Opec is het oneens over de opvolging van Subroto

ROTTERDAM, 17 JUNI. OPEC, de organisatie van olie-exporterende landen, krijgt tijdelijk een Libische secretaris-generaal. De Libische olieminister Abdalla Salem el-Badri, tevens voorzitter van het ministerscomité van OPEC, zal tot eind dit jaar als 'fungerend secretaris-generaal' de dagelijkse leiding van de organisatie en de medewerkers op het hoofdkantoor in Wenen op zich nemen.

De twaalf olieministers konden het gisteren op hun vergadering in Wenen niet eens worden over de opvolging van dr. Ahmed Subroto, de Indonesische secretaris-generaal, die het maximum van twee termijnen van drie jaar is aangebleven. Elf van de twaalf lidstaten wilden de vroegere Venezolaanse olieminister dr. Alirio Parra als opvolger van Subroto benoemen, maar Iran lag dwars. De regering in Teheran hield vast aan haar kandidaat, de Iraanse ambassadeur in Japan Hussein Kazempoor Ardebili.

Omdat de statuten van OPEC voorschrijven dat een nieuwe secretaris-generaal met unanimitiet van stemmen door de ministers moet worden benoemd en ook Venezuela zijn kandidatuur niet wilde intrekken, ontstond een impasse. Die kon alleen worden doorbroken door een noodmaatregel, voorgesteld door de Libische voorzitter. Het voorzitterschap van OPEC wisselt elk halfjaar. Woensdag werd de Libische minister El-Badri tot voorzitter gekozen voor de tweede helft van dit jaar en hij zal die post nu combineren met de functie van secretaris-generaal. In Wenen wordt verwacht dat het ministerscomité zich in november opnieuw over de opvolging van Subroto zal beraden. El-Badri zei gisteren dat in de vergadering bezwaren waren gerezen tegen een andere oplossing: een wijziging van de statuten die het mogelijk zou maken dat dr. Subroto nog tot eind dit jaar zou aanblijven als secretaris-generaal.