Parijs is partij in Rwanda

NAIROBI, 17 JUNI. Het Rwandees Patriottisch Front (RPF) beschouwt Frankrijk als een vijand. Het was daarom geen verrassing dat het RPF gisteren het Franse plan voor een eventuele militaire interventie in het Middenafrikaanse land onmiddellijk afwees. “We geloven dat de Fransen verantwoordelijk zijn voor wat zich afspeelt in Rwanda, voor de bloedbaden, voor de genocide”, aldus een RPF-woordvoerder.

Twee keer hield een Franse interventie het RPF af van een militaire overwinning in Rwanda. Na de invasie vanuit Oeganda in 1990 stuurde Parijs troepen “om Franse staatsburgers te beschermen”. Ook Zaïre, Frankrijks bondgenoot in Afrika, zond soldaten. De Zaïrese militairen plunderden eigendommen van Rwandese burgers tijdens hun militaire operatie en gingen zich te buiten aan andere onregelmatigheden. Samen met de Rwandese regeringssoldaten slaagden ze erin de snelle opmars van het RPF tot staan te brengen.

Na moordpartijen onder Tutsi's verbrak het RPF in 1993 een wapenstilstand en trok razendsnel op naar Kigali. De rebellen waren de hoofdstad tot op dertig kilometer genaderd toen Parijs tussenbeide kwam. Dit keer betrof het een rechtstreekste interventie in de strijd, hoewel het volgens officiële uitspraken in Parijs opnieuw alleen om een actie ging om Franse burgers te beschermen. Volgens verscheidene onafhankelijke ooggetuigen hielpen Franse soldaten hun Rwandese collega's aan de frontlinie. Zij adviseerden hen in de strijd en installeerden Franse geschut tegen het RPF. Het enige dat de Fransen niet zelf deden was het overhalen van de trekker.

Na de dood van president Juvenal Habyiramana, wiens vliegtuig in april bij Kigali werd neergehaald, kwamen Franse militairen om hun landgenoten te redden. Ze grepen niet in in de gevechten tussen Rwandezen en vertrokken al na enkele dagen. Het leek alsof Parijs zijn handen had afgetrokken van Rwanda.

Hoewel Rwanda voormalig Belgisch gebied is, vond president Habyiramana zijn beste bondgenoten in Franse regeringskringen. Hij rekende president Mitterrands zoon Jean-Christophe onder zijn beste vrienden en volgens onbevestigde - maar in Rwanda door iedereen geloofde - geruchten zouden Jean-Christophe en Juvenal zakenpartners zijn geweest.

Op militair terrein bestond tot aan de dood van Habyiramana nauwe militaire samenwerking. Frankrijk was de grootste militaire wapenleverancier. Na de afkondiging van een wapenembargo, vorig jaar, leverden Egypte en Zuid-Afrika in het geheim wapens. De betaling werd geregeld door Franse banken, zo onthulde eerder dit jaar de Amerikaanse mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch in een rapport.

Het Franse leger trainde Rwandese militairen, onder wie leden van de beruchte presidentiële garde. Officieren van deze elitetroepen leidden in het afgelopen jaar in het geheim de Hutu-milities op. De presidentiële garde en de Hutu-milities zijn de hoofdschuldigen van de bloedbaden onder de Tutsi's. Ook de Belgische minister van defensie, Leo Delcroix, zinspeelde gisteren op Franse partijdigheid. In een reactie op het Franse interventieplan zei hij: “Frankrijk koos partij (..) meer dan ons land en daarom moet het Franse initiatief met de nodige voorzichtigheid worden bekeken.” De Rwandese regering op haar beurt beschuldigt België ervan het RPF te steunen.

Het in Parijs uitkomende blad La Lettre de L'Ocean Indien schreef vorige maand over grote Franse woede over de uitbreiding van anglofone invloed door middel van het RPF in Rwanda. De RPF-soldaten, kinderen van in 1959 naar Oeganda uitgeweken Tutsi's, spreken vrijwel allen Engels, Kiswahili of Kinyarwanda maar geen Frans. In de visie van enkele hoge Franse ambtenaren in de militaire afdeling van het ministerie van ontwikkelingssamenwerking, aldus het blad, zou het RPF een verlengstuk zijn van Oeganda in de strijd om invloed in de regio tussen anglofonie en francofonie. Londen en Washington zouden achter zo'n komplot zitten en de Oegandese president Yoweri Museveni steunen.

Als tegenwicht voor de Oegandese invloed verleende Frankrijk in de Centraalafrikaanse Republiek enkele maanden geleden steun aan het Soedanese regeringsleger, dat vanuit dit buurland de rebellen van het Soedanese Volksbevrijdingsleger (SPLA) aanviel. Frankrijk heeft het overgrote deel van zijn in totaal 4500 op het continent gestationeerde militairen gelegerd in de Centraalafrikaanse Republiek. Het SPLA krijgt steun van president Museveni, evenals in het geheim vermoedelijk van de Verenigde Staten.

Frankrijk haalde onlangs de Zaïrese leider Mobutu weer uit het internationaal isolement waarin hij was terechtgekomen door internationale druk van onder andere de VS en België. Mobutu fungeert voor Frankrijk als de grote regionale tegenspeler van Museveni. De Zaïrese president was een boezemvriend van wijlen Habyiramana en hij steunt volgens sommige berichten nog steeds het Rwandese regeringsleger. Door bemiddeling van Mobutu werd op de topbijeenkomst van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAE) in Tunis deze week een staakt-het-vuren gesloten. Van zo'n bestand zal vooral het regeringsleger profijt trekken; de regeringstroepen zijn immers aan de verliezende hand. Museveni verliet dinsdagavond onaangekondigd en naar verluidt boos de OAE-top in Tunis.