Overmars dankt basisplaats aan hoestende dame

ORLANDO, 17 JUNI. Marc Overmars moet onder een gunstig gesternte zijn geboren. Zijn matige inbreng tegen Hongarije bracht bondscoach Dick Advocaat aan het twijfelen. Bezit de Ajacied wel de kwaliteiten om straks op het hoogste podium de rechtervleugel van het Nederlands elftal te bezetten? De Hagenaar liet die warme avond in Eindhoven Gaston Taument invallen en dat bleek zo'n goede greep dat hij zich vervolgens voornam de Feyenoorder nog eens uit te proberen tegen Canada. Maar in de Jumbo op weg naar Toronto kwam de voorzienigheid Overmars te hulp. Voor een vraaggesprek met journalisten nam Taument niets vermoedend plaats op de plek van uw verslaggever, die al urenlang werd geplaagd door een hoestende oude dame op een stoel naast hem. Ze had tussen het hevige kuchen door nog net een keer kunnen uitbrengen dat ze weer eens was getroffen door een zware aanval van bronchitis. Uw verslaggever ontsnapte op wonderbaarlijke wijze aan besmetting, maar Taument lag de volgende dag met een keelonsteking en hoge koorts op bed. Dag interland, dag kans op een basisplaats tijdens het WK. Pas gisteren trainde Taument voor het eerst weer mee met de groep.

Op de eerste serieuze training in Toronto schrok Overmars zich een ongeluk. Aan de hand van de verdeling van de bekende hesjes kon hij zien dat hij tegen Canada niet in de basisopstelling zou staan. Uiteindelijk kreeg hij een herkansing door de ziekte van Taument. En hij greep die mogelijkheid met beide handen aan. Tegen Canada declasseerde hij zijn directe tegenstander, bereidde hij een treffer voor en scoorde ook zelf. Tegen Fort Lauderdale Strikers trof hij tweemaal het net en zorgde hij voor één assist bij het openingsdoelpunt van Ronald de Boer. The turbo is on.

Marc Overmars moet lachen als hij aan de voorgeschiedenis wordt herinnerd. “Ik geloof niet in toeval. Mensen zeggen wel vaker tegen me: 'Jij hebt ook alles mee'. Maar dit dwing je toch zelf af? Het is wel zo dat de bondscoach mij heeft geprikkeld. Ik had me inderdaad voorgenomen om te laten zien dat ik er weer was. En dat viel nog niet eens mee. Want ofschoon de warmte in Toronto niet te vergelijken was met hier in Orlando, moest ik toch even wennen.”

In het duel met de Hongaren stond Overmars nogal vaak werkloos aan de zijlijn 'geplakt'. Naarmate de wedstrijd vorderde kwam hij in het stuk niet meer voor. De Epenaar, die een bliksemcarrière doormaakte bij Ajax, wijst erop dat Ronald Koeman vaak geneigd is naar links te passen. “Maar daar kun je wat aan doen door je iets te laten zakken en de bal op te eisen. Ik was tegen Hongarije te passief. Ik had meer moeten bewegen en voor meer dreiging moeten zorgen. Het was voor mij ook even wennen weer op rechts te spelen, zonder Frank de Boer in mijn rug. Met mijn linkerbeen geef ik vreemd genoeg een betere voorzet.” Directe kritiek van Advocaat heeft Overmars nooit bereikt. Er was enkele dagen geleden slechts een kort gesprek tussen speler en coach. “Hij zei: 'Ik kon tegen Canada zien dat je weer gretig was, hè.' Ik antwoordde: 'Ja, ik heb niet te vroeg willen pieken.”

De ervaringen die hij de afgelopen weken bij Oranje opdeed, passen een beetje in het leerjaar dat hij de afgelopen maanden heeft doorgemaakt. Want na het seizoen van de grote doorbraak, werkte hij in de jongste voetbaljaargang aan zijn zwakke punten. Samen met Ajax-trainer Louis van Gaal natuurlijk, die al zijn gegevens opslaat in een computer. “Toen we dit seizoen begonnen, heb ik mezelf opgelegd dat ik meer moet scoren. Ik zorgde altijd wel voor een aardige actie, maar voor het doel kwam ik steeds een meter of tien te kort om die bal erin te schieten. En scoren, dat geeft toch wel een heel prettig gevoel. Op de trainingen heeft Van Gaal er steeds op gehamerd dat ik me beter kan opstellen. Als hij weer eens “Marrrrc” brulde, dan wist ik dat ik naar het doel moest. Uiteindelijk ben ik niet ontevreden. Ik heb twaalf treffers gemaakt en dat is niet slecht voor een rechtsbuiten. Maar nog steeds zijn er momenten dat ik rondom het zestien metergebied eerder moet schieten. Of beter gericht.”

Bij Ajax krijgt hij niet alleen begeleiding van Louis van Gaal. Ook Sjaak Swart en Tscheu la Ling geven hem nog weleens adviezen. Met Sjaak Swart heeft hij menige discussie. Want 'mister Ajax' gaat er natuurlijk nog steeds prat op, dat hij in zijn tijd meer scoorde. “Sjaak zou trainer moeten worden. Hij heeft altijd wel iets te zeggen. Hij vindt dat hij vroeger beter was. Maar ik zeg dan steeds: 'Dat was een andere tijd, Sjaak. Toen kon dat nog wat jij deed.” Feit blijft wel dat Overmars geen getructe speler is als bijvoorbeeld Bryan Roy of Romario. Z'n acties zijn voornamelijk gebaseerd op snelheid. Als een tegenstander daar een antwoord op heeft, is zijn rol uitgespeeld. Maar hij probeert nu de schaarbeweging onder de knie te krijgen. En hij zweert dat daar op de training geen hilariteit over ontstaat. “Mijn techniek is niet slecht in de zin dat ik een bal van mijn voet laat springen. Ik zou iets meer bewegingen kunnen hebben, hoewel ik me afvraag of het nodig is. Tenslotte maakt het niet uit hoe je iemand passeert, als je er maar langskomt. En dat gaat zo gemakkelijk. Hoewel, op de training stuur ik al regelmatig iemand het bos in met mijn schaarbeweging. Het gaat automatisch. Van Ling krijg ik af en toe een tip.”

De fel begeerde vrijgezel, die nog weleens een onderbroek tussen zijn fanmail vindt, heeft een enerverend seizoen achter de rug. Met als dieptepunt de inzinking rondom de uitwedstrijd tegen Parma, die hij nog steeds niet kan verklaren. “Ik stel hoge eisen aan mezelf en ik was toen ook erg teleurgesteld. Ik vond niet dat tegen Parma het systeem heeft gefaald. Het zijn de spelers geweest, zeker acht, negen man. Want met ons aanvallende concept hebben we het seizoen ervoor ook goede internationale wedstrijden gespeeld. Daar had ik het deze week aan tafel met Wim Jonk nog over.”

De diensttijd bij de marine, die hij achter de rug heeft, is in ieder geval niet de oorzaak geweest van die terugslag. “Ik hoefde niet vaak te verschijnen. Ik schonk koffie, deed de afwas en haalde de diepvriesprodukten op. En verder doodde ik de tijd met kaarten. Achteraf is het best een leuke tijd geweest. Maar een opleiding heb ik niet gehad. Als ik de maximale tijd had moeten opkomen, zou ik een heel belangrijk seizoen hebben verloren. Daarom wilde ik aanvankelijk niet in dienst. Bij Willem II ben ik al bezig geweest om me te laten afkeuren. Alles geprobeerd. Ik heb me ingesmeerd met olie om een huidziekte te simuleren, ik probeerde voor te wenden dat ik last had van hooikoorts. Niets hielp. Van de tien dienstplichtigen die moeten opkomen, worden er acht afgekeurd. Maar mij hadden ze nodig.”

Hij is nu klaar voor het grote werk op het WK. Hij wil straks tevreden over zichzelf kunnen zijn en hij droomt van de finale. Die zou hij weleens willen spelen. “Ik hoef niet zo nodig de wereld wat te laten zien. Ik weet wel dat de telefoon niet stilstaat van de buitenlandse clubs als je hier goed presteert. Maar daar gaat het mij nog niet om. Hoewel ik na 1996, als mijn contract bij Ajax is afgelopen, graag in Spanje of Italië wil spelen. Gewoon om het mekka van het voetbal eens mee te maken. Ik wil altijd een doel voor ogen hebben. Ik zal niet kiezen voor het geld, maar voor een goede club.”