Naar school in het ziekenhuis; Schrijven met de biberitus

Rekenen en schrijven kun je op allerlei manieren leren. Op een hindoeschool, een vrije school of op een ziekenhuisschool - in bed of in een rolstoel.

Jeffrey heeft 'biberitus'. Zo noemt hij de bibber in zijn hand, die de letters die hij schrijft verandert in grillige figuren. “Dat komt door mijn auto-ongeluk,” legt Jeffrey uit. “Toen was ik nog tien.” Nu is hij elf, en woont in een revalidatiecentrum in Utrecht. In dat centrum leert hij de 'biberitus' te bedwingen. Ook leert hij weer beter te lopen en sneller te praten, net als voor het ongeluk.

Iedere dag gaat Jeffrey naar de ziekenhuisschool. Daar leert hij “rekenen, taal, tafels en keersommen.” Het lijkt er veel op zijn oude school, vindt hij. “Alleen deze school is kleiner en het maakt niet uit hoe hard je werkt.” Zijn oude school vindt hij wel leuker. “Want daar zijn veel meer kinderen.” Nu zit hij in een klas met vijf andere leerlingen.

Merel (10) is een van Jeffrey's klasgenootjes. Twee jaar geleden kreeg ze een heupinfectie. Nu zit ze in een rolstoel. Merel vindt de ziekenhuisschool leuker dan haar eigen basisschool in Bennekom. “Hier mag ik zo snel gaan als ik wil,” zegt ze. Met de meeste vakken is Merel zelfs verder dan haar eigen groep. “En je mag hier ook veel meer kletsen,” lacht ze.

Het lokaal waarin Jeffrey en Merel les krijgen, is waarschijnlijk een van de kleinste schoollokalen van Nederland. Het lijkt meer op een kamer. Langs de muur staan tafels. Er zijn nauwelijks stoelen want de meeste kinderen komen, net als Merel, in een rolstoel. Alle leerlingen werken met andere boeken, die ze van hun oude school meekrijgen. Omdat ze hier verder leren, kunnen ze als ze beter zijn weer met hun oude klas meedoen.

Behalve de school in Utrecht zijn er in Nederland nog elf ziekenhuisscholen. Per jaar gaan er in totaal zo'n zevenduizend leerlingen naar toe, tussen de drie en twintig jaar oud. Ze zijn ten minste drie weken ziek. Sommige leerlingen zijn zelfs zo ziek dat de leraar naar hun bed komt om les te geven. Anderen, zoals Jeffrey en Merel, gaan naar een lokaal in het ziekenhuis.

Op een ziekenhuisschool heb je vakantie, net als andere kinderen. Ook krijgen de leerlingen een rapport. “Maar dat is anders dan op de gewone school,” zegt Merel. “We krijgen hier een verslag, geen cijfers.” Dat is omdat er geen andere kinderen zijn van jouw niveau, weet Johnny (12). Hij kreeg vorig jaar een auto-ongeluk. Nu is hij met alles iets langzamer, met praten, lopen en leren. Op de ziekenhuisschool moet hij alles herhalen wat hij op school al heeft gehad. “Niet bepaald prettig,” vindt Johnny. “Maar als je niet herhaalt en je krijgt een som die je niet eerder hebt gehad, dan zit je in de piepzak.”

Mark is acht jaar en de jongste leerling in de klas. Vanaf zijn vierde gaat hij naar de ziekenhuisschool. “Gelijk bij mijn geboorte had ik een botziekte met een hele moeilijke naam,” zegt hij. Twee dagen per week gaat hij naar zijn oude school in Maartensdijk. De overige drie dagen gaat hij met een taxi naar de ziekenhuisschool in Utrecht. Ook Merel reist naar school met een taxi. “'s Ochtends wel meer dan een uur.”

Op de ziekenhuisschool hebben de leerlingen minder les dan op hun oude school. Tussendoor moeten ze naar zwemles of naar de fysiotherapeut. “Dat is om je spieren te oefenen,” zegt Merel. Of ze gaan naar de logopedist, voor spraakles. Merel heeft om kwart over elf muziekles. Mark is dan nog bij de fysiotherapeut. Met zijn handen steunend op twee balken loopt hij een klein stukje heen en weer. Als de les voorbij is, gaat hij weer in zijn rolstoel zitten. Hij gespt zijn veiligheidsgordel vast en stuift weg. “Doei,” gilt hij nog naar de juf. “Ik ga weer naar school.”

Johnny heet in het echt niet Johnny. Zijn naam is op verzoek van zijn ouders veranderd.