von Meyenfeldt in 1960 aan de gouverneur in het toenmalige Hollandia heeft geadviseerd dat Gonsalves zou moeten worden berecht voor “enige gevallen van doodslag, enige gevallen van poging tot doodslag, zeer vele gevallen van mishandeling gepleegd met voorbedachte rade en veel gevallen van opzettelijke brandstichting”. In een brief van 5 december 1960 concludeert Von Meyenfeldt dat Gonsalves “strafbaar is” en geen beroep kan doen op overmacht of noodweer. Hij wilde dat een rechter zich erover boog. Een woordvoerder van het ministerie van justitie verklaarde vanmiddag dat het om “oud nieuws” gaat. Hij wijst erop dat in 1962 de toenmalige procureur-generaal bij de Hoge Raad, Langemeyer, “geen beletselen zag Gonsalves te benoemen bij het OM. De PG bij het hof Den Haag zag bovendien geen reden tot strafvervolging”, aldus Justitie. De voormalige minister van justitie, mr. F. Korthals Altes, noemt het nu geopenbaarde geheime dossier een “opmerkelijk document” dat hem niet bekend was toen hij in 1986 Gonsalves benoemde tot procureur-generaal in Den Bosch. “Er was mij een schiet-incident bekend van Gonsalves in de Baliem-vallei. Cees van Dijk (oud-minister, red.) heeft mij wel eens verteld dat Gonsalves daar de bijnaam Gun Salvo's aan over heeft gehouden. Maar in zijn personeelsdossier zat niet dat hij verdacht werd van een reeks van misdrijven”, aldus Korthals Altes.

Gonsalves is wegens vakantie in het buitenland niet bereikbaar voor commentaar. Hij was van 1958 tot 1960 controleur eerste klas in de Baliem-vallei en was als zodanig belast met het handhaven van de openbare orde.

Pag.8: 'Hij trof een Papoea in het achterhoofd'

De voormalige minister van justitie, mr. E. Hirsch Ballin, die Gonsalves heeft belast met de centrale leiding bij de aanpak van de georganiseerde misdaad, zegt het nu uitgelekte geheime dossier “nooit te hebben gezien”. Of Hirsch Ballin de inhoud ervan wel kende, wil hij niet zeggen.

In het dossier over “de strafzaak Gonsalves” zitten getuigenverklaringen van ambtenaren die destijds met Gonsalves hebben samengewerkt. Controleur mr. C.J. Schneiders, die in opdracht van de resident van Hollandia in 1960 het gedrag van Gonsalves heeft onderzocht, schrijft in een rapport van 12 juni 1960 dat hij “veel verhalen heeft gehoord” over het door Gonsalves “gericht schieten” op vluchtende krijgers. Hij zou onder meer een Papoea-hoofdman hebben doodgeschoten in 1959.

Inspecteur van politie E.H. Markhorst werd in juni 1959 naar de Baliem-vallei gestuurd en werkte daar onder Gonsalves. Op 20 juni 1960 legt hij een verklaring af over een incident dat zich voor zou hebben gedaan op 6 december 1959, waarbij controleur Gonsalves een Papoea zou hebben doodgeschoten. “Op de bewuste dag liep de controleur Gonsalves met 5 agenten in het Ibele-gebeid waar door hem een varkensdiefstal werd onderzocht. Toen nu de patrouille terugliep, werd zij achtervolgd door twee agenten die in hinderlaag liggen. Toen de groep krijgers vlak bij was, sprong de controleur tevoorschijn. Hij loste een schot met zijn jungle carabijn en trof een Dani (papoea) in zijn achterhoofd”, aldus de verklaring zoals die vanochtend door de VPRO-radio werd uitgezonden.

Gonsalves heeft volgens de VPRO tegenover de rijksrecherche in november 1960 zijn handelen verklaard uit noodweer en “noodzakelijke afschrikking”. Het onderzoek zou tegen hem geen consequenties hebben gehad omdat het bestuur op Hollandia een justitieel onderzoek zou hebben tegengewerkt om publiciteit te voorkomen. Gonsalves (62 jaar) werd na terugkomst uit Nieuw Guinea in 1963 officier van justitie in Roermond, later werkte hij bij justitie in Maastricht en van 1979 tot zijn benoeming tot procureur-generaal in 1986 - de hoogste functie bij het openbaar ministerie - was hij hoofdofficier van justitie in Almelo.